Nooit meer stoffen, strijken en stofzuigen

Als vrouwen nu eens minder perfectionistisch worden en mannen minder van hen verwachten, dan krijgen ze meer rust in hun jachtige leven, constateert Anna Geurts.

Foto Corbis

Strijk jij?’ We lagen bij het zwembad en de vraag kwam dus enigszins onverwacht. De vriendin die het vroeg, streek haar kleren en linnengoed niet. Ook haar vriend streek niet. Ze wilde waarschijnlijk weten of ze zich schuldig moest voelen. „Nee”, antwoordde ik. „En je moeder?” Ja, mijn moeder wel.

Morgen is het internationale vrouwendag. We liggen niet meer in de zon bij het zwembad maar staan voor de klas of zitten achter de computer. Maar ik sta nog wel even stil bij de ‘strijk-vraag’. Want gaat het om de tijdsbesteding van een nieuwe generatie zelfbewuste vrouwen, dan lijkt er een merkwaardige ontwikkeling aan de gang te zijn.

Tijdens de tweede feministische golf, in de jaren zestig en zeventig, deden jonge echtgenotes de dingen al anders dan hun moeders. Ze pasten niet langer alleen op huis en gezin, ze namen ook massaal een betaalde baan. Ze waren echter opgegroeid met het huiselijkheidsideaal van hun moeders: het hele huis aan kant, vooral als er gasten kwamen; elke dag een vers gekookte maaltijd en de kinderen altijd fris in het pak.

Ondertussen staken zij twee keer zo veel uren in de zorg voor het huishouden als hun mannen. Dat gebeurde niet alleen in Nederland, zie het rapport Met het oog op de tijd van het Sociaal Cultureel Planbureau, maar in heel Europa.

Deze dubbele verplichting leidde ertoe dat vrouwen zich opgejaagd voelden, en dat zij dachten niet te voldoen. De tijd werd dan ook rijp voor een tweede stap die nu lijkt te worden gezet. Dat leidt tot een mentaliteitsverandering bij veel jonge vrouwen – en hun huisgenoten.

Het ging om het aanzien

In het begin van de twintigste eeuw creëerden huisvrouwen nog een torenhoge standaard voor het eigenhandig schoonhouden van meubels, vloeren, ramen, stoepjes, linnengoed en kleren. Deze bemoeienissen hebben voor een deel waarschijnlijk bijgedragen aan onze gezondheid, maar de meeste handelingen lijken toch voornamelijk te zijn bedoeld om het gezin een fatsoenlijk aanzien te verschaffen. Wellicht hielpen ze huisvrouwen in kleine gezinnen, die vrijwillig dan wel onvrijwillig buiten de arbeidsmarkt waren geplaatst (het was een zaak van trots voor echtparen als de vrouw niet ‘hoefde’ te werken), toch onmisbaar te zijn en hun leven richting en zin te geven.

De babyboomers werden ongewild opgezadeld met deze historisch hoge huishoudstandaard. Zij hebben die, ondanks de veranderingen in betaalde arbeid, nooit helemaal van zich af weten te schudden.

Dat zien we nu wél langzaam gebeuren bij hun kinderen. Natuurlijk, tijdgebrek kan deels worden opgelost door professionele hulp in te huren. Maar je kunt ook minder hoge eisen stellen. Zuigen, boenen, verschonen: alles lijkt minder vaak te gebeuren bij deze generatie. Geen van mijn vrienden strijkt, op een enkel overhemd na, en ook het vouwen schiet er regelmatig bij in.

Het wekelijkse afstoffen behoort zelfs al langer tot de verleden tijd; tijdens mijn werk in de thuiszorg werden de verschillende prioriteiten van de verschillende generaties overduidelijk.

Nee, het hele huis hoeft niet te blinken; eten moet weliswaar gezond en lekker zijn, maar dat kan ook prima met opgewarmde en gerecombineerde gerechten uit eigen vriezer; kinderen maken zich liever niet druk om hun kleren. En de strijkbout? Die kan straks uitgestald in de hal, naast het antieke spinnenwiel en het wasbord.

Zetten deze eerste tekenen door, als vrouwen minder perfectionistisch worden en mannen evenredig minder gaan verwachten, dan kunnen we uitzien naar meer rust in ons jachtige leven.

En zo was het zwembad dus toch een logische plek om deze huishoudelijke vraag te stellen.