Mister All-Inclusive

Zwemmen en onbeperkt friet eten. Voor één prijs naar de sauna, de kermis en het piri piri-restaurant. Hennie van der Most is de man die Nederland aan de all-inclusive-formule kreeg. Maar zijn bedrijven hebben het zwaar.

All-in-pretpark Kernwasser Wunderland, in de nooit in gebruik genomen snellekweekreactor in Kalkar. Het pretpark draait goed, vooral door het nieuwe congrescentrum ernaast. foto Victoria Bonn-Meuser / EPA

‘Een plan?” Hennie van der Most kijkt er vies bij – en hij meent het. „Nee, nee. Een ondernemingsplan maak je voor de banken. Niet voor jezelf.” Voor jezelf heb je „fingerspitzengefühl” nodig, „ondernemersbloed”, „superideeën”. Daar word je succesvol mee. Niet met een plan, bah, dat is iets voor ambtenaren.

Nu heeft hij superideeën genoeg. Van der Most zou nog wel eens een enorme overdekte markt willen beginnen, „zo groot dat je er in een dag nog niet doorheen bent”. In de hallen van autofabrikant NedCar, „toen Born op kiepen stond”, dat leek hem wel wat. Voor de vrouwen, „want die moet je vermaken”, wat kleding-outlets, voor de kinderen een paar attracties. Kunnen de mannen de hele dag spullen kopen.

Of nog zo’n superidee, hij bedenkt het ter plekke: een stuk of vier luxe seniorenwoningen op zijn landgoed. Voor ieder stel een vleugel. Komt nog eens „heel veel vraag” naar. (En dan is er nog het idee voor een verplaatsbare toren met ronddraaiend restaurant. En een racebaan op het leegstaande vliegveld Twente, eventueel ook te gebruiken voor paardenraces en andere evenementen.)

Hennie van der Most, 64, dus nog zeker twintig jaar verwijderd van z’n pensioen, ontvangt de verslaggevers op zijn landgoed in Gorssel. In een ruime fauteuil, met een sigaar. Aan de muur hangen ingelijste foto’s van hemzelf met belangrijke mensen: Van der Most met Balkenende, Van der Most met Fortuyn, met Rutte, met Jongerius. In de tuin scharrelen hangbuikzwijntjes.

De man van de luxe, draaiende dinertoren aan de A28 wil wel vertellen hoe het zijn entertainmentbedrijven vergaat. Die hebben het namelijk zwaar. De dinertoren sluit, zijn Pipodorp in het Drentse Oranje moest worden gered door Syrische vluchtelingen. De voltooiing van het Duitse mannenpretpark Funpark Meppen wacht op een lening van de bank. Vorig jaar leed hij 2 miljoen verlies, zegt hij. „2014 was het zwaarste jaar ooit.”

Hoe kan dat? Wil de Nederlander geen all-inclusive-pret meer, het concept dat hij in Nederland populair maakte? En wat dan wel? Het gesprek duurt vijf sigaren lang.

U heeft pretparken, horeca, een beddenfabriek, een staalbouwbedrijf. Doet u te veel verschillende dingen tegelijk?

Van der Most: „Ja, ja, ik heb vijftien bedrijven, dat is een probleem. Maar voor de crisis kon alles.”

‘Voor de crisis’ is een zin die Van der Most vaak uitspreekt. Vóór de crisis was het makkelijk. Vóór de crisis ging het vanzelf. „Alles liep! Als een tierelier!” Neem die overdekte speeltuin met vakantiepark in het Drentse Oranje, het project waarmee hij faam verwierf.

Hoe kwam u op het idee?

„Ik ben ijzerhandelaar en in 1985 kocht ik die fabriek om de machines die erin stonden. Daar zit handel in. Ik was helemaal niet van plan er iets van te maken. Oranje is een klein dorpje in de rimboe, daar wil nog geen dooie liggen. Ik dacht: ik sloop de boel, daarna kijk ik wel.

„Maar het klikte goed met de burgemeester. Hij zei: als jij er recreatie in maakt, verander ik het bestemmingsplan. En toen ik een keer door de hallen liep, kreeg ik een superidee. Ik dacht: ik maak er een speeltuin in. Een binnenpretpark, voor als het slecht weer is. Dat is uniek! Dan kan ik in Drenthe het voor- en het naseizoen versterken. Straatsteentjes erin, springkussentje, draaimolen. Een Italiaanse handelaar had nog een achtbaan liggen. Die was wel te groot, maar dan zaag je er gewoon een paar bochten uit.”

Was u niet bang dat er geen mensen zouden komen?

Van der Most negeert de vraag. „Ik kreeg financiering van de bank. Het was een heel andere tijd. Je had een idee, en de bankdirecteur zei: mooi, hups!”

En de bezoekers?

„Ik had het begroot op 70.000 per jaar. Met dat getal kreeg ik de bank over de streep.”

Dat zoog u uit uw duim.

„Ja, figure of speech.” Hij lacht. „Maar het werden er in het eerste jaar 300.000. En toen belden de spoorwegen. Die hadden nog 265 afgekeurde containers over, duizend gulden per stuk. Ik wilde er schuurtjes van maken voor boeren. Voor de pony’s in de wei. Maar de musical van Pipo de Clown en Mama Lou kwam en ik dacht: ik maak er Pipowagens van! Uniek! Beetje verhoogd, nepwielen eronder. Een heel Pipodorp naast de speelstad, het was een hit.”

De formule-Van der Most is simpel. Koop een oud, leegstaand gebouw – aardappelmeelfabriek, ziekenhuis, watertoren – en verbouw het voor een paar miljoen tot een pretpark, restaurant of zwemparadijs. Of alle drie tegelijk. „Met een bestaand gebouw kun je direct beginnen en al je energie in het interieur steken. Begin je iets nieuws, dan ben je voor de bouw al miljoenen kwijt aan infrastructuur, bestemmingsplan en grond.” Zijn ene bv laat hij voor de ander werken – iedereen blij.

Ook deel van de Van der Most-formule: het all-inclusive-concept, dat hij in Nederland introduceerde. In zijn Bonte Wever – inmiddels verkocht – kon de Nederlander voor het eerst zwemmen en onbeperkt friet eten en cola drinken. In hotel Preston Palace, ook verkocht, kon de bezoeker voor één prijs naar de sauna, de indoorkermis en het piri piri-restaurant.

En ook deel van de formule: je niet te veel laten verstikken door de regels. Gewoon dóen. Al kwam hem dat in 2001 wel op het verwijt te staan de brandveiligheid van de afgebrande Bonte Wever niet op orde te hebben, en kreeg hij pas nog een boete van 15.000 euro voor afvalopslag zonder vergunning.

Voor Omroep Max vloog Van der Most een paar jaar terug nog in zijn helikopter door Nederland om kwakkelende ondernemers advies te geven. Maar nu is zijn eigen formule uitgewerkt.

Verdiende hij in 2004, 2005 „wel een miljoen of meer per jaar ”, in 2012 stond zijn holding 4 miljoen euro in de min „door grote afschrijvingen”. In „het slechtste jaar” 2014 verloor hij 2 miljoen. De omzet van zijn bedrijven daalde van 125 miljoen in 2007 tot bijna 44 miljoen in 2012, ook door verkoop. Naar schatting allemaal, want de bv-knoop die Van der Most heeft gelegd is moeilijk uit elkaar te halen.

Alles kwam tegelijk. Het Pipodorp was net klaar toen de crisis uitbrak. Het internet „verziekte de hele markt” met dumpprijzen. Er kwamen meer indoorspeeltuinen. Meer gesubsidieerde kinderopvang. Meer spelcomputers. Het aantal bezoekers daalde naar 100.000 en Van der Most zou zestig mensen moeten ontslaan. Gelukkig belde het COA net op tijd, of er Syrische vluchtelingen in de Pipowagens mochten. Dertig medewerkers konden alsnog overstappen. De andere dertig raakten hun baan kwijt, inclusief zijn eigen dochter. „Die zit nu in de WW.”

En de rest? De staalbouw gaat slecht, zegt Van der Most. All-in-pretpark Kernwasser Wunderland, in de nooit in gebruik genomen snellekweekreactor in Kalkar draait wel goed, vooral door het nieuwe congrescentrum ernaast. In Funpark Meppen moet „nog wat” geïnvesteerd worden (20 miljoen euro, voor onder meer de langste wildwaterbaan van Europa), „maar de banken staan niet in de rij.” En zijn luxe hotel-restaurant de Koperen Hoogte bij Zwolle sluit deze zomer. „Ik heb eerder tegenslagen gehad, maar niet op deze schaal.”

Waarom komen de mensen niet meer?

„Bij de speelstad ben je voor de hele familie 100 euro kwijt. Nu ga je naar de Ikea. Daar ontbijt je voor 1 euro, de kinderen dump je in de ballenbak en je loopt met 100 euro aan spullen de deur uit.”

Mensen willen ‘all-in’ niet meer?

„Mensen willen het wel. All-in is de beste formule die er is. Mensen weten precies waar ze aan toe zijn, ze hoeven niet te hannessen met wisselgeld en het personeel kan ze 100 procent aandacht geven. Maar ja, het is te duur. Daarom ga ik een nieuw concept proberen. Een hele lage basisprijs, en per attractie een muntje betalen.”

Wat ging er mis bij de Koperen Hoogte?

„Ik had nooit in het hogere segment moeten gaan zitten. Daar heb ik geen affiniteit mee. Ik ben een man van het volksvermaak.”

Van der Most komt uit een boerengezin. Na drie jaar LTS ging hij in de metaalhandel. In zijn schuurtje bouwde hij een zwembadje, dat hij verhuurde. Zo rolde hij het entertainment en de horeca in. En uiteindelijk, omdat hij voor ‘de ondernemer’ op wil komen, ook in de politiek. In de gemeenteraad van Lochem voor de VVD. Jaarlijks gaat hij ook een weekje met vakantie – „we doen ook werkbezoeken” – met premier Mark Rutte. Met andere ondernemers uit de buurt, zoals transportbaas Henk Bolk, trailerbouwer Dick Nooteboom en ondernemer Marinus Soepenberg naar Zuid-Duitsland. „Ik zat van de zomer nog naast Mark in de auto, toen hij terug moest voor MH17. Had hij gewoon Poetin aan de lijn.”

In zijn ondernemersleven heeft hij al vaker een bedrijf van de hand gedaan. Maar van De Koperen Hoogte, waar hij „tonnen” op verloor, baalt hij. „Vijftien jaar! Vijftien jaar heb ik gestreden voor die toren. Ik had allemaal plannen, maar niks mocht. Huisjes om de plas, een museum erin. Een politiemuseum, maar dat mocht niet van de provincie. Dat hoort niet aan de snelweg, zeiden ze.

„Soms denk ik”, hij zwaait om zich heen, „ik geef dit allemaal op en ik ga zelf in die toren wonen. Je zult zien: dan lukt het. Verdomme, ik zal laten zien dat het wél kan. Maar ik heb zoveel bedrijven, ik kan nergens 24 uur per dag zijn.”

Tijdgebrek is een probleem, en die crisis natuurlijk. Maar de grote dader is de overheid. Die doet he-le-maal níks goed. Door de bureaucratie kan Van der Most niet snel schakelen, door de bureaucratie kan hij nauwelijks mensen ontslaan, door de bureaucratie is hij tonnen aan vergunningen en veiligheidsmaatregelen kwijt.

„De overheid heeft geen respect voor de echte ondernemer. Ik heb wel 2.000 mensen aan een baan geholpen. En dan zo’n tegenwerking. En de banken, die de mensen hebben volgestopt met hypotheken, kijken ook niet naar de echte ondernemer.”

Kan het zijn dat uw tijd voorbij is? Dat u, nu u ouder wordt, niet meer weet wat de jongere generatie leuk vindt?

„Oh nee, oh nee, echt niet. Daar ben ik het niet mee eens. Als je ziet waar ik allemaal mee bezig ben. Unieke attracties. Meppen, ook uniek. Ik ben creatief genoeg. Ik ben steeds creatiever aan het worden. Maar als je heel creatief bent, kom je ook veel problemen tegen. Niks mag, je krijgt niks voor elkaar.”

Die regels, dat is de nieuwe werkelijkheid. U moet zich aanpassen.

„Daarom zeg ik tegen de overheid: jullie moeten flexibeler wezen.”

U kunt de overheid niet veranderen.

„De overheid móet veranderen, anders gaan we allemaal onderuit.”

U kunt iemand aannemen om u te helpen met vergunningen en regels.

„Ja, dat heb ik nu gedaan. Ik heb net een financieel directeur aangesteld.”

Bent u niet bang dat Meppen hetzelfde lot ondergaat als Speelstad Oranje?

„Nee, nee. Dat is gevoel. Fingerspitzengefühl. Zoiets bestaat nog niet in Europa. Toch moet je als ondernemer ook flexibel zijn, afscheid nemen van het oude. Mijn staalbedrijf heb ik bijvoorbeeld omgebouwd naar het aanpassen van attracties. Het probleem is dat ik dat moet doen bij vijftien bedrijven.”

Overlegt u, voordat u aan iets begint?

„Als ik naar iedereen had geluisterd, dan was ik nog steeds pompbediende geweest.”

Doet u marktonderzoek?

„Je kunt een duur bureau onderzoek laten doen, maar je kunt ook een paar groepjes kinderen laten rondlopen. Dat doen we nu in Speelstad Oranje, drie groepjes van vijf kinderen. Die mogen dan aanwijzen wat ze de mooiste attractie vinden. Dan komt de conclusie ook boven.”

Ook al was 2014 een moeilijk jaar, Van der Most kan het toch niet laten weer iets nieuws te beginnen. Speelstad Rotterdam, een pretpark aan de Maas, half binnen, half buiten. Hij steekt er 15 miljoen euro in. In een loods heeft hij nog wel een paar attracties liggen. „De gemeente had me een paar keer gebeld: kom eens in de stad rondrijden, zonder verplichting. We reden de Maastunnel in en ik zag een mooi gebouw. De vuilverbrander van AVR die werd gesloopt. Dat vond ik zonde. Dus gingen we even kijken en zei ik: hier kan ik wel een pretpark bouwen. En dat wilde de wethouder ook wel.”

De Speelstad zou in 2015 openen, maar er werd ingebroken, er brak brand uit en de bouw loopt vertraging op. Van der Most mikt op 2017.

Is nóg een pretpark nou wel zo’n goed idee?

„Het is midden in de stad! Op een unieke locatie! Ach, zo’n gebouw. Je wordt er verliefd op.” <<