Meer inspraak? Onzin! Benut de bestaande mogelijkheden

Wij herkennen ons niet in de eisen van de bezetters, schrijven Rosa d’Adelhart Toorop, Lars Benthin en Caspar Safarlou.

Met stijgende verbazing hebben wij en vele andere studenten de bezettingen van het Bungehuis en Maagdenhuis gadegeslagen. De circa honderd bezetters vertegenwoordigen ons niet.

De bezetters eisen dat de medezeggenschap verbetert, het ‘rendementsdenken’ stopt en de kleine studies blijven bestaan. Nu heeft het universitair onderwijs een probleem, en moet het zeker een inhaalslag plegen – maar de eisen van de Nieuwe Universiteit bieden niet de oplossing.

Wij voelen ons al jaren onvoldoende gerepresenteerd door onze student-vertegenwoordigers: niet in de universiteitsraden en niet door de studentenbonden in Den Haag. De groep studenten die zich bezighoudt met medezeggenschap, komt uit een kleine kring. Dat de meerderheid van de studenten medezeggenschap niet interessant vindt, blijkt ook uit de opkomst bij de verkiezingen voor universiteitsraden: die blijft vaak steken op zo’n tien procent.

We hebben nu lang genoeg geaccepteerd dat pluche-plakkende universiteitspolitici geen stip op de horizon zetten, maar kiezen voor grauwe middelmaat. Door de invoering van het leenstelsel voor studenten wordt een miljard euro extra geïnvesteerd in universiteiten en hogescholen. En bijna alle studentenpartijprogramma’s zetten in op duurzame koffie en gesubsidieerde cultuur.

We moeten echter inzetten op investeringen in 21ste eeuwse zaken als digitalisering, internationalisering en ambitieus, kleinschalig onderwijs.

Nogmaals, wij herkennen ons niet in de eisen uit het Maagdenhuis. De medezeggenschap moet beter? Onzin: de huidige medezeggenschapsrechten worden nauwelijks benut en de kwaliteit van student-vertegenwoordigers is zwaar onvoldoende. Daarnaast gaan partijen de harde confrontatie met elkaar en de universiteitsbesturen nog te vaak uit de weg.

Universiteitspartijen moeten eerst zélf investeren in de kwaliteit van de kandidaten. De vertegenwoordigers van de studenten moeten diverser en capabeler worden. Zo kan de universiteitsraad, die voor de helft uit studenten bestaat, het beleid van de universiteit bepalen, zeker nu de raden instemmingsrecht krijgen over het geld dat vrijkomt uit het leenstelsel.

Een andere eis uit het Maagdenhuis betreft het stoppen van het ‘rendementsdenken’ en het handhaven van de kleine studies. Natuurlijk, een student moet zich ook náást zijn studie kunnen ontplooien – maar die ontplooing moet dan wel uit meer bestaan dan de hele dag op de bank hangen met een PlayStation-controller. Wij stellen voor dat studenten en individuele tutors samen een volwassen studieplan opstellen. Zo’n plan biedt ruimte aan maatschappelijke activiteiten, maar houdt de lat hoog.

Nog een andere eis van de bezetters is de handhaving van de kleine studies. Ook onzin; het is onredelijk om studies als Tsjechisch, waar maar twee studenten in geïnteresseerd zijn, te behouden. Nee, we moeten slim samenwerken, al dan niet in internationaal verband, om de verschillende studies te blijven aanbieden. Op die manier kunnen kleine studies behouden blijven, zonder universiteiten op onmogelijke kosten te jagen.

Dus nee, wij voelen ons niet vertegenwoordigd door de studenten in het Maagdenhuis. Daarmee zeggen we niet dat het onderwijs aan onze universiteiten is zoals het zou moeten en kunnen zijn. Wel kiezen we voor andere, betere oplossingen. Die gaan uit van de ambitie van de student en zijn eigen verantwoordelijkheid. En van maximale kansen voor iedere student om het beste onderwijs van de wereld te krijgen.

Daarom komen wij met een nieuwe studentenvertegenwoordiging: De Vrije Student. Die student is op zoek naar de hoogste kwaliteit van onderwijs en naar de beste kansen om zich binnen en buiten Nederland te ontplooien. Die student gaat er gewoon voor.