Column

Wel poepen, niet vegen

Omdat het er zo goedkoop was overwinterde ik een paar jaar geleden in Tunesië. Reden voor het reisbureau om me gisteren aan die reis te herinneren. Alsof ik het vergeten was!

In gedachten stond hij weer voor me: Mohammed van Azur-Reizen, een student met een baard. Hij wachtte ons op bij het vliegveld van Tunis, waar hij met een kartonnen bord naast een jeep stond.

Hij sprak Nederlands, tenminste, dat dacht hij, en zei de hele tijd ‘ik ben blij!’.

Na het inladen van de tassen maakte hij een buiging en gaf hij ons ieder een takje jasmijn. We moesten er eerst aan ruiken en het daarna achter een oor steken.

Volgens Mohammed betekende dat: „Ik ruik lekker.”

We stapten in de jeep, bij een tussenstop stapte er een andere Tunesiër in. Hij had een nors, pokdalig gezicht en rookte de ene na de andere sigaret. Het regende zo hard dat de straten overstroomden, niet echt het zonnige Tunesië zoals ze ons dat beloofd hadden.

Mohammed draaide zich om en zei: „Na regen komt zonneschijn.”

Toen we daarom moesten lachen draaide hij zich om met een aanvulling: „Maar in Tunesië zeggen we: het regent als een koe die pist.”

Daarna vertelde hij over Tunesië en de Tunesiërs. Iedereen was er aardig, het Berbervolk woonde in holen – „heel, heel gastvrij” – de couscous was er lekker en we moesten op kameelsafari en ook een leren jas kopen op de markt.

Toen hij was aanbeland bij ‘de Romeinse tijd’, botste de jeep ter hoogte van een tolhuisje tegen een betonnen muur. De chauffeur sloeg met zijn vuisten op het stuur en schold in het Arabisch, Mohammed draaide zich om en zei dat hij blij was dat we ongedeerd waren.

„Wij zijn ook blij”, antwoordde ik.

Daarna kregen de chauffeur en Mohammed ruzie.

In een wegrestaurant wachtten we uren op een man van de Tunesische wegenwacht, die toen hij er eenmaal was, met een grote hamer op de jeep sloeg.

Het verhaal eindigde ermee dat we met een andere jeep, naar een ander hotel in een andere plaats werden gebracht. Naar een hotel in de vorm van een croissant. Er was daar geen zon of strand en er waren daar ook geen andere gasten of personeelsleden, zelfs geen croissants.

Maar alles werd goedgemaakt door de uitleg van onze gids Mohammed die namens zijn werkgever zei dat Azur Reizen er alles aangedaan had om ons een onvergetelijke week te bezorgen.

Op persoonlijke titel voegde hij er later aan toe: „Het was half werk, in Tunesië zeggen we dan: ‘wel poepen niet vegen’.”