Maar wat als Nederland gewoon Paarshaat heeft?

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: waarom Rutte en Samsom amper greep op het campagnenieuws krijgen.

Ofwel: zou het kunnen dat er zoiets als Paarshaat bestaat?

Door Tom-Jan Meeus / Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het zijn campagneweken die voortreffelijk passen bij Harold Macmillan. De voormalige Britse premier (1957-1963) die verwoordde wat machtspolitici vlak voor verkiezingen vrezen: Events, dear boy, events.

Deze keer hebben we een overaanbod aan events. Geert Wilders (PVV/ziek), Jan Marijnissen (SP/interne kritiek), Opstelten & Teeven (VVD/Cees H.), Marjolein Faber (PVV/zoon), Mark Verheijen (VVD/declaraties): de rij politici die het nieuws haalt met ongemakkelijke of onverwachte feiten is lang en divers.

Zitten ze daar met hun campagneplannen. Soms tonnen gereserveerd om greep op de beeldvorming te krijgen – en dan moeten toezien dat zich allerlei beelden vormen, behalve het beoogde.

De gevolgen kunnen groot zijn. Zo ervoer de coalitie dat zelfs de mooie CPB-cijfers van donderdag het in de nieuwscyclus verloren van wéér een affaire: de uitbetaling door Justitie, veertien jaar (!) terug, van een vreemd hoog bedrag aan crimineel Cees H.

Toch hoefde je geen blinde aanhanger van Rutte II te zijn om te zien dat zich, na jaren kwakkelen, een omslag voltrekt. Groei van een kleine 2 procent, tekort dat sneller daalt dan voorzien: sappeltijd voorbij, de lente begint.

En als zelfs dit geen collectieve nieuwservaring meer teweegbrengt, kan dat bijna geen toeval meer zijn. Natuurlijk: al die events hebben hun eigen aantrekkingskracht. En fragmentatie van mediaconsumptie versterkt dit: elke burger zijn eigen feiten en affaires op de smartphone; elke burger zijn eigen campagne.

Maar iets zegt me dat hier meer speelt. Laat ik het, om de gedachten te bepalen, een woord geven: Paarshaat.

Want zou het kunnen dat samenwerking van VVD en PvdA, zoals we die eerder in Paars I en II (1994-2002) zagen, per definitie weerzin bij kiezers oproept? Dat de kiezer het gewoon niet wil?

Ook die eerste twee kabinetten boekten inzake de economie uitstekende resultaten – om in 2002, als perverse politieke klasse, afgeserveerd te worden. Het openbaarde, hoe paradoxaal, een diepe weerzin tegen de professionals: tegen politici die moeiteloos samenwerkten hoewel hun partijen, PvdA en VVD, elkaar sinds de jaren vijftig naar het leven stonden.

Het fijne van campagnes is dat je politici buiten de veiligheid van de eigen omgeving ziet. Zo belandde ik woensdag bij het studentencorps van de VU, waar een stuk of acht senatoren optraden in zo’n zaaltje met de geur van verschraald bier. Even verderop werd het Maagdenhuis bezet. Die actiemethode steunden deze studenten niet, het oogmerk wel: verzet tegen ‘het rendementsdenken’.

Met dat begrip was iets opmerkelijks: waar het jarenlang gelaten geaccepteerd was, wisten die paar studenten alle weerzin ertegen in beeld te brengen. Het frappante in dat zaaltje was dat alle aanwezige senatoren – alleen PVV en SGP waren niet present – zich óók tegen dit ‘rendementsdenken’ keerden.

Logisch leek dit me niet: feit is dat sinds de jaren tachtig alle grote partijen verantwoordelijkheid droegen voor het idee dat je prestaties van docenten en studenten in moet meten, en ze daarop kunt ‘afrekenen’. Inclusief de holle prestatiebureaucratie die eruit voortkwam – uitbetalen per promotie, publicaties tellen, citatie-indexen, etc. Gegevens die uitsluitend waarde voor managers hebben – en onderwijs en onderzoek ondermijnen.

Ik zal niet zeggen dat Paars dit in de jaren negentig heeft bedacht: dat is namelijk niet waar. Wie de oorsprong achter dit denken wil weten, komt terecht bij mensen als – schitterende ironie – Pim Fortuyn, die er begin jaren negentig uitvoerig over publiceerde.

Maar feit is dat dit rendementsdenken onder Paars het grote compromis was tussen de VVD, die lagere overheidsuitgaven wilde, en de PvdA, die het omgekeerde nastreefde. Dus deden zij alleen nog aantoonbaar efficiënte uitgaven.

Dit was helemaal paars: een managementformule, een technisch compromis, om een moeilijk overbrugbare kloof te dichten. Een gerationaliseerde aanpak die voor coalitie en bestuur voortreffelijk uitpakte – en de ongemakkelijke gevolgen bij de burger legde.

Nadien nam het rendementsdenken een hoge vlucht. In de gezondheidszorg, bij politie en justitie, bij defensie, op ministeries, bij de spoorwegen: bijna overal worden prestaties en opbrengsten nu permanent gemeten. Vaak ging het langs de burger heen, maar niet in het onderwijs, bij de spoorwegen en in de zorg: logisch dat daar de grootste grieven tegen het verschijnsel bestaan.

En wie wil begrijpen hoe het kon dat relatief kleine integriteitkwesties in deze campagne zoveel ophef geven, komt ook hier terecht: politici die de nadelen van de eigen bestuurlijke formules bij de machteloze burger deponeren, kunnen op geen coulance meer rekenen als zij zelf in de fout gaan.

Voor de PVV, altijd op afstand van de Haagse claque, was dit een nieuwe ervaring – en dat kon je merken. Toen bekend werd dat lijsttrekker Marjolein Faber bij de Gelderse PVV met subsidie een bedrijf in de arm nam waarvan haar zoon vennoot is, vroeg de Volkskrant maandag waarom zij, uit al die honderden internetbedrijfjes, nou net dit bedrijfje inhuurde. ,,Omdat het goed, goedkoop en betrouwbaar is’’, zei ze.

Punt was alleen dat zij dit amper kon weten: in de notulen van de Gelderse PVV-fractie stond lezen dat pas 31 oktober 2012 werd besloten dat ,,MF’’ (Marjolein Faber) „MR Websites” zou vragen. Op dat moment bestond dit goede, goedkope en betrouwbare bedrijf anderhalve maand: sinds 14 september 2012. En de eerste factuur vergoedde Fabers fractie 1 november 2012 al, één dag nadat de Gelderse PVV het bedrijf in de arm had genomen.

Dus als de Gelderse Staten, die woensdag over de zaak vergaderen, een beetje doorzoeken zullen ze zien dat het bedrijfje van Fabers zoon wel héél snel een voortreffelijke reputatie bij de Gelderse PVV wist te ontwikkelen.

Maar de PVV is lang niet de enige die zichzelf deze dagen in de voet schiet: ook op links speelt van alles. Zo werd de SP opgeschrikt door het pleidooi, in deze krant, van de Brabantse gedeputeerde Johan van den Hout om partijvoorzitter en SP-icoon Jan Marijnissen te lozen.

Marijnissen zou te autoritair zijn – „bij de wilde beesten af”. Een bommetje. Al weet ik niet of je dit in campagnetijd – partijleuze: Reken Af – moet laten ontploffen.

Ook in de PvdA-Kamerfractie smeult het. Daar gaat het om een opdracht die het partijbestuur gaf aan oud-voorzitter Felix Rottenberg. Hij moet nieuwelingen voor de volgende Kamerverkiezingen vinden. Dat is dus nogal vroeg, wat voor de hand liggende speculaties voedt.

Rottenberg heeft een reputatie op dit gebied: onder hem werd de Kamerfractie in 1994 grondig vernieuwd. Dus de schrik onder Kamerleden zit erin. Op recente vragen in de fractie werd gezegd dat de partijleiding niet opnieuw, zoals in 2012, gedwongen wil worden in korte tijd een lijst samen te stellen.

Maar toen laatst uitlekte dat Rottenberg het vertrokken Kamerlid Myrthe Hilkens had gevraagd hem te assisteren (Hilkens sloeg het aanbod af), voedde dit de angst dat veel Kamerleden afgeserveerd zullen worden: geen geweldige timing nu het kabinet én de partij na 18 maart mede afhankelijk zijn van de rust die deze fractie weet te bewaren.

Maar goed: niet alles loopt slecht voor de coalitie. Op de vloer van het RTL4-debat, waar je kon zien dat andere leiders het mentale overwicht van Rutte accepteren, deed zich donderdagavond een slimme rolverwisseling voor. Terwijl D66 en CDA hamerden op meer bezuinigen om het belastingstelsel te hervormen, wezen Samsom én Rutte die bezuinigingen af. Zo was het alsof D66 en CDA het kabinet vormden, en VVD en PvdA de oppositie: reken maar dat de coalitiepartijen aan dat beeld vast willen blijven houden.

Het onderstreept hun probleem. De vraag blijft of deze twee coalitiepartijen niet te veel goodwill hebben verspeeld om zich op 18 maart nog voldoende te herstellen. En of de politiek niet moet accepteren dat kiezers, ook als het beter gaat, blijven hechten aan vertrouwde tegenstellingen tussen links en rechts. Dat Paars per definitie tot weerzin van de kiezer leidt.

Dat Paarshaat gewoon bestaat.