Lekker laconiek

Bijzonder

Ik stel me zo voor dat de meeste Rotterdammers voornamelijk in de Mathenesserweg komen om hun telefoon simlockvrij te laten maken of een nasi rames speciaal te halen. Maar helemaal aan het begin op de hoek zit nog een goede reden om hiernaartoe af te reizen: Eetlokaal Kuiter.

Het is een sober eethuisje. Houten vloer, de tafels ruim uit elkaar. De zwarte schuifdeuren met vierkante glazen raampjes naast de lege witte muren geven de ruimte iets sereens, als zo’n Japanse kamer met papieren muren. De bediening bestaat uit een vriendelijke jongeman in een verwassen Iron Maiden-shirt. Achter een navelhoog muurtje staat chef Joris Koëter vijf dagen per week in zijn eentje te koken. Hoe druk het ook is. Misschien dat hij het daarom zo simpel mogelijk probeert te houden. „Ik deed het eerst met makreel, maar met haring is het nog lulliger”, zal hij later zeggen. En: „Die kappertjes zijn gewoon van Carbonell uit een potje.” Wat moeten we ons voorstellen bij de parfait? „Oh, een soort Viennetta.” Hij kan laconiek doen, ondertussen staat hij wel erg lekker te koken.

De menukaart is ook van ‘doe maar gewoon’: een A4’tje met vier voorgerechten en vier hoofdgerechten, in gemiddeld vijf woorden omschreven, en drie toetjes (‘kaas/ijs/taart’). Op aanvraag kan iets vegetarisch gefabriceerd worden. De keuze is uit drie gangen voor 32 euro of vier voor 40 euro; dan krijg je twee voorgerechten. Er staan heel wat wijnen open (veertien stuks), voor gemiddeld 6 euro krijg je volle glazen.

Op het bord

We beginnen met een bord mosselen waarmee ik elke ochtend zou kunnen ontbijten. Fluwelen joekels zijn het, stuk voor stuk. In een saus van witte wijn met overdadig veel tijm en boter. Samen met de natuurlijke zoetheid van de mosselen geeft dat een honingachtige sensatie. Bloedworst met camembert is een goede combi, maar het gerecht is erg bonkig: grove dobbelsteentjes appel in grove-mosterdvinaigrette over stukken sla en drie plakken bloedworst met klodders gesmolten kaas erover. De helft was ook prima geweest. De bloedworst is een beetje cakeachtig, niet zo lekker rul. De zompige boterham er onder had getoast mogen zijn.

De artisjokkenstoof is een huiselijk, warm gerecht, met wortel, ui en gerookte spekjes (en weer lekker veel boter). Hoewel ik er maar drie terugvind op m’n bord is de smaak enorm overgenomen door de spekjes. Op zich geen probleem natuurlijk (spek + boter + ui = heel oké), maar wel een beetje zonde van die artisjokken. Die zijn hun smaak wat verloren in de stoof.

De zure haring is zeer gaaf, een beetje Scandinavisch. Twee filets met een stevige, rauwe structuur, licht gepekeld en daarna in het zuur gelegd met knolselderij en wortel. Bietjes met crème fraîche geven romige zoetheid, waterkers met vers geraspte mierikswortel een peperige finishing touch. Grof, simpel, maar met een uitgekiende balans.

Artisjok en haring zijn overigens lastig te combineren met wijn. Het is wel heel gedurfd om één wijn aan te raden die bij allebei zou passen. Helaas doet de greco dat ook niet. Hij blaast weg of wordt weggeblazen. Bij de haring in het zuur hoort een aquavit of een ijskoude Hollandse jenever. Het wijnadvies bij de mosselen was overigens wel spot on (viognier, Michel Gassier, 6,25 euro).

Over de hoofdgerechten kan ik kort zijn: simpel en goed. De eendenbout is zacht gekonfijt, het vel knapperig gebakken in zijn eigen vet. Gestoofde slahartjes passen er perfect bij. Een hele tarbot (een kleintje, ook wel tarbotine genoemd) is goed gebakken, het sappige vlees komt mooi van de graat. Beurre noisette met kappertjes (die uit dat potje) en citroen is dan alles wat je wilt.

Toetjes? Opnieuw: simpel en goed. Oké, de citroentaart is meer dan simpel en goed (nu moet ik zelf niet laconiek worden). Die is echt héél goed: een dunne, puntgave brosse bodem met een bijna lopende, rinse lemoncurdvulling en een gebrand suikerlaagje (zoals bij crème brûlée).

Eindoordeel

De voorgerechten zijn soms wat te grof en groot, de hoofdgerechten zijn ‘gewoon’ precies wat ze moeten zijn en de citroentaart is te gek. Chef Koeter kan laconiek doen, hij staat verdomd lekker te koken.

    • Joël Broekaert