Laat het studieaanbod niet afhangen van grillige 18-jarigen

Taalstudie is echt iets anders dan taalcursus. Leer scholieren dat het om een wetenschap gaat, betoogt Rens Bod.

Kleine studies zijn in Nederland van onevenredig groot belang. Dat geldt niet alleen voor de taalstudies, maar ook voor kleine bètastudies zoals wiskunde, sterrenkunde en scheikunde. Een aantal jaar geleden werden deze bètastudies aan sommige universiteiten met opheffing bedreigd. Door slimme samenwerking heeft men dit voorkomen. De laatste jaren worden juist de taalstudies bedreigd, vooral door een tekort aan studenten. Het probleem van kleine studies roept echter een algemene en meer fundamentele vraag op: willen we het in stand houden van vakgebieden laten afhangen van de keuze van achttienjarigen?

Neem Arabisch, dat gek genoeg een kleine taal heet omdat er aan sommige universiteiten minder dan tien studenten per jaar op af komen. Iedereen begrijpt dat diepgaande kennis van de Arabische taal en cultuur van groot belang is in deze tijd. We hebben op ambassades in de Arabische landen mensen nodig die de taal, geschiedenis en cultuur begrijpen en de problematiek van binnenuit kunnen beschrijven. Dit geldt ook voor talen van andere landen, in de opkomende economieën van Oost-Europa, Afrika en elders in de wereld. Veel van die talen staan onder druk aan de Nederlandse universiteiten. „Als achttienjarigen een taal niet willen studeren, schaffen we die maar af”, is de teneur onder universiteitsbestuurders. Om rendabel te zijn moet een studie minimaal 20 studenten per jaar trekken.

Het opheffen van taalstudies is enorm riskant voor Nederland als kennis- en exportland. Bovendien is de keuze van achttienjarigen tijdgebonden, terwijl een opgeheven studierichting nooit meer terugkomt.

De plannen van sommige universiteiten om kleine studies samen te voegen tot bredere studies (zoals Internationale Studies of een Liberal Arts College) lijken aan de ene kant een goed idee. We hebben immers ook generalisten nodig die expertise hebben op meerdere terreinen en dwarsverbanden kunnen aanbrengen. Aan de andere kant kunnen we niet zonder specialisten die een taal in alle finesses beheersen. Het is ongeloofwaardig om te stellen dat men zich een taal eigen kan maken binnen een veel bredere studie. We hebben beide nodig: brede opleidingen naast specialistische taalstudies.

De huidige protestbewegingen stellen terecht dat het belang van een studie niet kan worden afgemeten aan een simpel rendementsommetje. Het belang van een studie hangt af van allerlei andere factoren die cultureel, historisch, politiek, sociaal en uiteraard wetenschappelijk van aard zijn. Zelf ageer ik al lang tegen het afrekenen van studies op basis van rendementen en studentenaantallen.

Eindelijk is het rendementsdenken in Nederland tot algehele zondebok verklaard. Zelfs de minister heeft zich het vocabulaire van de protestbewegingen eigen gemaakt. We moeten er echter voor waken om van het ene uiterste naar het andere te schieten. Daarbij moeten we ons ook afvragen waar de almaar dalende interesse in taalstudies vandaan komt. Wat speelt zich af in de hoofden van achttienjarigen? Is het niet merkwaardig dat huidige studenten alle talen willen behouden, mits ze die zelf maar niet hoeven te studeren? Het lijkt soms alsof studenten geen zware studie meer willen volgen aan de alfafaculteiten. Een taalstudie als Chinees, Arabisch of welke vreemde taal ook vergt zeer veel oefening. Bovendien schrikken studenten nogal eens van de pittige theoretische taalkunde die door alle taalstudenten moet worden gevolgd.

De kiem van dit probleem ligt op de middelbare school. Een goede voorbereiding op wat een taalstudie daadwerkelijk inhoudt is essentieel. En die voorbereiding moet deel uitmaken van het programma op de middelbare school, en moet worden gedoceerd door academisch opgeleide docenten. Nog steeds komen taalkundige theorieën niet aan bod op het vwo, terwijl biologische of natuurkundige theorieën uitgebreid worden behandeld. De wetenschappelijk geïnteresseerde scholier zal zich daarom eerder tot een bètastudie aangetrokken voelen dan tot een alfastudie. Al te vaak wordt gedacht dat een taalstudie niets anders is dan een taalcursus, alsof sterrenkunde niets anders zou zijn dan sterrenkijken. Dit misverstand moet zo snel mogelijk uit de wereld worden uitgeholpen. Dat kan alleen als de alfavakken als wetenschappen worden behandeld in het middelbaar onderwijs.