Huh, een spin? Waar dan?

Als jij je verstopt, waar ga je dan heen? Onder je deken, achter het gordijn, in het hoekje achter de deur... Maar er zijn ook veel dieren die zich verstoppen zonder zich te verstoppen. Ze lijken zo veel op hun verstopplek, dat ze niet opvallen. Dat heet camouflage, net zoals met soldaten die gevlekte kleren aan hebben en een helm met blaadjes op hun hoofd.

Een jong wild zwijntje met streepjes valt nauwelijks op tussen het gras. Of een wandelende tak, die zie je soms dágen niet als ze bij je thuis in een bak zitten. Er zijn ook roofvissen die precies op een puisterige rots lijken, tot er een visje langs zwemt die niets doorheeft... En natuurlijk de kameleon!

Jezelf camoufleren kan op veel manieren. Je kunt dezelfde kleur hebben als je verstopplek (dat doet de kameleon). Je kunt dezelfde vorm én kleur hebben (dat doen de rotsige vis en de wandelende tak). Maar het allerbeste is ... dezelfde vorm en kleur hebben, én ook nog toneelspelen.

In Azië woont een spin die dat doet. Het is een heel rare spin, die in het Japans de onaga-gumo heet. Hij heeft geen Nederlandse naam, maar we kunnen hem best de ‘wandelende takspin’ noemen. Want de wandelende takspin kan zich supergoed als een takje camoufleren.

Hoe hij dat doet? Hij is grijsgroen. Hij heeft een heel onspinnig lang achterlijf. Maar zijn mooiste truc is dit. Als hij overdag ligt uit te rusten op een draad spinrag, strekt hij zijn vier voorpoten uit naar voren, en zijn vier achterpoten naar achteren.

Je ziet helemaal niet meer dat het een spin is! En wespen zien het ook niet, en dat is nog veel belangrijker, want wespen eten wandelende takspinnen.

Weet je trouwens wat wandelende takspinnen eten? Andere spinnen. Maar dat doen ze ’s nachts.