Het grillige pad van Homo

Ophef over de vondst van een onderkaak in Ethiopië. Begon de evolutie van de mens veel eerder dan gedacht?

Deze reconstructie toont de Olduvaikloof in Tanzania, 18 miljoen jaar geleden. Illustratie Mauricio Antón

Het is maar een onderkaak. En nog een zwaar gehavende ook. De helft ervan is verloren gegaan. De voortanden ontbreken. En ter hoogte van de eerste kies zit een diepe barst.

Maar het is wél een bijzondere kaak. Volgens de onderzoekers die de onderkaak deze week in Science beschrijven, gaat het om het oudste fossiel van een mens van het geslacht Homo dat tot nu toe gevonden is.

De onderkaak is 2,8 miljoen jaar oud. Tot nu toe gold een bovenkaak van 2,3 miljoen jaar oud als het oudste menselijke fossiel. Daarmee duwt de onderkaak de oorsprong van Homo een half miljoen jaar dieper de oertijd in.

Het kaakje is volgens de onderzoekers een mengelmoes van oud en nieuw. De kin is primitief, maar de tanden zijn die van een Homo. „De kaak wijst naar het verleden, de tanden naar de toekomst”, concludeert onderzoeker Bill Kimbel.

Promovendus Chalachew Seyoum raapte het mensenkaakje in 2013 van een helling in het Afar-gebied in Ethiopië. Seyoum zag drie kiezen boven het zand en grind uitsteken. De Afar-regio staat bekend om de vele fossielen van mensen en aapmensen die er gevonden zijn. Ongeveer vijftig kilometer verderop is het beroemde skelet van aapmens Lucy opgegraven.

Bijna was de eigenaar van de kaak een tijdgenoot van Lucy geweest. De soort van Lucy – Australopithecus afarensis – lijkt 2,9 miljoen jaar geleden te verdwijnen. Deze kleine aapmensen liepen al rechtop, maar hadden nog de herseninhoud van een chimpansee. Paleontologen plaatsen Lucy en haar soort daarom in een ander geslacht dan Homo: Australopithecus.

Waarin verschilden de eerste mensen van Australopithecus? Waren ze langer, slimmer? Daar durft Kimbel niets over te zeggen. „We zien de grootste verschillen in het gebit. Met je boerenverstand zou je zeggen dat ze iets anders aten”, zegt hij. Australopithecus at waarschijnlijk typische savanneplanten zoals gras en vetplanten, schreef Kimbel in juni 2013 in het tijdschrift PNAS. Maar wat de eerste mensen dan aten, daar waagt hij zich niet aan.

„Deze kaak komt uit een periode waarvan we bijna niets weten”, zegt Kimbel. „Er zijn weinig menselijke fossielen gevonden die tussen de 3 en 2 miljoen jaar oud zijn. De juiste aardlagen liggen in Afrika niet aan de oppervlakte, of zijn al lang geleden geërodeerd.”

De periode tussen 4 en 3 miljoen jaar geleden, de tijd van Lucy, heeft juist veel fossielen opgeleverd. En ook uit de periode ná 2 miljoen jaar zijn relatief veel skeletten en schedels bekend. Zo leefde er rond 2 miljoen jaar geleden een Australopithecus met moderne trekjes, de Zuid-Afrikaanse Australopithecus sediba. Andere australopitheci ontwikkelden zich juist tot gorilla-achtige, rechtoplopende planteneters (het geslacht Paranthropus). Ze maalden planten fijn met forse kiezen en zware kaken.

Maar twee miljoen jaar geleden liepen óók al veel mensen van het geslacht Homo rond. Zoals Homo habilis, ‘de handige mens’. Deze vroege Homo-soorten hadden grotere hersenen dan Australopithecus en gebruikten stenen werktuigen.

Ergens tussen 3 en 2 miljoen jaar geleden moeten de lijnen van de aapachtige Australopithecus en Homo uit elkaar zijn gegaan. Kimbel en zijn collega’s denken dat het onderkaakje van 2,8 miljoen jaar oud daar de stille getuige van is.

Niet iedereen schrijft de kaak toe aan een mens. Antropoloog Tim White, kenner van vroege mensen, ziet in de kaak een nazaat van Australopithecus afarensis. „De auteurs baseren hun classificatie op een trits vrij subtiele verschillen”, zegt hij. „Maar uit een onderkaak met vierenhalve tand kun je nu eenmaal niet veel afleiden.”

Bom

Eén vraag ligt dus als een bom onder deze discussie: wat bepaalt of een soort Homo is of niet? Kan een kies het verschil maken tussen mens en aapmens?

Alles baseren op één kies of kaakje gaat te ver, vindt Chris Stringer, paleoantropoloog bij het Natural History Museum in Londen, maar een antwoord heeft hij zelf ook niet. „Wat betekent het om mens te zijn?”, vraagt hij zich af. „Zijn het onze kleine kaken en tanden, ons grote brein, onze lange benen, ons gebruik van gereedschap en het eten van vlees, of een combinatie daarvan?”

Vroeger was het simpel, zegt de Nederlandse paleontoloog Fred Spoor. Hersenomvang bepaalde wie mens was en wie niet. De grens lag tussen 600 en 700 milliliter, de herseninhoud van Homo habilis.

„We weten nu dat hersenen niet zo belangrijk waren in de evolutie van vroege mensen”, zegt Spoor. „De grootste verschillen zaten in de tanden en het gezicht.” Spoor trok die conclusie in een artikel dat hij óók deze week publiceerde, in Nature.

Spoor en zijn team maakten een digitale restauratie van de kaken, schedel en het gezicht van Homo habilis. Hij vergeleek de kop met die van andere vroege mensen die tussen 2,1 en 1,6 miljoen jaar geleden leefden, zoals Homo rudolfensis en Homo erectus. De herseninhoud verschilde nauwelijks, hun gezichten des te meer.

Het gezicht van Homo erectus leek het meest op dat van moderne mensen: zijn kiezen stonden in een wijde boog, zoals bij de moderne mens, Homo sapiens. De kiezen van Homo habilis stonden recht achter elkaar. Dat gaf deze soort een vooruitstekend snuitje. Homo rudolfensis had juist een kort en plat gezicht, met prominente jukbeenderen „Net als een topmodel.”

De vondst van het oeroude Homo-kaakje komt Spoor daarom goed uit. Als de lijn van Homo 2,8 miljoen jaar oud is, betekent het dat er genoeg tijd was waarin verschillende Homo-soorten hun eigen gezicht en tandenbezetting konden evolueren.

Een vroege oorsprong van Homo kan misschien óók de komst van de eerste stenen werktuigen verklaren. In de jaren 90 vonden archeologen in Ethiopië meer dan 3.000 scherpe snijstenen van 2,6 miljoen jaar oud. Wie had ze gemaakt? Destijds waren australopitheci de enige kandidaat. Nu ligt het voor de hand dat vroege mensen die werktuigen maakten.

„Ik snap die gedachte wel”, zegt kaakontdekker Kimbel. „Maar we moeten geen overhaaste conclusies trekken.” Pas als meer fossielen gevonden worden, zal Kimbel zich uit durven spreken over het dieet, gedrag en uiterlijk van de eerste mensen.

Meer fossielen, het is de eeuwige droom van de antropoloog. Kimbel is optimistisch: „De laag waarin we deze kaak gevonden hebben, heeft nog meer voor ons in petto.”

    • Lucas Brouwers