Het geluid van windmolens in de nacht. Wfff. Wfff.

In aanloop naar de Statenverkiezingen van 18 maart bezoeken twee verslaggevers de twaalf provincies en tekenen alledaagse zorgen van de kiezers op. Over windmolens nabij huizen bijvoorbeeld. „Ik ben pislink.”

Arjen Schreuder in Zuid-Holland

Het Wapen van Nieuw-Beijerland was vanmiddag eigenlijk niet geopend, maar voor een gesprek over de bouw van vijf gigantische windmolens naast zijn huis en hotel maakt eigenaar Jan van den Berg graag een uitzondering. „Ik ben pislink.”

Onlangs besloten Provinciale Staten niet langer te wachten tot de gemeente Korendijk in de Hoeksche Waard eindelijk de meest geschikte locatie voor de gevaartes aanwijst, maar zelf het heft in handen te nemen en een oude aanvraag van een boer voor de bouw van windmolens op zijn land in behandeling te nemen.

„De provincie is geïrriteerd over de houding van de gemeente. Daarvan zijn wij als bewoners de dupe”, zegt Renée Ruisch van de Stichting tegen Windturbines aan het Spui. Hoteleigenaar Van den Berg: „Ik verwacht dat het gaat zoals met de gaswinning in Groningen: eerst nemen politici een besluit en later zeggen ze dat het hun spijt. Ik heb het helemaal gehad met die politieke slimheid.”

Windmolens op land zijn een pain in the ass voor provincies. Met het Rijk hebben de provincies afgesproken dat ze zesduizend megawatt aan windenergie op land realiseren. Dat is nodig om 14 procent van de energie in Nederland duurzaam op te wekken in 2020. Maar wie wil er zo’n molen in z’n achtertuin?

De afgelopen twee jaar hebben ze in de Hoeksche Waard ontdekt hoe schadelijk de molens kunnen zijn. „Er zijn onderzoeken die verschrikkelijke dingen aan het licht brengen. Van slapeloosheid tot zware stress”, zegt Renée Ruisch. De effecten doen zich nog vóór de bouw gelden. „Ik lig nu al wakker van het idee dat die windmolens er straks staan”, zegt Hélène Bouman, die straks op een paar honderd meter van een windmolen woont. Laatst is ze met vakantie naar Zeeland gegaan, om in een bungalowpark met een windturbine in de buurt te ervaren hoe het is. Verschrikkelijk. „Wffff. Wffff.” Ook Diane Bas slaapt nu al slecht. „Ik ben helemaal geen overgevoelige zeurpiet. Maar je hoort de hele nacht een zoevend rotgeluid. Dat weet ik, want ik ben laatst ook een weekeindje met vriendinnen in Zeeland geweest. Ik werd daar ontzettend nerveus van.” Het woongenot daalt, kortom. Hélène Bouman: „We hebben hier een strandje waar we in de zomer zwemmen. Dat ligt straks naast de windmolens.” Renée Ruisch: „Ze worden hoger dan de Euromast.” Enkele woningen zijn onlangs al aanzienlijk lager getaxeerd. Diane Bas: „Je kunt hier nooit meer meer weg.”

De omwonenden zeggen niet tegen windmolens in de Hoeksche Waard te zijn. Renée Ruisch: „Maar waarom moeten ze uitgerekend dichtbij mensen komen? Is de natuur belangrijker dan de mensen?”

De provincie vindt het eigen besluit best verstandig. „De indruk wordt wel eens gewekt dat wij blind doordrammen. Dat is niet juist”, zegt gedeputeerde Govert Veldhuijzen (CDA). „Wij hebben deze locatie uitgezocht omdat die aan de randen van de Hoeksche Waard ligt, buiten de natuurgebieden. De windmolens komen op vierhonderd tot vijfhonderd meter afstand van de woningen. Wij houden ons netjes aan de normen.” Andere gemeenten werken wél mee. Dat hier zowat alle omwonenden bezwaar hebben en er tientallen protesten zijn ingediend, doet aan de zorgvuldigheid van het beleid niets af. „Draagvlak is een belangrijk, maar niet allesbepalend criterium. We kunnen het niet iedereen naar de zin maken. Dan halen we de doelstellingen voor duurzame energie niet.”