‘Een gezin met twee kinderen betaalt 1.500 à 2.000 euro aan student’

Dat zei Charles Groenhuijsen in Pauw

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Aan de tafel van Pauw werd afgelopen woensdag een generatiestrijd gevoerd. Twee studenten zaten tegenover een VVD-kamerlid en journalist Charles Groenhuijsen om te praten over het Maagdenhuis. Groenhuijsen vond de bezetting onzin. Studenten hebben de plicht hun studie snel te doorlopen, zei hij. Studeren is immers prijzig, en dat wordt betaald door anderen: „Een gezin met twee kinderen betaalt tussen de 1.500 en 2.000 euro per jaar om een student te laten studeren.”

Waar is het op gebaseerd?

Groenhuijsen stuurt een simpele rekensom. Het kabinet geeft in 2015 7 miljard euro uit aan het hoger onderwijs: dat staat in de onderwijsbegroting. Groenhuijsen heeft dat bedrag gedeeld door 16 miljoen Nederlanders: 437 euro per persoon. Als je dat vermenigvuldigt met vier, krijg je ongeveer 1.750 euro.

En, klopt het?

Zo simpel als deze som suggereert ligt het in werkelijkheid niet. Niet alle Nederlanders betalen immers belasting: kinderen bijvoorbeeld niet. Daarnaast betaalt niet iedereen evenveel belasting.

Hoe bereken je dan hoeveel belasting mensen kwijt zijn aan hoger onderwijs? Daarvoor moeten we eerst weten welk deel van de overheidsuitgaven naar hoger onderwijs gaat. De totale begroting voor 2015 is ruim 183 miljard euro; 7 miljard daarvan wordt besteed aan hoger onderwijs. Dat is 3,8 procent van de begroting.

Hoeveel geld dat per persoon is hangt ervan af hoeveel de gemiddelde persoon verdient. Een werkend stel met kinderen onder de 18 verdiende in 2013 volgens het CBS gemiddeld 85.600 euro. De gemiddelde Nederlander draagt 36 procent van zijn inkomen af aan belastingen en premies, berekende de OESO in 2009. 36 procent van 85.600 is 30.816 euro: dat betaalt dit gezin aan de staat. 3,8 procent hiervan gaat weer naar onderwijs: 1.171 euro. Lager dus dan de 1.750 euro van Groenhuijsen.

Maar de belastingafdracht verschilt erg per huishouden. Mensen met een uitkering betalen überhaupt geen inkomstenbelasting, dus zij betalen bijna niets mee aan de onderwijsbegroting.

En hoe zit het met rijke en arme huishoudens? Elsevier heeft in 2010 voor vijf modelhuishoudens uitgerekend hoeveel belasting zij afdragen. Een stel met kinderen dat samen modaal verdient (32.000 euro per jaar) betaalt bijvoorbeeld 10.541 euro belasting per jaar. 3,8 procent daarvan is 400 euro. Een stel met volwassen kinderen dat samen 160.000 euro verdient, draagt via de belastingen jaarlijks bijna 3.000 euro bij aan het hoger onderwijs.

Maar er zijn nog twee belangrijke kanttekeningen. Ten eerste: een deel van de 7 miljard gaat naar onderzoek, niet naar onderwijs. Het bedrag dat Nederlanders betalen om ‘een student te laten studeren’ ligt dus eigenlijk lager dan de bovenstaande bedragen.

Een nog belangrijker punt is dat hoger onderwijs niet alleen geld kost, maar ook geld oplevert. Jaarlijks berekent de OESO in zijn rapport Education at a glance voor alle aangesloten landen hoe rendabel het primair, secundair en tertiair (hoger) onderwijs er is. Een Nederlander die hoger onderwijs volgt, brengt meer op dan hij kost, blijkt uit het laatste rapport uit 2014. De gemiddelde man die hoger onderwijs heeft gevolgd, levert 132.000 euro meer op dan hij heeft gekost; voor een vrouw is dat 82.000. Dit komt onder andere doordat hoger opgeleiden tijdens hun carrière meer belasting gaan betalen dan anders het geval was geweest.

Conclusie

Een gemiddeld werkend Nederlands stel met kinderen betaalt jaarlijks via de belasting 1.171 euro mee aan het hoger onderwijs; minder dus dan het bedrag dat Groenhuijsen noemde. Een deel van die 1.171 euro gaat naar onderzoek, dus niet naar de studenten. Daar komt nog bij dat onderwijs ook geld oplevert. Een Nederlander die naar het hoger onderwijs gaat, levert uiteindelijk zelfs meer op dan hij heeft gekost, berekende de OESO in zijn jaarlijkse rapport over onderwijs. We beoordelen de stelling dus als onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt