Een enorme sjaal

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

‘In de geschiedenis van de vertelkunst zijn verschillende stijlen de revue gepasseerd, psychologiserend, theologiserend, maar Flora (1) blijft me voeden met iets wat even mysterieus als fundamenteel voor het leven is, even tijdloos als verfrissend.’ De adequaat vertaalde roman van de Amerikaanse schrijfster Gail Godwin (1937) is gelukkig niet zo pompeus als deze even gewichtige als onbegrijpelijke zin op de eerste bladzij doet vrezen. Integendeel, Flora is juist een ingetogen verteld verhaal over de verlatenheid en onbezonnenheid van een kind, en ook over spijt en berouw. De ik-persoon, Helen, beschrijft de zomer van 1945, die zij als 10-jarig meisje, ‘heen en weer geslingerd tussen verveelde zelfingenomenheid en hevige twijfel’, doorbrengt in gezelschap van haar 22-jarige achternicht Flora, op wie zij in kinderlijke overmoed nogal neerkijkt. In noodgedwongen isolement bewonen zij een vervallen huis op een heuvel in Noord-Carolina, terwijl Helens vader in Tennessee werkt aan een project dat zal uitmonden in de bom op Hiroshima. Maar de wroeging waarom het uiteindelijk draait in deze roman, wordt veroorzaakt door een andere ramp. Godwin, die meer dan een dozijn romans op haar naam heeft staan, blinkt uit in stemmingsbeelden en dialogen.

Behalve politicus en ondernemer is Roger van Boxtel een groot muziekliefhebber. In Van trilling tot rilling(2) een flauwe titel die aan reclamerijmpjes doet denken – stelt hij de vraag wat de kracht en waarde van muziek is. In woorden uitgedrukte antwoorden zijn per definitie machteloos: ‘Muziek verbroedert en verbindt ... Muziek is een universele taal ... Muziek kan hard en diep raken ...’ Het aardige van dit boekje zit ’m niet in dit soort gepraat in cirkels (de magie van muziek is dat zij een magische werking heeft), maar wel in de pogingen van Van Boxtels gesprekspartners – elf in getal, van Jaap van Zweden tot Willeke Alberti en van Dick Swaab tot Paul Witteman – om te vertellen wat muziek doet met het gevoelsleven. Maar ook hoe behalve de emotie in het brein de cognitieve functies worden geactiveerd door alle mogelijke vormen van muzikale beleving. Zie ze geestdriftig spartelen, lees hoe aanstekelijk zij hun hersens laten kraken – en spoed u naar de concertzaal.

Muziek kan iemand gelukkig maken, maar over dit onderwerp is niets te vinden in Ben je gelukkig? (3), waarin Volkskrant-columnist Peter Middendorp zijn beste stukjes heeft gebundeld. Wel komen we opnieuw Roger van Boxtel tegen, met een adembenemend mooie sjaal: ‘De sjaal was felgeel, zacht, glanzend, en ongetwijfeld uit de fijnste zijde, of het fijnste satijn of kasjmier vervaardigd. De sjaal was enorm. Als twee vorsten lagen de helften over het kostuum op de borst en buik van Van Boxtel. In mijn hele leven had ik nog nooit zo’n prachtige, doorluchtige, belangrijke sjaal gezien. Ach, dacht ik, had ik maar zo’n sjaal.’ Waarna een hilarische beschrijving volgt van een Haagse scène waarin Van Boxtel een glansrol speelt. Middendorp is ijzersterk in zijn licht sarcastische stukjes over politici, die de overhand in deze bundel hebben. Ook zijn verhaaltjes over diverse dagelijkse beslommeringen zijn prettig onderkoeld en goed geschreven, zolang hij maar niet op Carmiggelt probeert te lijken. Zelfvertedering ligt op de loer, maar daar staat de nodige zelfspot tegenover.

Zelfspot was bepaald niet het handelsmerk van J.J. Voskuil, die zichzelf en alles wat hem in zijn volgens hem zinloze bestaan overkwam bloedserieus nam. Dat maakt zijn autobiografische romancyclus Het bureau en daarin vooral de scènes uit het huwelijk van Maarten en Nicolien Koning zo grotesk. Na zijn dood in 2008 bleek dat Voskuil ook een toneelstuk, Mensenkinderen(4), aan dit krankjorume echtpaar had gewijd. Het werd gepubliceerd in Tirade en in 2010 opgevoerd met Kees Hulst en de inmiddels overleden Els Ingeborg Smits in de hoofdrollen. Op de planken kwam het stuk niet helemaal tot zijn recht. Daarvoor deed het te veel denken aan Who’s afraid of Virginia Woolf en Voskuil is geen Albee. Des te beter dat Mensenkinderen, met de absurdistische dialogen die we kennen uit Het bureau, nu in boekvorm is verschenen. Weliswaar heten Maarten en Nicolien hier Karel en Klaartje, maar het zijn honderd procent dezelfde personages. Karel heeft ‘de pest aan mensen die zich tekort gedaan voelen’, Klaartje voelt zich voortdurend tekort gedaan. Daar komt ruzie van.