De rechter gunde V&D geen uitstel

De twee advocaten stonden tegenover elkaar in de V&D-zaak. „Het was hard tegen hard.”

De advocaten Jan Willem de Groot van Houthoff Buruma (boven) enJesse Zijlma van BarentsKrans (onder). Foto’s Merlijn van Doornerik

Ineens was het conflict tussen V&D en de verhuurders van zijn winkelpanden uit de openbaarheid verdwenen. Een maand geleden leek dat onwaarschijnlijk: toen stonden de partijen nog tegenover elkaar in de rechtbank. V&D vocht voor zijn voortbestaan – en daarmee het behoud van 10.500 banen. De grootste vastgoedeigenaar, IEF Capital, eiste dat V&D huur zou betalen.

Nu lijkt het rustig, maar achter de schermen zijn de ruim vijftig vastgoedeigenaren met V&D in onderhandeling over structurele huurverlagingen. Er moet een permanente oplossing komen, anders komt V&D opnieuw in geldnood.

Twee jonge advocaten voerden het juridische gevecht vorige maand voor de rechtbank in Amsterdam: Jesse Zijlma (35) van het Haagse BarentsKrans, namens IEF Capital, en Jan Willem de Groot (39) van het Amsterdamse Houthoff Buruma, namens V&D. De zaak in het kort: IEF eiste betaling van de huur en ontruiming van de vier belangrijkste panden omdat V&D had aangekondigd vier maanden geen huur te zullen betalen. V&D stelde dat ontruiming direct tot faillissement zou leiden.

Maar niet alleen voor hun cliënten waren de belangen groot, ook voor de advocaten was het een spannende zaak: hét moment om zichzelf te profileren. Beide advocaten zijn jong, maar ze verschillen van stijl. Het is de Zuidas versus Den Haag, een grote naam versus een minder bekend kantoor. Een uurtarief dat start vanaf 475 euro (Houthoff) tegenover een tarief dat begint bij 380 euro (BarentsKrans). Al willen de advocaten niet zeggen welk tarief zij voor V&D en IEF Capital hebben gerekend.

Een maand later blikken de twee advocaten afzonderlijk van elkaar terug. Hoe verliepen de hectische dagen voor het kort geding? Hoe hebben zij de rechtszaak, die veel media-aandacht trok, ervaren? En, ook niet onbelangrijk in de advocatuur, wie heeft er gewonnen?

Het is voor het eerst sinds V&D dit jaar in een overlevingsstrijd terechtkwam, dat vertegenwoordigers van de warenhuisketen en van IEF uitgebreide interviews geven.

Voorbereiding: 72 uur

Jan Willem de Groot zit in de auto als zijn telefoon gaat. Het is vrijdagmiddag, vijf uur. Zijn kantoor belt of hij namens V&D het kort geding tegen IEF Capital wil voeren. Eén dingetje: het staat al voor dinsdag gepland. De Groot: „De oproepingstermijn was zó ongebruikelijk kort. Dat verbaasde mij.” Onzin, riposteert Zijlma: V&D is herhaaldelijk om „verhinderdata” gevraagd.

De zitting is nog maar nauwelijks ingeroosterd, of er komt bij de rechtbank aan de Parnassusweg al een fax van Houthoff binnen. Een verzoek om uitstel. „Het is haast ongelooflijk dat je zo’n zaak in drie dagen moet voorbereiden”, zegt De Groot nu. „V&D leefde volledig in de veronderstelling dat ze uiteindelijk met IEF tot een oplossing zou komen en had zich dus niet voorbereid op een rechtszaak.”

Zijlma heeft echter haast en protesteert tegen uitstel. Niet voor niets heeft hij er een dag eerder bij de rechtbank op aangedrongen dat het kort geding juist zo snel mogelijk plaatsvindt. Juristen doen dat nog per fax, legt hij uit. „Eerst bel je en dan zeg je: ik ben het er niet mee eens, er komt nu een fax aan.”

De rechter blijkt gevoelig voor het spoedeisend belang dat IEF Capital claimt, en gunt V&D geen uitstel. Zijlma: „Het is gewoon heel leuk dat dat lukt. Het is vervelend als je je cliënt moet bellen: het wordt toch twee weken later omdat Houthoff geen tijd heeft.”

Houthoff moet dus aan de bak op vrijdagavond. Op het kantoor op de Zuidas wordt in allerijl een ‘V&D-team’ geformeerd en een agenda opgesteld voor de komende 72 uur. Zaterdag moet V&D allerlei informatie aanleveren, zondag werkt het advocatenteam aan de pleitnotitie. Die avond wordt de eerste versie „afgevuurd naar de cliënt”, zegt De Groot. Maandagochtend schuift V&D aan voor overleg.

De Groot voelt zich „vereerd” dat hij deze „mooie zaak” mag doen. Hij denkt te weten waarom het kantoor hem heeft gevraagd. „Het ging om gooi- en smijtwerk, er moest hard worden teruggeduwd.” In het weekend maakt hij zich wel zorgen over de krappe timing.

Waar Jan Willem de Groot in teamverband opereert, zit zijn confrère Jesse Zijlma die zaterdag alleen op kantoor aan het Lange Voorhout zijn pleitnota te tikken. In de voorbereiding krijgt hij wel hulp van collega’s. „Als ik dan aan het eind van de avond op ‘send’ druk, denk ik ‘yes!’ Dat klinkt kneuterig, maar zo is het wel.”

Natuurlijk heeft Zijlma zijn Houthoff-collega van tevoren gegoogeld, zegt hij. De Groot kijkt altijd wat voor rechter de zaak behandelt. „Is dat iemand die we moeten helpen, tussen aanhalingstekens? Of iemand die snel tot de kern komt en niet op geouwehoer zit te wachten?” Ook leest hij zijn verhaal voor aan zijn collega’s, ter voorbereiding. „Dan hoor je: dit is een brakke zin, dit moet anders. Is het niet te lang? Te staccato? Zit er genoeg jeu in?”

Zitting: druipende pleitnota

Als advocaat Zijlma van IEF zijn eerste woorden heeft uitgesproken, gooit een geluidsman van de televisie per ongeluk een beker water over zijn pleitnota heen. Zijlma moet zijn pleidooi staken en wachten tot een bode de boel heeft drooggedept. „Toen dacht ik: ja hoor, dat komt natuurlijk op tv. Dat je daar met je druipende pleitnota zit en dat dát dan het achtuurjournaal haalt.”

Maar daarna gaat het los. De zitting duurt 2,5 uur. „Het was hard tegen hard”, zegt De Groot. „Bikkelhard. IEF was de facto uit op een faillissement. Einde oefening voor V&D.”

Beide heren hebben goed nagedacht over hoe ze hun cliënt afschilderen – en hun tegenstander. De Groot heeft het consequent over Vroom & Dreesmann. „Om de familiebedrijfgedachte te benadrukken”, denkt Zijlma. „Wij hebben juist een paar keer de naam van Don Roach laten vallen.” De Amerikaan Roach was ten tijde van het kort geding topman van V&D, maar toch vooral de financiële man van eigenaar Sun Capital. „Wij wilden de agressieve, Amerikaanse stijl van Sun onder de aandacht brengen.”

Van zijn eigen cliënt IEF wil Zijlma juist beklemtonen dat het een net Nederlands bedrijf is en „geen foute private-equitypartij die de kas leegrooft”. De Groot heeft het juist consequent, een beetje spottend, over ‘ief’, in plaats van I-E-F. „Wij hebben het bedrijf op kantoor tot ‘ief’ bestempeld”, legt De Groot later uit. „Dat vonden we wel grappig.”

Zijlma betoogt ter zitting dat V&D zich gewoon aan de afspraak moet houden. Zijn doel: „Die huur binnenhalen.” Het verweer van V&D is dat de huurlasten omlaag moeten, om een faillissement te voorkomen. Tegelijk wil De Groot het „kaartenhuisverhaal” niet te veel accentueren. Ja, de situatie is ernstig, maar er is óók een oplossing, is zijn betoog. „Anders denken mensen: het is uitzichtloos, ik snap wel dat die verhuurder voor zichzelf opkomt.”

V&D moet niet te „zielig” overkomen, zegt De Groot: „Je kunt beter uitstralen: we weten precies waar we het over hebben en wat we aan het doen zijn.” Sympathie winnen, daar is de advocaat niet voor gekomen. „Dat was niet mijn missie.” Zijlma had dat anders aangepakt, zegt hij. „Ik had me iets bescheidener opgesteld.” Hij lacht. „Het is natuurlijk zijn goed recht, maar hij deed alsof wij er niks van begrepen.”

Nasleep: spek- en bonenvonnis

Dan de hamvraag: wie heeft er nu uiteindelijk gewonnen? Dat zullen we nooit weten. De rechter zou op vrijdag uitspraak doen, maar op donderdag liet IEF Capital het vonnis „tot nader order” opschorten. De verhuurder wilde onderhandelingen buiten de rechtszaal toch nog een kans geven.

Fijn voor hun cliënten natuurlijk, maar spijtig vinden de advocaten het stiekem wel. „Heel jammer dat je geen spek- en bonenvonnis kunt krijgen”, zegt Zijlma. Hij was „superbenieuwd”. Ook De Groot was „nieuwsgierig” of hij zou hebben gewonnen – al denkt hij zelf van wel. Hij had er „flink veel fiducie” in. „Zonder arrogant te willen zijn: we waren overtuigd van een voor ons goede afloop.”

Zijlma betwijfelt of hij de ontruiming erdoor had gekregen. Zijn doel was dan ook vooral dat V&D de huur zou betalen en op normale toon met de verhuurders in gesprek zou gaan. In de dagen na het kort geding is dat ook gelukt. Op initiatief van IEF werd met alle verhuurders een voorlopige overeenkomst bereikt. „Daar verdient ief credits voor”, zegt De Groot. En dan: „Dat zullen ze leuk vinden, dat ik dat zeg.”