Clinton heeft formidabele tegenstander in zichzelf

De hang naar geheimhouding en andere minder aangename kanten van Hillary Clinton komen weer naar voren.

Foto ap

Maar één persoon kan de kroning van Hillary Clinton nog dwarsbomen – Hillary Clinton zelf. Hoewel ze zich nog niet gekandideerd heeft voor de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen, twijfelt niemand eraan dat ze dat de komende maanden zal doen. De organisatie achter haar is uitstekend, ze is populair, heeft geldschieters.

Haar kandidatuur staat zó vast, dat geen enkele Democraat van naam erop zinspeelt haar uit te dagen. Hillary Clinton, die op zijn vroegst in april haar kandidatuur bekend zou willen maken, speelt het spel mee. „Willen jullie niet eens een vrouwelijke president?”, zei ze deze week bij de progressieve vrouwenorganisatie Emily’s List. „In mijn leven moet ik miljoenen beslissingen nemen. Of ik mee wil doen aan de presidentsverkiezingen is er één van.”

Maar Clinton heeft een formidabele tegenstander in zichzelf. Dat is de Clinton die nodeloos voor problemen zorgt. Die achterdochtig, en geheimzinnig is. Deze week kwamen die karaktereigenschappen aan de oppervlakte, in een periode waarin Clinton liever in de luwte wil zitten.

Twee affaires legden daar deze week de nadruk op. Zo bleek dat The Clinton Foundation, de stichting die zich met buitenlandse ontwikkeling bezighoudt, grote bedragen incasseert van buitenlandse regeringen. Saoedi-Arabië gaf 25 miljoen dollar, de Verenigde Arabische Emiraten tien miljoen. Clinton ontkende dat die regeringen invloed bij haar kopen, anticiperend op haar nominatie.

De e-mailaffaire

En dan is er de ‘e-mailaffaire’, die maandag begon met een publicatie in The New York Times. Dit heeft alles in zich een nog groter probleem te worden. Los van de vraag of ze als minister regels heeft overtreden, legt de kwestie de nadruk op haar minder aangename kanten: een neiging tot geheimhouding, een weinig kritische entourage, en een ruime interpretatie van regels.

Clinton heeft in haar jaren als minister van Buitenlandse Zaken (2009-2013) al haar werkgerelateerde e-mail via een persoonlijk mailadres verstuurd. Door een persoonlijke server te gebruiken, en via het adres hdr22@clintonemail.com te mailen, is haar mail niet opgeslagen door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Misschien vond ze het praktischer, maar het is ook goed mogelijk dat Clinton juridische of politieke redenen had.

Nu haar nominatie al vrijwel vast staat, graven de Republikeinen in het verleden van Clinton. Congrescommissies vragen documenten op uit haar ministerstijd, om te zoeken naar misstanden. Clinton heeft na haar aftreden twee jaar de tijd gehad haar mailbestanden op te schonen, en zo munitie uit handen van haar tegenstanders te houden. Had ze bijvoorbeeld een Gmail-account gehad, dan had Google nog kopieën van gewist mailverkeer gehad.

Clinton was duidelijk proactief. Al in januari 2009, een week voor haar benoeming als minister, registreerde een oud-medewerker van Bill Clinton de domeinnaam clintonemail.com. Wat haar tegenstanders interessant vinden: haar IP-adres stond geregistreerd op een niet-bestaande naam, Eric Hoteham (Clinton heeft wel ooit een medewerker gehad met de naam Eric Hothem).

Medewerkers hebben haar mails nooit bewaard, wat volgens regels van de federale overheid wel had gemoeten. Volgens de Amerikaanse wet is al het professionele e-mailverkeer van ministers en ambtenaren eigendom van de overheid.

Twee maanden geleden vroeg Buitenlandse Zaken aan haar medewerkers om alsnog haar mailverkeer te sturen, zodat het gearchiveerd kon worden. Ze gaven 55.000 pagina met mails, maar naar alle waarschijnlijkheid is hier flink in geschrapt.

Filmpje

Waarom deze risico’s? Hillary Clinton gaf zelf ooit het beste antwoord op deze vraag. Deze week dook op website Buzzfeed een filmpje op uit 2000, waarin Clinton tijdens een diner uitlegde waarom ze toen nog geen e-mail gebruikte. „Als je ziet hoe vaak ik ben onderzocht en alles. Weet je, waarom zou ik eigenlijk e-mail wíllen?”

De Clintons lopen al decennia mee als publieke figuren, en hebben veel om niet trots op te zijn. Meer dan eens zijn ze doelwit van onderzoeken geweest. Whitewater (een mislukt vastgoedavontuur in Arkansas) en de affaire-Lewinsky (die haar man bijna het presidentschap kostte) hebben haar achterdochtig gemaakt, blijkt uit biografieën die de laatste jaren zijn verschenen.

Al tijdens de presidentsverkiezingen van 1992, toen Bill Clinton voor het eerst won, hield zij de regie over het binnenskamers houden van alle rotzooi, de buitenechtelijke affaires, de leugentjes en intriges.

Geheimhouding is Clintons modus operandi geworden. Ze schermt haar leven af van de buitenwereld, en werkt met een kleine groep vertrouwelingen. Een verslaggeefster van The New York Times beschreef in september een bezoek aan het Clinton Global Initiative in New York, een jaarvergadering met wereldleiders en filantropen. Een van Clintons medewerkers volgde haar tot aan de toiletdeur, om te voorkomen dat ze met iemand zou praten.

Benghazi

Juist haar instinct om uit de problemen te blijven, bezorgt haar nu de grootste moeilijkheden. Deze week stuurde de Congrescommissie die de moord op de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens (op 11 september 2012 in Benghazi) onderzoekt, een dagvaarding naar Clinton. Ze moet alle mails openbaar maken die met deze kwestie te maken hebben. Voor de Republikeinen is ‘Ben-ghazi’ het grootste wapen om het Clinton moeilijk te maken. Ze willen aantonen dat ze het terroristische karakter van de aanval op het Amerikaanse consulaat wilde verdoezelen.

Om de schade te beperken zei Clinton donderdag dat de mails die ze naar het ministerie heeft gestuurd openbaar gemaakt mogen worden. „Ik wil dat het publiek mijn e-mails ziet.” Dat is een wat dubbele boodschap, want over de vele mails die ze níet aan het ministerie heeft gegeven, heeft ze het niet.