Bluf, spin of de waarheid?

Voor een politicus zijn feiten wapens. Wie goed mikt kan zijn tegenstanders ermee tarten, maar wie zich slecht voorbereidt gaat geheid onderuit. nrc.next checkt zes stellingen uit het afgelopen debat.

Foto Robin Utrecht

Rutte: ‘We hebben de hoogste economische groei van Europa’

Volgens VVD-leider Mark Rutte groeit de Nederlandse economie harder dan die van andere Europese landen. Goed nieuws dus. Klopt het?

Ruttes woordvoerder nuanceert de uitspraak: volgens haar wilde Rutte zeggen dat „Nederland behoort tot de koplopers in Europa voor wat betreft de economische groei”. Rutte baseerde zich op cijfers van het Centraal Economisch Plan.

Volgens dit rapport was er in 2013 een economische krimp van 0,7 procent, in 2014 een economische groei van 0,8 procent en voor 2015 wordt een economische groei van 1,7 procent verwacht. De gemiddelde krimp van het eurogebied was in 2013 0,5. De groei in 2014 bedroeg 0,8 procent en de verwachting is dat de groei in 2015 1,3 procent wordt. Volgens de prognose zitten we boven het Europese gemiddelde.

In 2014 was de Nederlandse groei gelijk aan die van het eurogebied en nam een zevende plaats in op het gebied van economische groei. Achter België, maar nog voor Frankrijk.

Dat de economie van de EU in de plus zit, bevestigt ook Europees statistiekbureau Eurostat. Uit de meest recente cijfers blijkt dat de groei in de eurolanden vorig kwartaal gemiddeld uitgekomen is op 0,3 procent. De groei van de Nederlandse economie bedroeg in het laatste kwartaal van 2014 0,5 procent. Dat levert Nederland de gedeelde tiende plaats op, op het gebied van economische groei.

Hoewel zijn woordvoerder de uitspraak nuanceert, zei Rutte tijdens het debat dat Nederland de hoogste economische groei van Europa heeft. Uit de cijfers blijkt dit echter niet te kloppen. De uitspraak van Rutte beoordelen wij als onwaar.

Roemer: ‘Een vaste werknemer betekent: lager ziekteverzuim’

SP-leider Emile Roemer is geen liefhebber van flexibele arbeidscontracten: de nadelen voor de werknemers zijn groot. Vaste dienstverbanden zijn aantrekkelijker, óók bekeken door een economische bril, betoogde hij: kijk maar naar het ziekteverzuim. Dat is bij werknemers met een vast dienstverband lager.

Waarop baseerde Roemer zich? Zijn woordvoerder verwijst naar een wetsvoorstel uit 2012, waarin werd gesteld dat „het WIA-instroomrisico bij tijdelijke dienstverbanden fors hoger ligt dan voor vaste dienstverbanden”. Maar dat iemand met een tijdelijk dienstverband kennelijk vaker arbeidsongeschikt wordt, is een andere kwestie dan ziekteverzuim.

En dát is juist hoger onder werknemers met een vaste aanstelling, weet Seth van den Bossche, programmaleider Monitor Arbeid bij onderzoeksinstituut TNO. Hij verwijst naar de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2012, uitgevoerd door TNO en het CBS.

Daaruit blijkt dat het ziekteverzuimpercentage van werknemers met een vaste aanstelling 4,5 procent was, bij alle werknemers met tijdelijke contracten lag dat lager. Zij zijn onderverdeeld in categorieën: het verzuimpercentage bij mensen met een tijdelijk contract met zicht op een vaste aanstelling was 2,4 procent, bij een tijdelijk contract voor bepaalde tijd was het 2,8 procent. Bij uitzendkrachten 3,1 procent, bij invalkrachten 2,4 procent. Zzp’ers worden in dat onderzoek niet apart genoemd, maar een vergelijking uit een TNO-rapport uit 2013 (tussen arbeidsomstandigheden van vaste werknemers en zzp’ers) toont dat het ziekteverzuim van zzp’ers ook lager is.

In alle gevallen is het ziekteverzuim van vaste werknemers dus hoger dan van hen die geen vaste aanstelling hebben. De bewering van Roemer is dus onwaar.

Pechtold: ‘De belastingdruk is op dit moment de hoogste in 20 jaar’

De claim van D66-leider Alexander Pechtold dat de belastingdruk in twintig jaar niet zo hoog is geweest, is volgens D66-Kamerlid Wouter Koolmees gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2014 van het Centraal Planbureau uit maart vorig jaar. Daarin staat dat de ‘collectieve lasten’ in 2015 op 41,3 procent van het bruto nationaal product worden ingeschat. De collectieve lasten zijn de som van alle lasten voor burgers en bedrijven, aan zowel belastingen als sociale premies. Dat percentage was inderdaad voor het laatst in 1994 hoger: 42,5 procent. Pechtold had het alleen over ‘belastingdruk’, exclusief sociale premies. Die bedraagt in datzelfde CPB-overzicht 24,6 procent in 2015. Dát getal werd in de afgelopen twintig jaar herhaaldelijk overtroffen: 24,8 procent in 2010 bijvoorbeeld.

Er is nóg een nuance aan te brengen. De definitie van het bruto binnenlands product (bbp) werd vorig jaar door de statistische autoriteiten van Europa gewijzigd: de Nederlandse economie werd daardoor in de boeken in één keer 45 miljard euro groter. De terugwerkende kracht van die revisie liep tot 2001. Alle van het bbp afgeleide economische data werden navenant aangepast. Zo is de collectieve lastendruk in 2015 ineens gedaald tot 37,7 procent en de belastingdruk tot 23,6 procent. In 2006 blijkt de belastingdruk precies even hoog te liggen.

Pechtold zou gelijk hebben gehad als hij had gezegd dat de ‘collectieve lasten’ in twintig jaar, volgens de oude definitie van het bbp, niet zo hoog waren geweest als nu. Hij zei echter „belastingdruk” en die blijkt in de voorbije twintig jaar meerdere malen hoger te zijn geweest dan nu. Zijn bewering is dus onwaar.

Rutte: ‘Meer dan ooit uitgegeven aan de AIVD’

VVD-leider Rutte zei in het debat dat er meer dan ooit wordt uitgegeven aan de AIVD, en hij voegde daaraan toe dat er ook nog eens 40 miljoen bijkomt de komende jaren.

Het budget voor de AIVD is na 2000 flink omhoog gegaan. Van jaarlijks 50 miljoen euro in 2000 naar 202,5 miljoen euro in 2012. Vervolgens zou er bezuinigd worden op de AIVD, maar dat is door de opkomst van Islamitische Staat teruggedraaid.

Aanvankelijk zou de AIVD het dit jaar met 190 miljoen euro moeten doen. In de miljoenennota voor 2015 werd aangekondigd het budget direct met 25 miljoen euro te verhogen. Zo komt de AIVD-begroting uit op 215 miljoen euro en dat is inderdaad meer dan wat er ooit aan de AIVD is uitgegeven. Bovendien komt er nog meer geld bij. Vanaf 2020 gaat het inderdaad om 40 miljoen per jaar. De bewering van Rutte is dus waar.

Roemer: ‘We lopen 1.000 miljard mis dankzij belastingontwijking door multinationals’

Door gebruik te maken van slimme, maar legale constructies ontwijken multinationals flink wat belastinggeld. Onlangs kwam Starbucks om die reden in opspraak, eerder ook Apple. Die kwestie, die Emile Roemer ter sprake bracht, is momenteel een hot topic in Brussel. De ‘we’ waarover Roemer sprak omvat dan ook de gehele Europese Unie.

Het bedrag van 1.000 miljard wordt in die context vaak genoemd, ook al eens in deze krant. Maar waar is het op gebaseerd? Alles voert terug op een rapport uit 2012, van de Britse onderzoeker Richard Murphy van het Tax Justice Network. Daarin maakte hij per Europese lidstaat schattingen van de geldstromen die buiten het zicht van de fiscus blijven.

In 2009 (daarover gaat het rapport) werd er voor zo’n 860 miljard euro aan belasting ontdoken. Dat bedrag vult Murphy aan met 150 miljard aan ontweken belasting. Het verschil: wie belasting ontduikt, handelt in strijd met de wet; wie belasting ontwijkt, glipt door de mazen van de wet. Dat laatste is nog moeilijker in kaart te brengen, zegt Murphy.

De 1.000 miljard ontweken belasting ontstond eenvoudigweg door een optelsom van de twee getallen. Dat is op basis van Murphy’s rapport te kort door de bocht. Al helemaal omdat niet ontwijking maar ontduiking verreweg het grootste aandeel vormt. Het bedrag dat Europa misloopt door belastingontwijking ligt vermoedelijk lager dan 1.000 miljard. Harde cijfers ontbreken, daarom beoordelen we de stelling als niet te checken.

Samsom: ‘Voor het eerst in 40 jaar maken we de inkomensverschillen ietsje kleiner’

Dit kabinet heeft veel nivellerende maatregelen doorgevoerd, zei Samsom. 3 miljard is er verschoven van de hoge naar de lage inkomens, zei hij. Daardoor maakt het kabinet de inkomensverschillen voor het eerst sinds 40 jaar „iets kleiner”. Klopt dat?

Inkomensongelijkheid wordt vaak uitgedrukt in de zogenoemde Ginicoëfficiënt. De waarde daarvan ligt tussen de 0 en 1. Bij een volkomen gelijke inkomensverdeling is de waarde 0, als het totale inkomen geconcentreerd is bij één persoon is de waarde 1.

Het CBS houdt dit sinds 2000 bij, en het blijkt dat de ongelijkheid tot 2013 (het meest recente cijfer) nauwelijks is veranderd. In 2000 was de Ginicoëfficiënt 0,278, in 2013 0,271.

Als we kijken naar de Ginicoëfficiënt van kabinet-Rutte II, dan is die minimaal toegenomen. Toen het kabinet aantrad, eind 2012, was de coëfficiënt 0,270 en in 2013 0,271. De cijfers over 2014 zijn nog niet bekend. Volgens Samsoms woordvoerder zijn de effecten van het nivelleringspakket nog niet zichtbaar, omdat deze pas in 2014 is ingevoerd.

Eenzelfde beeld komt naar voren uit een rapport van de internationale organisatie OESO, die de inkomensongelijkheid sinds 1985 bijhoudt. Voor Nederland geldt dat de waarde sinds 1985 niet veel is gestegen, en in de tussenliggende jaren fluctueerde. In 1985 lag de Ginicoëfficiënt voor Nederland op 0,272. In 2012, het laatste rapportagejaar, op 0,278.

De cijfers zijn helder, maar wie bedoelde Samsom met ‘we’? Als hij een regerend PvdA bedoelde, klopt de uitspraak niet: de inkomensverschillen zijn, hoe klein ook, sinds 1985 wisselend kleiner en groter geworden. Ook tijdens regeerperiodes van de PvdA.

Volgens zijn woordvoerder bedoelde Samsom dat er sinds het kabinet-Den Uyl (1973-1977) niet zo’n pakket aan maatregelen door een kabinet is geïmplementeerd, met als actief doel de inkomensverschillen te verkleinen. Omdat de cijfers over 2014 nog niet bekend zijn en ook de effecten van het vorig jaar ingevoerde nivelleringspakket nog niet zichtbaar zijn, bestempelen we Samsoms uitspraak als niet te checken.

Factchecks door: Wilmer Heck, Bas Tooms, Thomas de Veen, Philip de Witt Wijnen