Assyrische stad zou door IS zijn verwoest

Restanten van de oude stad Nimrud, in de 13de eeuw voor Christus gesticht, zijn volgens Irak door Islamitische Staat met de grond gelijkgemaakt.

Foto L.A. County Museum

Militanten van de Islamitische Staat (IS) zijn begonnen de overblijfselen van de oude Assyrische stad Nimrud met de grond gelijk te maken, met bulldozers. Dat melden hoge ambtenaren van het Iraakse departement van Toerisme en Oudheden. Het nieuws wekte opnieuw woede en afgrijzen bij archeologen over wat één van hen, na de recente verwoestingen in het museum van Mosul, ‘archeologische genocide’ noemde. Een hoge VN-functionaris sprak gisteren van een ‘oorlogsmisdaad’. Nimrud, gesticht in de dertiende eeuw voor Christus, gold tot nu toe als het best bewaarde monument van de Assyrische cultuur in Irak.

Het bericht is nog niet door andere bronnen bevestigd en de omvang van de aangerichte schade is nog niet vastgesteld door een onafhankelijke partij. Sloop van Nimrud past niettemin in de selectieve beeldenstorm van IS. Kleinere kunstschatten uit pre-islamitische ruïnesteden, andere archeologische vindplaatsen en christelijke kerken worden verhandeld op de zwarte markt. Maar onroerend goed als pre-islamitische paleis- en tempelruïnes en grote ‘afgodsbeelden’ wordt verwoest. IS-militanten hebben vernietiging van Nimrud bovendien zelf aangekondigd. Toen ze met sloophamers tekeer gingen in het Ninawa Museum van Mosul zeiden ze tegen suppoosten: „Hierna is Nimrud aan de beurt.”

Nimrud is de (latere) Arabische naam voor de Assyrische stad Kalhu, die in het Oude Testament Calah of Kalakh heet. Shalmaneser I, van 1263 tot 1235 voor Christus koning van het Assyrische Middenrijk, liet de stad bouwen. Ashurnasipal II, koning van 883 tot 859 v. Chr., verhief Kalhu tot hoofdstad van het Neo-Assyrische Rijk.

De ruïnes van Kalhu/Nimrud liggen aan de Tigris, 30 kilometer ten zuidoosten van Mosul. Een deel van wat archeologen hier afgelopen anderhalve eeuw aantroffen is overgebracht naar Bagdad en naar musea in Europa en de VS, maar veel monumentale bouw- en beeldhouwwerken bleven staan. Zo stonden delen van Ashurnasipals paleis nog overeind; de poorten bewaakt door paren lamassu, kolossale, uit steen gehouwen gevleugelde stieren en leeuwen met een mannenkop.

Het Iraakse departement van Toerisme en Oudheden meldde donderdag dat IS begonnen was „de historische stad Nimrud te verwoesten met zwaar materieel”, lees: bulldozers. Het historische Kalhu besloeg zo’n 360 hectare en het is nog niet duidelijk of de resten gedeeltelijk of geheel zijn verwoest. Een bron bij een plaatselijke Iraakse stam zei tegen persbureau Reuters dat leden van IS „naar Nimrud kwamen, kostbaarheden roofden en vervolgens alles met de grond gelijk maakten. Er stonden standbeelden, muren en een kasteel.”

Irina Bokova, hoofd van Unesco, de VN-organisatie voor behoud van cultuur, noemt de verwoesting van Nimrud „de zoveelste aanval op het Iraakse volk, die ons er nog eens aan herinnert dat niets veilig is voor de culturele kaalslag die plaatsvindt in dat land. De opzettelijke verwoesting van cultureel erfgoed is een oorlogsmisdaad.”

De IS-militanten die met sloophamers de beeldencollectie van het museum in Mosul (vooral gipsen replica’s) stuksloegen, zeiden niet alleen dat ze Nimrud zouden vernietigen, maar ook de tempelstad Hatra (Arabische naam al-Hadr), waarvan de ruïnes ook in door IS bezet gebied liggen. Hatra was ooit de hoofdstad van het eerste pre-islamitische Arabische koninkrijk, een provincie met autonome status in het koninkrijk Parthië. Het hield stand tegen de Romeinen, maar werd in de derde eeuw ingenomen en verwoest door troepen van Sassanidisch Perzië. Er staat nog veel overeind, een uniek mengsel van hellenistische en oriëntaalse stijlen, maar archeologen maken zich nu grote zorgen over het lot van Hatra.