1 euro = 1 dollar, komt die tijd weer?

De euro daalde deze week nog verder ten opzichte van de dollar. De ECB pompt geld in de economie, de Amerikaanse Fed trapt alweer op de rem.

Banengroei VS stuwt dollar op

De oom die op zakenreis in New York nog even die goedkope iPad koopt voor zijn neefje. Het Nederlandse gezin dat de zon opzoekt in Florida omdat het zo betaalbaar is. Het winkelen en vakantievieren in de VS wordt voor Europeanen steeds minder aantrekkelijk: de euro blijft dalen ten opzichte van de Amerikaanse dollar, die voor de reiziger zo almaar duurder wordt. De afgelopen week zette die trend door: de koers van de euro daalde vrijdagmiddag tot 1,086 dollar – een niveau dat voor het laatst werd bereikt in 2003.

Hoe snel komt nu ‘pariteit’ in zicht, de gelijke koers van euro en dollar? 1 euro = 1 dollar, die situatie kwam twee keer eerder voor, kort na de introductie van de Europese munt in 1999, en ook weer even eind 2002.

Afgelopen week keken beleggers naar twee belangrijke aanwijzingen voor de euro-dollarverhouding. Op donderdag presenteerde de president van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, details over het programma van kwantitatieve verruiming, het opkopen door de ECB van staatsobligaties van eurolanden. En vrijdag publiceerde de Amerikaanse overheid nieuwe, gunstige cijfers over banen.

Het verruimingsprogramma van de ECB (quantitative easing, QE) is nu de drijvende kracht achter de verzwakking van de euro. Er komen veel meer euro’s op de markt. Vanaf aanstaande maandag koopt de ECB elke maand 60 miljard euro aan obligaties op – en betaalt daarvoor met geld. De geldhoeveelheid neemt toe en de euro wordt goedkoper. In januari werd aangekondigd dat het opkoopprogramma in Europa sowieso tot september 2016 zou duren. Maar critici vroegen zich tot donderdag af of de ECB aan dat plan vasthoudt. De groei in de eurozone trekt aan en de inflatieverwachting stijgt, dus is zo’n radicaal instrument wel zo lang nodig?

Draghi toonde zich weliswaar positief over de economie in het eurogebied: die zal in 2015, 2016 en 2017 groeien met respectievelijk 1,5, 1,9 en 2,1 procent, meer dan de ECB eerder had geraamd. De inflatie trekt aan, van 0 procent dit jaar tot 1,8 procent in 2017, zo verwacht de ECB. Maar groei en inflatie zijn nog kwetsbaar en onzeker, benadrukte Draghi. Daarom ziet hij „absoluut” geen reden om van het tijdpad af te wijken.

De eurokoers daalde tijdens Draghi’s persconferentie donderdag met bijna een volle cent. Dat had vooral te maken met dit soort twijfels die Draghi wegnam over het doorzetten van QE zoals aangekondigd.

Sommigen vroegen zich af of de ECB wel voldoende mogelijkheden zou hebben staatsobligaties te kopen: Duitsland geeft nauwelijks nog staatsschuld uit en de rentes op obligaties in onder meer Duitsland en Nederland zijn negatief. Daarop moet de ECB geld toeleggen. Maar Draghi verzekerde sceptici dat de bank óók die obligaties zal kopen. „Hoe negatief we zullen gaan? Tot de depositorente”. Die rente, die de ECB geeft op tegoeden die banken in Frankfurt aanhouden, staat op -0,2 procent. Alleen de rente op Duits tweejarig schuldpapier ligt lager, dus de ECB kan verreweg de meeste obligaties gewoon kopen.

Pariteit naderbij?

Het sterkt Georgette Boele, valutastrateeg van ABN Amro, in de verwachting dat pariteit binnen bereik is. „Draghi liet duidelijk merken: we gaan dóór met QE”, zegt Boele telefonisch. ABN gaat nog steeds uit van pariteit in het eerste kwartaal van 2016, maar na Draghi’s persconferentie en de sterke Amerikaanse banencijfers komt pariteit „mogelijk eerder”, zegt Boele. Carsten Brzeski, hoofdeconoom van ING, gaat uit van pariteit voor het einde van het jaar. „Als de prognoses slechter waren geweest, was de dollar misschien nóg sneller naar de euro gekropen.” Want dan zou de ECB nog ingrijpender euro’s op de markt moeten gooien, zo redeneert de analist.

De reden voor de stijgende dollar is niet alleen de zwakke euro. Ook de Amerikaanse economie, die dit jaar met circa 3 procent groeit, stuwt de dollar op. Want dat maakt de kans op een renteverhoging groter.

Terwijl de ECB nog maar net met geldverruiming is begonnen, trapt de Fed alweer op de rem: in oktober staakte de Amerikaanse centrale bank haar QE-programma. Dit jaar zal de Fed de rente, die al een tijd vrijwel op nul ligt, weer verhogen, zo verwachten beleggers. Als de economie blijft groeien, en als de huidige deflatiecijfer van 0,1 procent omslaat naar inflatie, wordt het monetaire beleid te ruim en dreigen zeepbellen.

Op 18 maart vergadert het Fed-bestuur. Vrijdag bleek dat de VS er in februari 295.000 banen bij kregen – meer dan de 240.000 waar economen van uitgingen. „Dit zijn zeer sterke cijfers. De Fed kan de rente al gaan verhogen in juni”, zegt Boele.

Onzekere olieprijs

Brzeski van ING vindt de Amerikaanse cijfers ook indrukwekkend, maar hij wijst wel op onzekere factoren als de olieprijs. De recente daling daarvan hadden maar weinigen voorspeld. Als de olieprijs verder inzakt, kan dat negatief neerslaan op de Amerikaanse economie, zegt Brzeski. „Amerika is inmiddels een energie-exporteur. Investeringen in schaliegas waren de afgelopen jaren de drijvende kracht achter het economisch herstel. Bij een te lage olieprijs valt die motor stil”.

Dat kan een reden zijn voor de Fed om voorzichtig te zijn met renteverhogingen. En dan kan het nog even duren voordat 1 euro precies 1 dollar is.