Zout is het ultieme materiaal

In aanloop naar de Statenverkiezingen van 18 maart bezoeken twee verslaggevers de twaalf provincies en tekenen alledaagse zorgen van de kiezer op. Compensatie voor winning van bodemschatten? „We zien wel wat er over ons heen rolt – typisch Drents.”

‘Hier moet het ongeveer zijn”, zegt Arie Fonk op een modderig bospad omringd door jonge eiken. Vlakbij klinkt autogeruis, verderop is een manege. Meer is er niet.

Heel Schoonloo, Drenthe, ligt bovenop een zoutkoepel. Een berg van zeker één bij twee kilometer massief zout onder de grond. Zoutkoepels in Nederland zijn er wel meer. Maar omdat precies onder Schoonloo twee breukvlakken de zoutmassa omhoog hebben gestuwd, ligt het dak van de koepel hier gemiddeld ‘slechts’ 120 meter onder de grond. En op sommige plaatsen, zoals pal onder dit onopvallende bospad, mogelijk maar twintig meter. Dat heb je in Nederland haast nergens.

Perfect voor de opslag van kernafval. Je hakt er wat zout uit, stopt er wat vaatjes verrijkt uranium in, bijvoorbeeld uit de kerncentrale van Petten, en klaar ben je. Na een kwart miljoen jaar is hoogradioactief afval gewoon weer op natuurlijk niveau.

Het zijn zo van die thema’s, weet elke politicus, die je beter even over de provinciale verkiezingen heen kunt tillen. Zeker als het over bodem gaat, en de minister Henk Kamp heet. En dus zal het plan voor de eindberging van radioactief afval, dat elke EU-lidstaat dit jaar moet indienen, nog even op zich laten wachten.

Maar Arie Fonk kent zijn provincie. Fonk, kunstenaar, vrijdenker en D66-raadslid voor gemeente Aa en Hunze, is in Drenthe geboren en getogen. Hij heeft er jarenlang in het Provinciehuis gezeten. Hij heeft gezien dat de Drent bij protest tegen kernafvalopslag in de jaren 70 zijn mannetje kan staan. Maar hij weet ook dat de Drentenaar bescheiden is. Op ’t zand had je geen adel, louter boeren. Aan samenwerken had je meer dan aan een grote mond. En kwamen ‘de Heeren uit het westen’ eens langs, dan deed de Drentenaar niet moeilijk: zij zullen het wel weten.

De provincie werd een wingewest. Al die mooie veldkeien gebruikte het westen voor dijken en bestrating. De Heeren ontgonnen het veen en boorden naar olie en gas. En toen dat allemaal op was, wilden ‘ze’ door diezelfde boorgaten weer CO2 lozen in de Drentse bodem.

Fonk toont een lijst met aardschokken van de afgelopen jaren. Hij heeft ze zelf geteld: 744 in Groningen, 95 in Drenthe. Komt door de gaswinning, denkt hij. Maar waar blijft de compensatie? Groningen krijgt alles, Drenthe steekt zijn hand niet op. „We zien wel wat er over ons heen rolt – typisch Drents”, zegt Fonk.

Om de lozing van kernafval vóór te zijn bedacht Fonk een mooi plan. Wat nu als we van die zoutkoepel een toeristische attractie maken? Geïnspireerd door een ondergrondse zoutkathedraal in Polen sloeg de fantasie op hol. Een ondergrondse wijnproeverij, een restaurant, een concertzaal met de perfecte akoestiek. „Zout kun je uithollen, sparen, houwen. Zout is het ultieme materiaal.” De gemeenteraad deed er lacherig over. Maar er kwam een spandoek. Zijn slotzin na elke begrotingsbespreking: „En dan zijn er nog de onbegrensde mogelijkheden met de zoutkoepel in Schoonloo...” En nu is er een zevenkoppige denktank die zich buigt over de mogelijkheden.

De uitwerking blijkt moeilijker dan gedacht. Maar er is geen haast. Nu kan tenminste het vingertje weer even omhoog als de Heeren straks roepen: kan dat kernafval niet in Schoonloo...