Verplicht anticonceptie als het niet anders kan

Veel mensen die beter geen kinderen kunnen krijgen, krijgen ze tóch. De rechter zou de wettelijke bevoegdheid moeten krijgen de belangen van potentiële ouders af te wegen, vinden Cees de Groot en Paul Vlaardingerbroek.

illustratie Jenna Arts

Er is veel kritiek op verplichte anticonceptie voor mensen die beter geen kinderen kunnen krijgen. Maar als verplichte anticonceptie geen optie is, hoe moet dan wel worden opgetreden in die heel concrete situaties waar iedereen het er over eens kan zijn dat daar echt geen kinderen meer zouden moeten komen?

In Rotterdam zijn nu tien gezinnen bekend waarbij het onbelemmerd laten voortduren van het risico van wéér een zwangerschap volgens iedereen (hulpverlener, huisarts, psychiater, politie) een zichzelf voltrekkend rampscenario is.

Bij een moeder met een schizofrene stoornis zijn eerder twee kinderen, beiden van onbekend gebleven verwekkers, kort na hun geboorte door de kinderrechter uit huis geplaatst. De vrouw bleek niet in staat enige praktische zorg aan de kinderen te geven.

De uithuisplaatsingen lieten de moeder onbewogen. Aandacht voor de kinderen ontbrak bij haar. Zij kon hen totaal niet verzorgen door haar stoornis. Daarna werd de vrouw weer zwanger van een onbekende verwekker. De behandelend gynaecoloog en psychiater boden haar aan om na dit derde kind een vorm van anticonceptie toe te passen. De vrouw sloeg het aanbod af. Ze gaf als reden, ook tegenover de rechtbank: „Ik wil zo snel mogelijk weer zwanger worden. Ik ben prostituee en mijn bezoekers kicken op seks met een duidelijk zichtbaar zwangere vrouw. Het gaat mij niet om het krijgen van een kind. Dat mogen jullie ergens plaatsen.”

Wachten op de volgende zwangerschap

Ik dacht als rechter met een unieke casus te maken te hebben. Maar een psychiater uit de verslavingszorg deelde mee dat dit in de kring van verslaafde prostituees met psychiatrische problematiek een bekende situatie is, waartegen behandelaren wel zouden willen, maar niet kunnen optreden. Het derde kind is ook uit huis geplaatst en het is nu dus lijdelijk wachten op een volgende zwangerschap. Mag dit gevaar in een dergelijk geval door verplichte anticonceptie worden tegengegaan of niet?

Het gevaar is dus: een kind krijgen waarbij al bij voorbaat vaststaat dat na de geboorte tot uithuisplaatsing moet worden beslist. Dat komt in strijd met de menselijke waardigheid. Maar is bekend of deze kinderen, wanneer ze zelf daarnaar worden gevraagd, er liever helemaal niet zouden zijn geweest?

Natuurlijk zal hun antwoord zijn: wij leven nu en willen dus verder leven. Maar met deze vraag is het eigenlijke probleem niet opgelost. Want deze vraag maakt niet het relevante onderscheid tussen de situaties van na een geboorte en vóór een verwekking en haalt deze daarmee op innerlijk tegenstrijdige wijze door elkaar.

Voordat een kind überhaupt is verwekt is er immers van het feitelijk onthouden van leven geen sprake. Er is alle reden dat met de belangen van een kind niet pas na zijn geboorte rekening wordt gehouden, maar reeds vóór zijn verwekking. De rechter zou de wettelijke bevoegdheid moeten krijgen de belangen van een toekomstig kind en die van de ouders als potentiële verwekkers af te wegen. En in extreme gevallen moeten kunnen beslissen dat het grondrecht van de ouder op voortplanting en evenzo het gelijke recht van gehandicapte personen op ouderschap ophoudt te gelden in geval een gevaarlijke gezinssituatie aanwezig wordt geacht.

Het krijgen van een kind is geen louter individuele aangelegenheid van de vrouw, maar een gezamenlijke aangelegenheid van moeder en toekomstig kind. Het omschreven gevaar rechtvaardigt dan ook een (beperkte) fysieke inbreuk op de integriteit van het lichaam van de vrouw.

Medisch gezien is het doodeenvoudig

De uitvoering van verplichte anticonceptie is medisch-technisch gezien eenvoudig. Naast de bekende prikpil (preventie voor drie maanden) en spiraaltje (preventie vijf jaar) voor de vrouw en de voor de man mogelijke ingreep van sterilisatie, kiest een toenemend aantal vrouwen, bij wie andere vormen van anticonceptie bijwerkingen veroorzaken of ook omdat zij een minder geregeld leven willen hebben, nu al vrijwillig voor het aanbrengen van een enige tijd geleden ontwikkeld implantaat.

Dit Implanon is een plastic staafje met een lengte van vier centimeter en een dikte van enkele millimeters dat in de bovenarm – aan de niet dominante binnenzijde – door een beperkte incisie, onder plaatselijke verdoving, wordt ingebracht. De ingreep duurt vijf minuten. Het staafje blijft voelbaar en controleerbaar voor de vrouw en de arts. De werking berust op hormoonafscheiding voor drie jaar.

Het kan kort na de bevalling worden toegepast, er is niet gebleken van bezwaar voor borstvoeding, kan tussentijds verwijderd worden, terwijl daarna weer sprake is van snel terugkerende vruchtbaarheid. Na de werkingsperiode van drie jaar kan met gebruikmaking van de incisie plaatsing worden herhaald. Deze vorm zou bij een opgelegde verplichting zich goed lenen voor toepassing.

Kortom: er is alle reden verplichte anticonceptie niet ongeregeld te laten.