Toen de vuurtoren nog een hart had

Het leven aan de top van verticale stad Rotterdam.

Foto Tessa Smit

Het is alsof je in het centrum van de zon staat. Want op de bovenste etage is het hart van deze toren: het licht. Op 14 februari 1894 werd het ontstoken en tachtig jaar lang wees het zeelieden de weg naar de haven van Rotterdam.

Het Hooge Licht: een vuurtoren uit de 19de eeuw: knalrood, vol overbodige romantische versierinkjes. Hij staat in Hoek van Holland, naast de Noordzee, aan de monding van de Nieuwe Waterweg – de poort naar Rotterdam. In 1974 zag niemand wat er mooi aan was: de kustlijn van Hoek van Holland werd opgespoten, de toren had geen functie meer. Maar één vijftienjarige jongen bleef wakker, René Vas. Jarenlang stalkte hij de gemeente, tot hij in 1982 werd uitgenodigd voor een gesprek. Zijn plan: de vuurtoren omtoveren in een vuurtorenmuseum.

Inmiddels is René 50 en heeft hij de toren 33 jaar in zijn beheer. „Een uit de hand gelopen hobby”, lacht hij. Hij heeft iets van een zeeman: leren jas met gouden zeemansknopen, haar in een staartje en op zijn linker arm een tatoeage van de Terschellinger vuurtoren de Brandaris, de eerste vuurtoren waarop hij verliefd werd.

De acht verdiepingen van het Hooge Licht heeft hij ingericht met lampen, kaarten, apparaten en kleding die iets vertellen over het leven van de vuurtorenwachter. Vuurtorenwachters ontstaken het licht en hielden het brandend, daarnaast keken ze uit over de zee en waarschuwden schepen voor gevaar, met vlaggen, seinlampen en vuurpijlen. De wereld was nog niet ontdekt, gevaar was overal: storm, zandbanken, zeemonsters en zeemeerminnen.

Op de zesde etage staat een bureau met een verrekijker en een logboek. „Kun je het voorstellen? Hier werkten ze dan, in shifts van vier uur.” Je hoort het gekraai van meeuwen, het ruisen van de wind en voelt iets wat je beneden vaak vergeet: dat er tijd is, alle tijd.

Buiten zie je Naaldwijk, Delft, Den Haag, Rotterdam en een paar honderd meter verderop: de toren die deze toren in 1974 vervangen heeft: een vierkante betonnen paal die helemaal zelfstandig opereert. Snel, goedkoop en functioneel. Zonder menselijk hart of overbodige versieringen.