Schorseneren met zeebaars

Schorseneren: niet ’s lands meest gegeten groente. Vooral het schillen van deze zwarte wortels vormt voor veel mensen een obstakel. Ze scheiden namelijk een kleverig wit sap af, dat op de handen al snel hardnekkige bruine vlekken geeft. Op www.schorseneren.nl staat een heus stappenplan voor het schillen van schorseneren, compleet met keukenhandschoenen en azijn. Als deze horde eenmaal genomen is, combineren de zachte, nootachtige stengels prima met zeebaars en witte wijn.

Houd de dikste schorseneer apart. Snijd de andere schorseneren in stukken van 5 cm. Dep goed droog met een theedoek. Fruit de knoflook en sjalotten in een flinke scheut olijfolie. Voeg de schorseneren toe en bak 5 minuten. Giet er de wijn en een glas water bij, tot de groente net onderstaat. Voeg zout en peper toe, leg het deksel op de pan en laat ongeveer 25 minuten koken.

Haal het deksel van de pan en laat doorkoken tot het vocht grotendeels is verdampt en er een sausje overblijft. Kerf de zeebaarsfilets aan de velkant een paar keer in en wrijf in met olie, peper en zout. Leg met de velkant naar boven in een ovenschaal en bak 15 – 20 minuten in de oven op 180 °C (NB: ik zou het korter doen, tot ze net niet meer doorzichtig zijn, JV). Maak van de achtergebleven schorseneer met een dunschiller dunne slierten. Bak deze in olijfolie lichtbruin. Breng op smaak met zout en peper. Laat uitlekken op een velletje keukenpapier. Verdeel de gestoofde schorseneer over twee borden en giet het sausje erover. Leg de zeebaars erop. Garneer met de krokant gebakken schorseneer.