Column

Psychotherapie voor 1,5 miljard mensen

Vier jonge Duitsers uit München besloten in november 1992 in actie te komen, nadat neonazi’s met molotovcocktails de huizen van twee Turkse gezinnen in het Noord-Duitse stadje Mölln hadden aangevallen. Twee meisjes en hun grootmoeder waren in de vlammen omgekomen.

Als protest organiseerden de vier jonge mannen in hun stad een demonstratie tegen vreemdelingenhaat, die een ‘keten van licht’ (Lichterkette) werd genoemd. Meer dan 400.000 mensen namen er met kaarsen, lampionnen, zaklantaarns en lichtgevende ballonnen aan deel. Het was de grootste naoorlogse betoging, en tal van andere Duitse steden namen het idee over.

Ruim 22 jaar later protesteert een van de organisatoren van destijds opnieuw, nu met een aanklacht tegen het antisemitisme onder Duitse moslims. In Die Zeit van deze week schrijft Gil Bachrach, journalist en televisieproducent: „De goede Duitsers staan erbij en kijken toe hoe een gediscrimineerde islamitische minderheid nieuwe kracht geeft aan het antisemitisme, dat een tijd lang goed in toom was gehouden. En we weten niet hoe we hiermee moeten omgaan.” Dat klinkt bekend.

Het artikel van Bachrach komt niet uit de lucht vallen. De recente terreuraanslagen van jihadisten in Parijs en Kopenhagen mogen in veel landen vooral herinnerd worden als aanvallen op de vrijheid van meningsuiting, het waren ook uitingen van blinde Jodenhaat – en slechts de meest recente uitingen daarvan. Fanatieke moslims vermoordden in 2012 in Toulouse en in 2014 in Brussel ook Joden bij terreuraanslagen. En het antisemitisme leeft niet alleen onder gewelddadige fanatici.

De Duitse pers besteedt de laatste tijd veel aandacht aan het ‘alledaagse antisemitisme’ onder moslims. Het aantal antisemitische delicten in Duitsland was vorig jaar 864, tien procent meer dan in 2013. In Berlijn besloot de Joodse gemeente onlangs uit voorzorg haar maandblad Jüdisches Berlin niet meer in doorzichtig plastic te versturen, maar in een ‘neutraal omslag’. En toen de voorzitter van de Centrale Raad van de Joden vorige week waarschuwde dat het gevaarlijk is in wijken met veel moslims een keppeltje te dragen, suste de burgermeester van Berlijn meteen dat hij het probleem niet zo zag – maar de voorzitter van de Centrale Raad van de Moslims noemde de vrees van zijn Joodse collega gerechtvaardigd.

„Wij Joden”, schrijft Bachrach, „zijn voor de islam de zondebok geworden, die voor de eigen misère verantwoordelijk wordt gemaakt. Alleen als het lukt die eeuwige mesthoop van vooroordelen op te ruimen (die in het christelijke avondland natuurlijk zijn evenbeeld heeft), kunnen we daar iets aan veranderen.” De grote vraag is natuurlijk hoe – in Duitsland, maar ook in Nederland en de rest van Europa en het Midden-Oosten.

Het zit zo diep, „een psychotherapie voor 1,5 miljard mensen zou ideaal zijn”, schrijft Bachrach. Hij doelt op de totale moslimbevolking, legt hij telefonisch uit. „Een beetje Joodse humor. Het is immers een familieconflict: Joden en moslims hebben dezelfde stamvader, Abraham.” Maar bij gebrek aan 1,5 miljard divans pleit hij voor kleine, praktische projecten met jongeren, zoals gemengde culturele en sportieve evenementen, of gemengde dansles voor islamitische en Joodse kinderen. Hij erkent dat dit hoogstens druppels op een gloeiende plaat kunnen zijn. Daarnaast moet een democratische samenleving de harde discussie met moslims over antisemitisme durven aangaan. „Zonder conflict gaat het niet.” Hij vindt dat Duitsland, door zijn zwarte geschiedenis in de vorige eeuw, hierbij voorop moet lopen. Dat is begrijpelijk, maar in Frankrijk, Nederland en elders is het probleem is niet minder urgent.