Ook verbouwing zonder vergunning

Met de verbouwing van het Angolese consulaat-generaal in Rotterdam is meer misgegaan, dan tot nu toe bekend was. Zo ontbreekt ook de verplichte vergunning voor de interne verbouwing van het kostbare rijksmonument.

Het voormalig gemeentearchief uit 1898 aan de Mathenesserlaan. Foto Jerry Lampen/ANP

Wie in Nederland een verbouwing wil verrichten aan een rijksmonument, moet van goeden huize komen. Er moet een restauratieplan zijn en een omgevingsvergunning. En daarna wordt er gewikt en gewogen en soms een streep door het hele plan gezet. Want een rijksmonument is onroerend goed met „cultuurhistorische waarde”.

In de affaire over het onbedoeld gedropte ‘verfbommetje’ door het consulaat van Angola ging het een beetje anders. Er werd geen vergunning aangevraagd, en als directeur Niels van der Vlist van de Dienst Stadsherstel Historisch Rotterdam er niet toevallig op zijn fiets was langsgereden, was de monumentale zandsteengevel misschien wel helemaal onherstelbaar beschadigd. „Dit is een enorme aantasting van een van de weinige rijksmonumenten die de stad nog heeft”, verklaarde Van der Vlist woedend tegenover de media.

Doordat hij aan de bel trok, kon de schilderbeurt halverwege worden stilgelegd, en kan de schade aan de gevel misschien nog ongedaan worden gemaakt. Het consulaat bezweert in een reactie dat er geen sprake was van „kwade wil” en „de historie van de stad en van Nederland te respecteren”.

Wat het er niet bij vertelt is dat de verfbeurt deel uitmaakt van een grootscheepse verbouwing van het ruim honderd jaar oude pand, zo blijkt uit naspeuringen van deze krant. Volgens de gemeente werd voor de verbouwing noch het schilderwerk een vergunning aangevraagd en zou die wat betreft de verfbeurt ook niet zijn verstrekt als deze was binnengekomen.

Netelige situatie

Rotterdam bevindt zich plotseling in een netelige diplomatieke situatie. Buitenlandse diplomatieke vertegenwoordigers moeten zich ondanks hun immuniteit aan de wet- en regelgeving houden van het gastland, zo staat in het Verdrag van Wenen. Het verdrag zegt niets over hoe te handelen als dat niet gebeurt, laat staan over wettelijke dwangmiddelen. Dit maakt het voor Rotterdam uitermate lastig, zo niet onmogelijk de Monumentenwet te handhaven en de overtreder aan te pakken. „We zijn afhankelijk van de goodwill en bereidwilligheid van Angola”, zegt woordvoerster Marieke van Gruijthuijsen.

Het consulaat zei gisteren tijdens een tweede gesprek met een gemeentelijke delegatie dat het openstaat voor herstel van de gevel. De verf kan verwijderd worden, en het eindresultaat zal recht doen aan de monumentale status van het pand , aldus de gemeente. Als het aan Rotterdam ligt, vindt de schoonmaakoperatie zo snel mogelijk plaats. „Hoe langer de verf op de gevel zit, hoe dieper die in de poreuze zandstenen versieringen trekt”, zegt Van Gruijthuijsen.

Wie opdraait voor de kosten van de hersteloperatie is onduidelijk. Volgens de gemeente omdat experts de hoogte nog moeten inschatten. Maar aannemer Johan Appel zegt „vrijwel zeker te weten” dat het consulaat niet gaat betalen omdat het vindt dat het niks verkeerd heeft gedaan. Van Gruijthuijsen zegt dat het de gemeente niet bekend is dat Angola niet wil betalen.

Angola kocht het voormalige gemeentearchief in januari voor zo’n 2,4 miljoen euro van een particulier en wist naar eigen zeggen dat het een rijksmonument betrof. Van de gevolgen van die status voor het onderhoud van het pand en van de grote cultuurhistorische waarde had het geen enkel idee. „In veel landen zijn dergelijke panden overheidsbezit”, hoorde de gemeentelijke delegatie de Angolezen verontschuldigend zeggen tijdens het eerste gesprek.

Volgens de gemeente laat de koopakte geen twijfel bestaan over de verplichtingen van de koper van het rijksmonument maar begreep het consulaat de inhoud en strekking ervan niet. De gemeente wil na de verwijdering van de verf uitzoeken hoe het zit met de verantwoordelijkheid van de aannemer. „Een onderzoek is een groot woord, maar wij willen weten hoe de vork in de steel zit”, zegt Van Gruijthuijsen.

Vreemd, vindt aannemer Appel. Hij vraagt zich af of iemand de Angolezen heeft gewezen op de gevolgen van het kopen van een rijksmonument. De gemeente zou de hand volgens hem beter in eigen boezem steken. „Als je een rijksmonument door een particuliere partij laat verkopen aan een Afrikaans land kun je toch verwachten dat daar anders wordt gedacht over bepaalde zaken”, zegt Appel.

Schade

Volgens sommigen heeft de witte verf de zandstenen versieringen op de gevel van het voormalige gemeentearchief uit 1897 onherstelbaar beschadigd. Maar dat hoeft niet zo te zijn, zegt de Rotterdamse architect Jeroen Hoorn. Hij is betrokken bij veel restauratieklussen en weet dat veel afhangt van het type verf dat is gebruikt. „Vaak gaat het om alkydverf, dat goed te verwijderen valt mits dat snel gebeurt.”

Dit was het geval bij twee zandstenen kolommen van het stadhuis. „Ze werden gereinigd met lasertechniek en zijn voor 99 procent weer schoon zonder schade.”

Hoewel Hoorn de schade zeker niet goedpraat, hoopt hij op een positief effect. „Door dit voorval is er geen schilder, geen burger, geen ambtenaar, geen ambassadeur meer die niet discussieert over ons erfgoed en dan ook nog over zoiets ingewikkelds als schilderen en zandsteen. Laten we hopen dat hier iets goeds uit voortkomt. ”