Obesitas is de cholera van deze tijd

Een kwart van de Amsterdamse kinderen is te zwaar. Voedingswetenschapper Jaap Seidell gaf er maandag een lezing over. „Obesitas is de cholera van nu.”

Er zit niet één dikke persoon in de theaterzaal van Crea vanavond. Maar ze zijn wel onderwerp van de lezing van voedingswetenschapper Jaap Seidell van de VU. Er heeft zich een mondig en gemengd publiek verzameld. „Wát gaan we eraan doen?”, roept een wat oudere dame hard. Ze is niet de enige die felle vragen stelt. Overgewicht en obesitas roepen emoties op.

In Amsterdam zijn 30.000 kinderen te zwaar; 2.300 van hen hebben een gevaarlijk overgewicht. Op 70 procent van de basisscholen is het gemiddelde gewicht te hoog. Het probleem heerst vooral in achterstandswijken: in Nieuw-West had 32 procent van de tienjarigen in 2012 overgewicht en obesitas, tegen 13 procent in Centrum en eveneens 13 procent in Zuid. Het gemiddelde van alle Amsterdamse kinderen (25 procent) lag 8 procent hoger dan het Nederlandse gemiddelde.

Arme, laagopgeleide en niet-westerse kinderen zijn vaker te zwaar dan andere kinderen. 40 procent van de veertienjarige Turkse Amsterdammers weegt te veel, tegenover 8,3 procent van de autochtone. In Nederland eet maar één procent van de kinderen tussen de 7 en 18 jaar voldoende groente per dag.

Veel politici vinden dat obesitas de schuld van mensen zelf is. Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) noemt overgewicht de „eigen verantwoordelijkheid” van de burger. „Niemand dwingt ze toch om te eten?”, is de algemene opvatting.

Maar voedingswetenschapper Seidell is het daar niet mee eens. Niet slechte gewoontes, zegt hij, maar omgevingsfactoren zorgen voor gezondheidsverschillen tussen mensen. En dus moet dáár wat aan veranderen. „Obesitas kun je vergelijken met de cholera-epidemie 150 jaar geleden. Toen gaven mensen ook de schuld aan het moreel en de hygiëne van de onderklasse.” Er was net als nu sprake van verstedelijking, waardoor de woonomstandigheden slecht waren. In Amsterdam was het Samuel Sarphati die midden 19de eeuw inzag dat cholera niet een individueel probleem was, maar een probleem van sociale ongelijkheid. De cholera verdween toen de armoedewijken werden aangepast. Seidell: „We maken tegenwoordig op een dag gemiddeld 226 voedselkeuzes door onze omgeving. We moeten net als Sarphati de buurten aanpassen.”

Ook de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht van wethouder Erik van der Burg (Zorg en Welzijn, VVD) doet mee: alle kinderen in de stad moeten in 2033 een gezond gewicht hebben.

Voorlichting alleen is te weinig

Maar hoe? „De eerste 1.000 dagen na de conceptie zijn belangrijk”, legt Seidell uit. „Dan vormt de smaak, motoriek en hersenontwikkeling. De focus ligt op de jonge jeugd. Maar het is vooral belangrijk dat initiatieven ontstaan uit samenwerkingen tussen burgers en de gemeente. Alleen overheidsvoorlichting helpt nooit.” Eén oplossing die hij noemt is stadslandbouw. „Groen in de stad zorgt voor minder stress. En minder stress zorgt voor minder eten.”

De zaal lijkt overtuigd van zijn boodschap. Zolang de urbanisatie aanhoudt wordt sociale ongelijkheid, en dus obesitas, erger. Ze willen zich richten op persoonlijke verschillen en de omgevingsfactoren aanpassen in de stad. Maar wie begint daarmee? „Ik was laatst in het Academisch Medisch Centrum”, zegt een man uit het publiek, „daar stonden alleen maar snoep- en frisdrankautomaten. Waarom neemt nota bene een ziekenhuis geen verantwoordelijkheid?” Volgens de directeur huisvesting van het AMC, die toevallig in het publiek zit, is „dat soort voedsel nu eenmaal wat mensen willen”.