...Noorwegen laat zien: quota werken niet

De maatregel raakt enkel vrouwen die al een goede baan hebben.

Vrouwen daaronder worden niet opeens beter beloond, aldus Tom Wansbeek en Roberto Wessels.

Het aandeel van vrouwen in de top van ons bedrijfsleven is nog geen 20 procent. Velen vinden dit te laag. De roep om overheidsingrijpen wordt sterker. Er zou een minimumpercentage vrouwelijke bestuurders moeten komen dat hoger is dan die 20 procent. Zo’n quotering zou diep ingrijpen in de vrijheid van bedrijven om hun zaken te regelen naar beste eigen inzicht. Invoering behoeft dan ook goede argumenten. De baten, een betere samenleving, moeten de kosten overtreffen die ontstaan als nieuwe en onervaren bestuurders slechtere besluiten nemen.

Laten we eens naar Noorwegen kijken. Daar kregen in december 2003 de beursgenoteerde bedrijven de verplichting opgelegd dat veertig procent van de bestuursleden vrouw moest zijn; het percentage was toen negen. Bedrijven die in januari 2008 niet aan de eis voldeden zouden hun deuren moeten sluiten. Noorwegen heeft veel gemeen met Nederland, ook qua ondernemingsbestuur, zodat de ervaringen daar ons kunnen leren of een quotering voor de bedrijven een geluk bij een ongeluk is of toch gewoon een kostbare aangelegenheid.

De afkondiging in Noorwegen van de quotering kwam onverwacht. Daarom was de reactie op de beurs een goede inschatting van de kosten van de maatregel. Op de dag van de afkondiging daalde de koers van bedrijven zonder vrouwen in het bestuur met meer dan drie procent, terwijl die van bedrijven met tenminste één vrouw in het bestuur niet veranderde. De markt verwachtte dus aanzienlijke kosten.

Maar dat is een eerste reactie, op een enkele dag. Een beter beeld krijg je door, met een horizon van een aantal jaren, te kijken naar de invloed van de bestuurssamenstelling op de waarde van een bedrijf. Sommige bedrijven in Noorwegen moesten een grote verandering doorvoeren in de samenstelling van hun bestuur, terwijl andere bedrijven op het moment van afkondiging al aan de eisen voldeden. Door de verandering in de bestuurssamenstelling te relateren aan die in de waarde van het bedrijf is het effect van de quotering te bepalen.

Die bepaling is niet rechttoe-rechtaan. De bestuurssamenstelling heeft invloed op de beurswaarde van een bedrijf, maar het omgekeerde geldt ook: goede bestuurders verhogen de waarde van een bedrijf maar tegelijkertijd hebben waardevolle bedrijven meer kans om goede bestuurders aan te trekken. Kip en ei uit elkaar halen vereist enig econometrisch handwerk. Onderzoekers Kenneth Ahern en Amy Dittmar van de University of Michigan concludeerden dat de veranderingen in de samenstelling van het bestuur, afgedwongen door de wet, een groot negatief effect hadden op de waarde van de bedrijven. Dat is op zichzelf echter geen reden om van een quotering af te zien; je moet ook naar de baten kijken. Daarna is het aan de politiek om een verstandige afweging te maken.

Een direct effect van quotering is, weinig verrassend, dat er meer vrouwen in topposities komen. De morele winst hiervan is beperkt. De hooguit paar honderd vrouwen die, in het geval van Nederland, van een quotering zullen profiteren zijn al hooggekwalificeerd; anders kom je niet in aanmerking. Het gaat dus om een verschuiving binnen de uiterste rechterstaart van de verdeling, één procent van één procent. Met emancipatie heeft dit weinig te maken. Waar het echt om zou moeten gaan is de vraag op welke manier een betere representatie van vrouwen aan de top doorwerkt naar beneden.

Ook hier kunnen we van Noorwegen leren. Onderzoeker Marianne Bertrand van de University of Chicago vond geen bewijs van doorwerking naar beneden. Er was geen effect op de positie van vrouwen met dezelfde kwalificaties als degenen die een bestuursfunctie kregen. Er was geen significante verandering in de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen, en weinig bewijs dat de quotering invloed had op de beslissingen van vrouwen in het algemeen; zo gingen er niet meer vrouwen bedrijfswetenschappen studeren. Volgens Bertrand heeft de quotering geen merkbare invloed gehad op de plaats van de vrouw in het bedrijfsleven.

Deze combinatie van hoge kosten en minimale baten rechtvaardigt het om de Noorse maatregel vooralsnog een mislukking te noemen. Voorstanders van een quotering mogen niet aan de bevindingen over Noorwegen voorbijgaan. Zij moeten de consequenties beseffen van hun standpunt. De economie herstelt zich langzaam en kan zich de schade die quotering aanricht slecht veroorloven.

Quotering wordt voorgesteld als een oplossing voor een probleem. Van welk probleem precies? Uiteindelijk gaat het om het opheffen van de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. Die verschillen zijn al sterk verminderd doordat vrouwen steeds beter opgeleid zijn. Maar vooral aan de bovenkant van de arbeidsmarkt zijn de verschillen nog steeds aanzienlijk.

Claudia Goldin van Harvard laat in een recente publicatie zien dat de verschillen het grootst zijn in beroepen waar de weg naar de top de bereidheid vereist tot het aanvaarden van lange werktijden en het bijna permanent beschikbaar zijn voor de organisatie, zoals gebruikelijk is bij grote advocatenkantoren, zakenbanken en organisatieadviesbureaus.

De bovenste lagen van deze ondernemingen worden disproportioneel gehonoreerd, wat een belangrijke bron van beloningsverschillen is, aangezien vrouwen als groep minder bereid blijken de offers te brengen die nodig zijn om naar deze posities te dingen. Maar veelal kan door een andere organisatie van het werk de noodzaak om deze offers te brengen worden vermeden.

De economie evolueert steeds meer die kant uit. Zonder overheidsingrijpen.