Nieuwsgierige wetenschap toont de wereld en onszelf

De vondst van de oudste voorouder van de moderne mens is zo iets als de eerste menselijke voetstap op de maan. Het laat ons, met al onze iPhones, vliegtuigen, universitaire opschudding en uitvoeringsproblemen in de jeugdzorg, weer eens beseffen in welke wereld we ook leven. En waar we vandaan komen. Dat gebeurt niet heel vaak in een medialandschap dat wordt beheerst door politiek geharrewar, economische onzekerheid, internationale spanning en amusement.

Het is niet altijd makkelijk om in zakelijke, wetenschapsjournalistieke berichtgeving de opwinding over te brengen over de grotere context waarin wij mensen leven. Maar de publicatie deze week, in het wetenschappelijk tijdschrift Science, van het oudste fossiel van het primatengeslacht Homo, de ‘Mens’ dus, laat snel zien van hoe ver wij mensen dus zijn gekomen.

We noemen het onze oudste voorouder maar in werkelijkheid is het een kapotte kaak met vierenhalve tand uit Ethiopië, van 2,8 miljoen jaar oud. Daarmee blijkt de mens een half miljoen jaar ouder te zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Groot en sterk was deze vroege mens niet, en een groot verstand zal hij evenmin bezeten hebben. De oudst bekende werktuigen komen pas 200.000 jaar later. De kaak is het oudste fossiel van ons mensengeslacht omdat de tanden klein zijn maar het glazuur dik. Typisch Homo!

Dit kaakje was niettemin het begin van iets nieuws, daar op de savannes van wat we nu Oost-Afrika noemen. Eerst ging dit nieuwe dier, pardon: deze Eerste Mens, nog beter rechtoplopen en steeds betere gereedschappen maken. Daarna leerde hij (of zij) jagen en rennen, vlees eten en knollen koken. Ze gingen praten. En uiteindelijk, miljoenen jaren later, ging de mens graan telen en fabrieken bouwen. Waar in dat proces werden wij volledig mens? Al aan het begin of toch pas halverwege? Wie zijn wij nu dan? Dit is nieuws waarbij je over jezelf gaat nadenken en over ons onbegrijpelijk lange verleden.

Minister! Is dit ook maatschappelijk rendement van wetenschap? Het gaat over grote vragen, maar economisch nut is ver te zoeken. Of het zou moeten gaan over de verkoop van documentaires en populair-wetenschappelijke boeken.

Als we de ‘mens’ die ooit de eigenaar was van deze kaak met vierenhalve tand over straat zagen lopen, zouden we waarschijnlijk denken dat er ergens een aap was ontsnapt. Maar dan wel eentje die opvallend lang rechtop kon blijven lopen. En misschien zou hij ons aankijken met meer gevoel en met meer nieuwsgierigheid dan enig ander dier ooit zou doen.