Minister ziet kunst niet als instrument

Minister Bussemaker (PvdA, Cultuur) onderschrijft het standpunt van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat de intrinsieke, culturele waarde van kunst voorop moet staan in het cultuurbeleid, en niet de vraag wat het maatschappelijk en economisch nut ervan is. „Het is mijn ambitie als minister om de eigen waarde van cultuur weer terug op de kaart te zetten”, zei ze gisteren in het Haagse perscentrum Nieuwspoort, waar ze het rapport Cultuur herwaarderen in ontvangst nam. „Ik voel me in die ambitie gesterkt door dit WRR-rapport.”

Ze voegde er een waarschuwing aan toe. „De cultuursector moet wel op zoek naar een relatie met de buitenwereld. Hoe kan het dat tegen de bezuinigingen op cultuur alleen protest kwam van kunstenaars, en niet van publiek? Gelukkig zijn er steeds meer culturele instellingen die wel op zoek gaan naar die relatie.” De minister wil meer geld vrijmaken voor onderzoek naar de manier waarop culturele instellingen „verbindingen kunnen aangaan met de samenleving”. „Maar dat mag niet instrumenteel zijn”, zei ze. „Niet van: als we meer geld investeren in cultuur voor jongeren met problemen, kunnen we dan bezuinigen op de jeugdzorg?” De minister zal later dit jaar nog uitgebreider reageren.

De voorzitters van de Raad voor Cultuur en de Academie van Kunsten, Joop Daalmeijer en Barbara Visser, reageerden beiden lovend op het rapport. „Ik ben blij dat de directe instrumentalisatie van kunst nu onderuit gehaald wordt, niet alleen door de WRR maar ook door de minister”, zei Visser.