Krekels vechten elkaar de tent uit, in de EU

De woordenwisseling tussen de leiders van drie zuidelijke eurolanden was ongekend ruw. Zaterdag zei de Griekse premier Tsipras dat zijn land geconfronteerd werd met een „as van machten geleid door de regeringen van Spanje en Portugal”. En: „hun plan was, en is, onze regering omver te werpen of tot onvoorwaardelijke overgave te dwingen”. Deze straffe oorlogstaal bleef niet onweersproken. Eerst kwam de Spaanse premier Rajoy: „Wij zijn niet verantwoordelijk voor de frustraties die radicaal-links in Griekenland heeft gecreëerd door beloftes te doen waarvan het wist dat ze onhaalbaar waren.” De Portugees Passos Coelho viel zijn buurman bij. Tsipras’ woorden waren „onjuist, schandalig en niet passend voor een leidend Europees politicus”. Weg is het cliché van een Europese muntunie waar Noord en Zuid als gesloten fronten tegenover elkaar staan, klaar voor de volgende veldslag in Frankfurt of Brussel. Weg ook het cliché van noordelijke, hardwerkende mieren-landen versus zuidelijke, flierefluitende krekel-landen. De zogenaamde krekels vechten elkaar in het Grieks, Spaans en Portugees de tent uit.

Maar opent zich hier dan een andere breuklijn, die van Europees links tegen rechts? Dat wil Syriza-leider Tsipras zijn publiek graag doen geloven, met complottheorieën en al. Inderdaad strijdt de Spaanse premier binnenlands tegen het links-radicale Podemos; zijn angst is dat die partij de verkiezingen wint. Tsipras en Podemos-leider Pablo Iglesias bezochten elkaar meermaals; zo roepen ze voor hun achterban het beeld op van een Europese Internationale die de bezuinigingsdoctrine van Merkel c.s. zal omverwerpen. Toch is ook dit een te simpele voorstelling van zaken. Ten eerste regeert Tsipras thuis met een zeer nationalistische partij. In Haagse termen: een dominante SP met een kleine PVV. De lijm in de coalitie in Athene is niet socialisme, maar anti-Europees populisme.

Ten tweede hebben de Grieken gevoeld dat ze ook van andere linkse regeringen geen steun krijgen voor schuldverlichting. Ze probeerden het wel. Denk aan de Europese tournee van Tsipras en minister van financiën Varoufakis: eerst naar Rome en Parijs om steun te halen bij de linkse regeringen daar, toen naar Londen, om zo optimaal druk te kunnen zetten op de regering-Merkel in eindstation Berlijn. Deze omsingelingsstrategie van Duitsland was doorzichtig en faalde jammerlijk. In de vergaderingen van de euroministers vond Varoufakis alle 18 collega’s tegenover zich.

Fascinerend was hoe zich binnen Griekenland hetzelfde debat afspeelde als tussen landen. De regering-Tsipras wil Griekse burgers en bedrijven met belastingschulden 50 procent korting geven als ze alsnog betalen voor 1 april. Het plan leidde tot grote onrust. Wie netjes betaalde voelt zich gestraft. Volgens de regering daarentegen zou de belastingamnestie de nood van veel burgers verlichten én de schatkist netto meer opleveren.

De parallel met de schuldsanering die de Griekse regering zelf nastreeft is frappant. Een vergelijkbaar beroep op solidariteit en een zinspelen op het eigenbelang van de ander, dat trekken van een dreiging krijgt. Wel coherent dus, maar ook tweemaal dezelfde onderschatting van de morele verontwaardiging aan de andere kant. De woede van de Spaanse en Portugese regeringen die braaf hun hervormingshuiswerk deden, is precies dezelfde als die van de individuele Griekse belastingbetalers die balen dat hun buren wel met gesjoemel wegkomen. De breuklijnen tussen landen in onze Unie zitten ook tussen burgers binnen die landen en uiteindelijk tussen de stemmen van krekel en mier in ieders hoofd. Een geheel van wankele meerderheden die, bij verkiezing of besluit, het hele spel kunnen doen kantelen.