Ja, snel meer vrouwen in de top...

Nog steeds zijn er te weinig vrouwen in de bestuurskamers van het Nederlandse bedrijfsleven, vindt Keklik Yücel.

Illustratie angel boligan

Het schiet niet op met het aantal vrouwen in topfuncties. Bedrijven hebben nog een jaar om aan de afgesproken dertig procent vrouwen aan de top te komen. Ze zitten nu gemiddeld op zo’n tien procent. Geen beste score. Zij moeten aan de bak. De rijksoverheid zelf geeft het goede voorbeeld, met eigen streefcijfers en nu 28 procent vrouwen in topfuncties. Maar ook de semipublieke sector moet met streefcijfers gaan werken, zodat minimaal dertig procent in alle sectoren gehaald wordt.

In de Nederlandse boardrooms zien we ze nog te weinig, vrouwen. Honderd jaar na Aletta Jacobs, na politici als Joke Smit en activisten als de Dolle Mina’s lukt het ons maar niet om de vrouwenemancipatie te vervolmaken. De topfuncties zijn daarvoor exemplarisch. Over nut en noodzaak hoeven we het gelukkig niet meer te hebben. Onderzoeken laten steeds zien dat juist divers samengestelde teams veel betere prestaties leveren.

Vrouwen zijn inmiddels hoger opgeleid dan mannen en achterhaalde ideeën over mannelijke eigenschappen die doorslaggevend zijn voor geschiktheid lijken intussen door de realiteit ingehaald.

Lijken, want ze bepalen kennelijk nog steeds bewust of onbewust de selecties. En daarmee doet de vervolmaking van vrouwenemancipatie ook bij uitstek een beroep op de emancipatie van mannen. Het doorbreken van oude patronen en in dit geval het old boys network is met name aan hen zelf. „Er is geen geschikte vrouw te vinden”, hoor je dan terug. Nou, dan zoek je maar beter. En anders. Het mechanisme van benoemingen aan de top is in Nederland vaak nog ouderwets. Vraag recruitmentbureaus altijd om een evenwichtige man/vrouwlijst met geschikte kandidaten. Stel selectiecommissies nooit meer eenzijdig samen, maar zorg dat er een evenwichtige samenstelling met mannen en vrouwen is.

En ja, er zijn voorbeelden te over waar het beter gaat. Mijn eigen werkomgeving bijvoorbeeld: 56 Tweede Kamerleden zijn vrouw. En bij het ministerie van Financiën of bedrijven als Schiphol of KPN gaat het de goede kant op. Ja, vrouwen zijn kampioen deeltijdwerk. Ja, vrouwen zijn kampioen zorgethos. Of het nu gaat om zorg voor de kinderen of om mantelzorg. Daar hebben vrouwen zelf ook een grote rol in. Maar dat is een automatisme dat we nog moeten doorbreken. Dat vrouwen minder gaan werken of helemaal stoppen met werken, als er kinderen komen. Dat mantelzorg bijna altijd op de schouders van vrouwen terecht komt. Traditionele rolopvattingen en stereotyperingen blijken diepgeworteld. Een vrouw kan er altijd voor kiezen om meer tijd met het kind door te brengen. Ook dat is haar goed recht. Maar dat moet wel een bewuste en vrije keuze zijn en ze moet wel de kans hebben om zichzelf professioneel verder te ontwikkelen als ze dat wil. Ook als dat betekent dat de man drie of vier dagen moet gaan werken.

„Ja ,maar ik mag geen drie of vier dagen werken van mijn werkgever”, zegt de man dan vaak. Dan kun je in ieder geval samen overwegen of de man dat toch probeert af te dwingen bij zijn werkgever. Ook hij heeft inmiddels immers veel meer rechten. Het gaat erom dat de vanzelfsprekendheid verdwijnt die vrouwen nu nog vaak in een rol duwt. Het is overigens ook aan ons politici om de voorwaarden te creëren waardoor dit mogelijk is.

Met minister Bussemaker hebben we in de Kamer gedebatteerd over emancipatie. Ik heb er namens de PvdA op aangedrongen dat op korte termijn met het bedrijfsleven wordt besproken hoe het die dertig procent van de wet-Kalma, waar men zich aan heeft gecommitteerd, gaat halen in 2016. Zodat we het niet hoeven te hebben over het paardenmiddel dat eigenlijk niemand wil hoeven inzetten: het quotum.

Alles moet uit de kast gehaald worden: ga desnoods over op naming and shaming van organisaties die het streefcijfer aan de laars lappen of keur jaarverslagen niet goed wanneer er geen werk gemaakt wordt van meer vrouwen aan de top. En overheid: practise what you preach. Hanteer ook een streefcijfer voor de semi-publieke sector. Dan blijf ik in de Tweede Kamer doorknokken: voor verborgen vrouwen die überhaupt het huis niet uitkomen, laat staan de arbeidsmarkt opkomen, voor kwalitatief goede en betaalbare kinderopvang en met mijn initiatiefwet voor gelijke beloning voor hetzelfde werk (vrouwen verdienen nu nog zeventien procent minder dan mannen).

Laten we er alles aan doen om te zorgen dat elk meisje zich kan ontwikkelen tot de vrouw die ze wil zijn. En het maximale uit zichzelf kan halen, en daarbij niet wordt tegen gehouden door patronen uit het verleden.