In zoute drop zit vijftien keer meer suiker dan zout

Consumptie moet omlaag. Industrie verzet zich.

Vrijwel iedereen eet te veel suikers. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vindt dat we moeten minderen. Na jarenlang doorzetten, tegen de lobby van de suikerindustrie in, de hele eeuw al, bracht de WHO deze week een richtlijn uit waarin staat dat we niet meer dan 10 procent van onze dagelijkse energiebehoefte uit suikers moeten halen. Dat is ongeveer 50 gram per dag. De rest van de energie moet uit zetmeel, vetten en eiwit komen. Nog beter is het om die dagelijkse hoeveelheid suikers nog eens te halveren, vindt de WHO.

Een blikje traditioneel gesuikerde frisdrank (0,33 liter, met 35 gram suiker) of eenzelfde hoeveelheid appelsap (37 gram suiker) kan dan nog net, maar bij een halvering wordt het te veel voor één dag.

De WHO maakt zich zorgen, omdat mensen die veel suiker eten ook vaak ongezond eten, vaker te dik zijn en meer kans op diabetes en hart- en vaatziekten lopen. Wie zijn energie uit suikers haalt, laat voedsel staan waarin naast calorieën gezonde mineralen en vitaminen zitten. Ook staat het vast, schrijft de WHO, dat iedere gram suiker erbij de kans op tandcariës vergroot. Aangetaste tanden en kiezen zijn reparabel, maar tandzorg is duur en vergt 5 tot 10 procent van de kosten van de gezondheidszorg.

50 gram lijkt een flinke berg suiker waar je niet iedere dag doorheen eet. Het zijn tien tot dertien suikerklontjes. Maar de meeste suiker die we binnen krijgen stoppen we niet zelf in ons eten of drinken. Wie de bekende suikerbommen – spekkies, toffees, te zoete toetjes, ouderwetse frisdranken– laat staan, krijgt ongezien nog vaak veel suiker binnen.

Drop en melkchocola zijn lekker dankzij het zout en de cacao, maar bestaan toch vooral uit suiker. Ook producten met een gezond imago kunnen onverwacht veel suiker bevatten, zelfs voedingsmiddelen die het vinkje ‘gezondere keuze’ dragen.

Het advies om de ‘vrije suiker’ in het dieet beneden de 10 procent van de energie-inname te houden is voor mensen in de meeste westerse landen aan de lage kant. De WHO noemt gemiddelden van 7 tot 8 procent voor volwassenen in Hongarije en Noorwegen, tot 16 à 17 procent van de dagelijkse energie-inname in het Verenigd Koninkrijk en Spanje. Kinderen eten en drinken naar verhouding meer vrije suikers: van 12 procent van de energie-inname in Denemarken tot 25 procent in Portugal. In Nederland ligt het gemiddelde tussen de 12 en 20 procent (zie kader hiernaast: ‘Welke suiker vermijden?’)

Suikers vallen onder de koolhydraten, net als zetmeel. De basisvorm van een suikermolecuul is een ringvormig molecuul met vijf of zes atomen in de ring. Zolang die ring alleen voorkomt, of gekoppeld aan één andere ring is de stof een suiker. Lange ketens aan elkaar gekoppelde suikermoleculen zijn zetmeel. De suikers die we eten komen snel in de bloedbaan, terwijl zetmeel meer verspreid over de tijd beschikbaar komen. Daardoor is zetmeel wat gezonder dan veel suiker.

De suikerrichtlijn van de WHO was jarenlang omstreden. In 2002 kwam de organisatie reeds met het 10-procent-advies. Die aanbeveling kwam zwaar onder vuur van de suikerindustrie en de suikerproducerende landen. De gezamenlijke lobby van suikerindustrie en van Amerikaanse congresleden die de keuzevrijheid van het individu voor alles laten gaan, leidde tot het dreigement de Amerikaanse subsidie voor de WHO te verminderen.

De WHO koos er toen voor de 10-procent-grens voorlopig te vergeten. In de Global Strategy on Diet, Physical Activity, and Health van de WHO uit 2004 was er geen woord meer over terug te vinden was, blogt de Newyorkse voedingshoogleraar Marion Nestle over de nieuwe WHO-richtlijn.

Vanaf 2011 is een nieuwe poging ondernomen. De WHO besloot zich te beperken tot het gevaar van suikerconsumptie voor het ontstaan van overgewicht en van tandcariës. Daar was inmiddels meer en beter onderzoek naar gedaan. De WHO noemt de kracht van het wetenschappelijk bewijs nu ‘matig’ en soms zelfs ‘laag’, maar zet toch door.

Een jaar geleden verscheen de ontwerprichtlijn, met een uitnodiging om te reageren. Er kwamen 189 commentaren. Een ervan was van The Sugar Association, een organisatie van de Amerikaanse suikerfabrikanten die „suikerconsumptie wil bevorderen op basis van wetenschappelijke argumenten”. Die gaat vol in de aanval en zegt dat de WHO met zijn „subjectieve interpretatie van onvolledig bewijs” nooit mocht aanbevelen om de suikerconsumptie te matigen.

Maar ditmaal bleef de conclusie overeind. Het is de bedoeling dat de bij de WHO aangesloten landen de richtlijn in hun nationale dieetadviezen verwerken. In Nederland publiceert de Gezondheidsraad na de zomer voor het eerst in tien jaar weer een Richtlijn Goede Voeding.