In vechtsport kunnen de ego’s hun gang gaan

Minister Schippers toont met strengere regels volgens trainers haar goede wil, maar zij wensen vooral één gezamenlijke kickboksbond.

Mooie maatregelen op papier, maar „gedoemd om te mislukken”. Zo drukt voormalig kickbokstrainer Thom Harinck zich uit over de plannen die minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) gisteren presenteerde over de strengere regels in de vechtsportwereld. „Die investering van 500.000 euro kunnen ze net zo goed uit het raam gooien.”

De minister wil met sportkoepel NOC*NSF de vechtsport reguleren. Zo komt er onder meer een keurmerk voor vechtsportscholen, een vergunningsplicht voor het organiseren van vechtsportgala’s en een verbod op trappen en stoten tegen het hoofd voor kinderen tot zeventien jaar.

Aanleiding zijn de „negatieve uitwassen” in de sector. „Zoals geweld, onveiligheid, kwaliteit van trainers, gezondheidsrisico’s en de betrokkenheid van georganiseerde criminaliteit”, schrijft Schippers aan de Tweede Kamer. Denk aan de dodelijke schietpartij op een Brabants gala (2012) en denk aan Badr Hari, die de reputatie van de sport geen goed deden.

De plannen komen kort nadat in februari een alarmerend pamflet over kickboksen werd verspreid. Die sport verkeert in een crisis, schreven oud-wereldkampioen Fred Roijers, voormalig trainer Thom Harinck en CDA-politicus en ex-kickbokser Ibrahim Wijbinga. Voornaamste probleem is het ontbreken van een overkoepelende bond, zoals bij voetbal. Bij kickboksen zijn het er zo’n twaalf, met elk hun eigen kampioen en reglement.

Juist dat aspect blijft onveranderd. Tot teleurstelling van Harinck. Zijn sport groeit, maar blijft zo een ongeorganiseerde wereld waarin vele ego’s hun eigen gang gaan.

„Stel dat een kickbokser bij de ene bond knock-out gaat. Dan behoort hij zes weken rust te houden, maar hij kan zich de week erop aanmelden om te vechten bij een gala van een andere bond. Hetzelfde kan gebeuren als iemand zich heeft misdragen. De ene bond zou Badr Hari misschien vijf jaar schorsen, de andere vijf maanden.”

Voormalig wereldkampioen en vechtsportcommentator Fred Roijers bespeurt goede intenties, maar vermoedt dat het „dweilen met de kraan open is”. „We hebben één bond nodig waaraan iedereen zich conformeert, dat roepen we al jaren. Eén scheidsrechtersreglement, één ethische commissie en één wedstrijdboekje met de sportieve en medische historie van de sporter.”

Volgens Roijers is het wachten op een ongeluk. „Wat als een kind uit de ring op zijn hoofd valt en overlijdt, wie is dan aansprakelijk? Zeg het maar.”

In de ogen van Harinck is het ook gevaarlijk dat „iedereen” zich kan opwerpen als kickbokstrainer. Schippers wil een keurmerk voor sportscholen, maar Harinck betwijfelt of dat ver genoeg gaat. „Jongens die iets beter zijn dan de rest, kunnen les geven in een gemeentezaaltje”, zegt hij. „Gemeentes zijn blij dat kinderen van straat zijn, maar het is niet verantwoord. Sommige docenten zijn bewust uit op een beruchte reputatie en pronken dat hun leerlingen uitblinken in knock-outs. Maar zo doceer je geen zelfverdediging aan kinderen. Met één bond kun je veel meer het overzicht houden, kun je eisen stellen.”

Ze klinken als verstokte critici, maar het is Harinck en Roijers louter te doen om het belang van hun sport. „Deze sport kan kinderen helpen, maakt ze weerbaarder”, zegt Roijers. „Bange wezels stapten met de borst vooruit mijn sportschool uit.”