Hun wapens worden steeds gewilder

China gaat weer meer geld uitgeven aan defensie, zei premier Li Keqiang gisteren. De Chinese wapenindustrie wordt steeds belangrijker. Zuid-Korea en Japan blijven niet achter.

Paramilitaire politieagenten tijdens een vlaggenceremonie in de Chinese stad Nanjing. foto Reuters

Toen Turkije in 2011 een internationale aanbesteding uitschreef voor nieuwe luchtdoelraketten meldden zich vier producenten. Het Russische Oboron Export, het Italiaans-Franse Eurosam, de Amerikaanse defensiereuzen Raytheon en Lockheed-Martin en de Chinese Precision Machinery Import and Export Corporation.

De uitslag leek van tevoren vast te staan. Turkije zou, als NAVO-lidstaat, en zwaar leunend op Amerikaanse militaire steun, vast voor de Amerikaanse Patriot kiezen.

Mis gedacht. Turkije koos voor de Chinese raket.

De Verenigde Staten en Rusland domineren de mondiale wapenexport al decennia lang. Maar de afgelopen jaren laten een opmerkelijke verschuiving zien: de Chinese wapenindustrie is aan een inhaalrace begonnen – zie de Turkse deal. Volgens het Zweedse onderzoeksinstituut SIPRI rukte China in 2013 op naar een derde plek op de wereldranglijst. En passeerde daarbij Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

China lijkt op defensieterrein dezelfde strategie te voeren als de Japanse auto-industrie vijftig jaar terug: beide begonnen met slechte kopieën van buitenlands spul. Tien jaar geleden nog produceerden de Chinese staatsfabrieken modellen die in de Sovjet-Unie van een halve eeuw terug de lopende band verlieten. Eigenlijk kochten alleen Pakistan en Zimbabwe wapens in Beijing.

Maar dat is veranderd. Naast Pakistan – dat voor miljarden aan Chinese gevechtsvliegtuigen en marineschepen insloeg – kopen nu ook Algerije, Bangladesh en Myanmar hardware made in China.

Vooral de Chinese vliegtuigindustrie doet goede zaken. De Chinese luchtvaartinstituten wisten een Soekhoi-33 marinejager te kopiëren (waarvan ze er eentje van Oekraïne hadden gekocht). Tot chagrijn van de Russische vliegtuigindustrie oefenen de bootleg Soe-33’s sinds vorig jaar als Shenyang J-15 Vliegende Haai. Ze starten en landen op het vliegdekschip Liaoning – ook een sovjetafdankertje dat was gestrand in Oekraïne.

De Chinese J-31 lijkt op de JSF

De expertise die nodig is om zo’n complex toestel na te kunnen maken – en te voorzien van eigen elektronica – bewijst dat de Chinese vliegtuigindustrie volwassen is geworden. De F-16-achtige J-10, die tot verontwaardiging van de Amerikaanse luchtvaartindustrie is ontwikkeld met hulp van Israëlische technici, is intussen aangeboden aan Venezuela en Peru.

Het lijkt een kwestie van tijd voordat ook de nieuwste generatie J-31 op de internationale markt beschikbaar komt. Het toestel vertoont uiterlijk een gênante overeenkomst met de Amerikaanse F-35 Lightning II (JSF). Die J-31, klinkt het in de Verenigde Staten, is tot stand gekomen door cyberspionage.

Het grotere militaire gewicht van China drukt ook op de regio: Zuid-Korea en Japan bewapenen zich eveneens in een snel tempo. Om niet afhankelijk te zijn van buitenlandse leveranciers, hoort daarbij dat ze de nationale defensiesector versterken. Ook dat betekent weer meer activiteit op de exportmarkt, want alleen voor de eigen strijdkrachten produceren is niet efficiënt.

De Financial Times berekende eerder dat de defensiesector van Zuid-Korea sinds 2006 een ongekende groei doormaakt. In 2006 bedroeg de export een kwart miljoen dollar, in 2013 was dat meer dan tienmaal zoveel.

Belangrijke klanten zijn landen die de opkomst van China eveneens met argwaan bekijken. De Filippijnen, Irak en Indonesië kochten van Korea Airospace Industries het lichte aanvalsvliegtuig T-50, dat samen met Lockheed-Martin is ontwikkeld. De Amerikaanse luchtmacht overweegt dat toestel ook aan te schaffen, wat een megaorder zou betekenen. Indonesië bestelde bij Daewoo drie onderzeeboten van de Chang Bogo-klasse, twee te bouwen in Zuid-Korea bij Daewoo Shipbuilding & Marine Engineering, en een op de Indonesische werf van PT PAL.

En ook Japan komt op

Eén van de opmerkelijkste nieuwkomers op de exportmarkt is Japan. Het land produceerde aanvankelijk alleen voor de eigen ‘zelfverdedigingsmacht’, maar de regering van premier Shinzo Abe heeft de exportrestricties voor wapenproducenten laten varen. Het is niet los te zien van de Chinese assertiviteit op geopolitiek gebied, zoals de territoriale claims in de Zuid-Chinese Zee. Nog in augustus besloot Japan de Filippijnen zes patrouilleschepen te leveren, om manoeuvres van de Chinese marine in betwiste kustwateren te volgen.

In juli ging de Japanse regering akkoord met de export door Kawasaki Heay Industries van onderdelen voor Patriot-raketten, die de VS aan Qatar hebben verkocht. Meer van dat soort deals komen eraan, getuige overeenkomsten met de Britse motorenbouwer Rolls-Royce en Franse en Turkse defensieondernemingen.

Maar de militaire (en economische) expansie van China heeft niet alleen effect op de wapenexport van buurlanden. Landen importeren ook meer. Behalve de Filippijnen en Indonesië versterken ook Vietnam en Maleisië de nationale defensie, vooral op marinegebied. Dat India in 2013 voor het eerst de grootste wapenimporteur ter wereld was, past in deze trend. Grootste leveranciers aan India: Rusland en de VS.