Fêteren op reerug en dure wijn

Bij corporatie Portaal wordt net als bij Vestia strafrechtelijk onderzoek gedaan naar fraude en omkoping. „We zijn, in ouderwets Nederlands, gewoon belazerd.”

Bij woningcorporatie Portaal in Utrecht dachten ze begin 2012 dar een 'Vestia-scenario' zich nooit bij hen kon voordoen. Foto BOAZ TIMMERMANS

Een rampscenario zoals bij Vestia? Met banken die vele miljoenen opeisen en wel nú? Met een strafrechtelijk onderzoek naar fraude en omkoping door tussenpersonen? En met laakbaar gedrag van een eigen kasbeheerder?

Dat zou bij Portaal in Utrecht, de vijfde woningcorporatie van Nederland met 56.000 woningen, nooit kunnen gebeuren, dachten ze begin 2012. „Ik was er heilig van overtuigd omdat we een ruime financiële buffer hadden”, zegt financieel directeur Dirk Jan van der Zeep.

Maar het kon dus wel. Op veel kleinere schaal weliswaar. Door de dalende rente eisten banken in 2012 meer onderpand op derivaten (renteverzekeringen), terwijl ABN Amro juist haar kredietverlening aan Portaal staakte. In juni van dat jaar stonden de derivaten van Portaal 550 miljoen euro ‘in de min’. De corporatie kwam tijdelijk onder verscherpte controle te staan van de toezichthouder, het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV).

En nu blijkt Portaal een van de achttien corporaties te zijn die op verzoek van CFV forensisch onderzoek heeft gedaan naar tussenpersonen. Portaals externe financieel adviseur Jan-Hein G. heeft heimelijk provisie op transacties ontvangen van tussenpersoon Arjan G., een hoofdverdachte in de Vestia-zaak die voor Portaal de contracten met banken regelde. De kasbeheerder van Portaal wordt niet verdacht door justitie. Hij is wel op non-actief gesteld.

Bekend gezicht

Van der Zeep doet voor de eerste keer zijn verhaal. Hij werkt sinds eind 2010 bij de corporatie. „De treasury [financieel beheer. red.] was vrij kwetsbaar opgezet. Er was toen nog één kasbeheerder, nu drie.” Het werkte zo: de kasbeheerder deed een voorstel voor een derivatentransactie of lening aan de ‘treasury commissie’. Hierin zaten onder anderen de bestuurder van Portaal en Jan-Hein G., adviseur van het bureau Censum in Lelystad.

Jan-Hein G. was een bekend gezicht in de sector. Samen met zijn compagnon organiseerde hij jarenlang het congres Public Treasury, waar de hele sector netwerkte. Ook kasbeheerder Marcel de V. van de Vestia en zijn tussenpersoon Arjan G.. Het bureautje van Arjan G., Fifa Finance, was een van de sponsors van het congres.

Via Jan-Hein G. kwam Portaal zo in contact met Arjan G.. Als tussenpersoon ging hij de transacties met banken en het papierwerk regelen. Arjan G. kreeg daarvoor provisie van banken. „Het ging misschien om 25.000 euro tot soms 1,5 ton per transactie”, schat Van der Zeep.

Wat ze bij Portaal alleen niet wisten, is dat Arjan G. de helft, later eenderde, doorbetaalde aan Jan-Hein G. In totaal zouden Jan-Hein G. en zijn compagnon van Censum over meerdere jaren 1,2 miljoen euro van Fifa hebben ontvangen. Niet alleen via Portaal, maar ook via andere corporaties – en bovenop hun vaste uurtarief van circa 200 euro. Het Openbaar Ministerie doet onderzoek naar fraude en omkoping.

Begin 2012 kwam het Vestia-schandaal in de media en werden Arjan G. en Fifa genoemd. „We schrokken enorm”, zegt Van der Zeep. „We hebben accountant PWC direct gevraagd om forensisch onderzoek te doen naar Fifa en onze eigen medewerkers, onder wie de kasbeheerder.”

Het was een „vrij moeizaam onderzoek”, volgens Van der Zeep. „PWC was aangewezen op onze eigen administratie en interviews met de medewerkers. Maar voor de transactiebevestigingen van de derivaten hadden we de banken nodig. Die wilden niet allemaal meewerken.”

Niets onoorbaars

PWC kon niet zeggen of de transacties ‘marktconform’ waren geweest. Het Openbaar Ministerie meldde dat er geen reden was voor strafrechtelijk onderzoek naar Fifa en Portaal – ook al was hier geen uitgebreid onderzoek naar gedaan. „Toen hebben we zelf het onderzoek maar gesloten, omdat we niet verder kwamen en er niets onoorbaars leek te zijn gebeurd.”

Portaal verbrak wel alle contacten met Arjan G. en Fifa en nam eind 2012 ook afscheid van Jan-Hein G. als adviseur. Ze vroegen Jan-Hein G. om een schriftelijke verklaring dat hij geen heimelijke geldstromen had ontvangen en die verstrekte hij Portaal ook. „Hij reageerde heel fel op verdenkingen in zijn richting.”

Anderhalf jaar lang gebeurde er niets. Totdat toezichthouder CFV zich medio vorig jaar meldde bij Portaal. Ze hadden een deel van de administratie en mailbox van Arjan G. en zeiden dat er aanleiding was voor onderzoek. Van der Zeep: „Het was schokkend. Het was direct duidelijk dat Arjan G. en Jan-Hein G. ons – in ouderwets Nederlands – gewoon belazerd hadden.”

Portaal schakelde bedrijfsrecherchebureau Hoffman in voor een nieuw onderzoek naar onder anderen de kasbeheerder. „Een pittig onderzoek”, zegt Van der Zeep. „Maar hij werkte volledig mee en stelde ook zijn privéadministratie beschikbaar. Wij vinden dat hij op bepaalde momenten niet zakelijk genoeg, te amicaal is geweest.”

De kasbeheerder kreeg geen smeergeld, maar ging bijvoorbeeld vaak eten met Arjan G., soms meerdere keren per week. Met kerst kreeg hij dure wijn en een reerug – in strijd met de interne integriteitscode. „Toen hij een vragenlijst van CFV over derivaten mailde aan Arjan G. schreef hij er iets bij als: doe er je voordeel mee. Dat is vreemd gedrag. En hij had dit verhaal ook bij het eerste onderzoek van PWC kunnen vertellen.”

Los van de integriteitsschendingen is het de vraag in hoeverre Portaal gedupeerd is. „Je kunt je afvragen of we wel een marktconforme prijs voor onze producten hebben betaald. Het lijkt er sterk op dat Arjan G. en Jan-Hein G. bewust banken buitensloten die geen provisie betaalden voor derivatencontracten.”

„Wat ik er zelf van heb geleerd, is hoe beperkt de mogelijkheden voor forensisch onderzoek zijn. En we zijn naïef geweest. We, en ook onze accountant, dachten dat we onze treasury zeer goed op orde hadden. Dat bleek op allerlei fronten toch niet het geval te zijn.”

De kasbeheerder was niet bereikbaar voor commentaar. De advocaat van Jan-Hein G. zegt dat zijn cliënt niet „van twee walletjes” heeft gegeten. Censum heeft klanten altijd „zorgvuldig en adequaat” geadviseerd en niet gedupeerd, zegt hij.