De radiofilm is het nieuwe hoorspel

Zes literaire auteurs schreven, op verzoek van het Nederlands Letterenfonds en het Mediafonds hoorspelen.„Je moet je verplaatsen in de wereld van een blinde.”

Opname van Een soort van Middeleeuwen met René van ‘t Hof (links) en Raymond Thiry met vergiet. foto karin van dis

Een „flitsende radiofilm” noemt schrijfster Wanda Reisel het hoorspel. Het genre dat „van alle literaire genres het meest het beroep doet op de verbeelding”, volgens dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer.

Christiaan Weijts, romancier, is geboeid door de personages in het hoorspel die „alles helemaal alleen moeten opknappen”. Want ze kunnen „niets anders dan praten en zelf geluiden produceren”.

Zes literaire auteurs schreven, op verzoek van het Nederlands Letterenfonds en het Mediafonds, zes nieuwe hoorspelen. De serie heet Fluiten in het donker. Vanaf deze vrijdag, om middernacht, zijn de afleveringen te beluisteren op NPO Radio 1.

Het hoorspel is een genre met een wisselende aanwezigheid in de media. Soms is het een tijdlang weg, en opeens is het er weer. De Hormoonfabriek (NPO Radio 1), naar het gelijknamige boek van Saskia Goldschmidt, speelt al geruime tijd met succes. Enkele tienduizenden luisteren per avond. Ook de podcast om hoorspelen te beluisteren is aan een opmars bezig; al in 2012 was De Kus van Ger Thijs via een podcast beschikbaar.

Toch is er een belangrijk verschil met de nieuwe reeks van zes hoorspelen, onder meer geschreven door Pfeijfer, Weijts, Reisel en Esther Gerritsen. De auteurs zijn met het genre onbekend, en hebben al schrijvend, in samenwerking me de regisseurs, de regels en wetten van het hoorspel ontdekt. De keuze voor de auteurs lag bij het Letterenfonds, het Mediafonds koppelde de schrijvers aan geoefende hoorspelregisseurs als Marlies Cordia, Jeroen Stout en Stef Visjager. Voeg daarbij vooraanstaande acteurs en actrices als Sylvia Hoeks, Rifka Lodeizen, Marcel Hensema, Ariane Schluter en Georgina Verbaan en de zes nieuwe hoorspelen luiden wellicht een nieuw tijdperk in van het hoorspel als ‘flitsende radiofilm’.

Spreken voor de microfoon

Volgens Marlies Cordia van de Hoorspelfabriek, tien jaar geleden opgericht met Vibeke von Saher om het genre toen al blijvend te ondersteunen, zijn toneelspelers graag bereid mee te werken aan het hoorspel: „Het spreken voor de microfoon, zonder daarbij terug te kunnen vallen op spel en gesticulatie, stelt aparte eisen. Bij het hoorspel komt alles aan op het oproepen van een wereld met niet meer dan stem en geluid.” De dynamiek van het nieuwe hoorspel schuilt in de technische mogelijkheden. Regisseurs putten uit het internet om tot bijzondere geluidseffecten te komen. Ook is het mogelijk de hoorspelen sneller en daardoor spannender te monteren, waardoor ze minder statisch zijn dan vroeger. Voor schrijvers biedt het hoorspel mogelijkheden die ze nooit eerder onderzochten.

Weijts formuleert het als volgt: „De personages kunnen niet anders dan praten. Een hoorspel schrijven is je verplaatsen in de wereld van een blinde. En als schrijver moet je strikt denken in dialogen.” Volgens beide fondsen moet het genre nu eindelijk eens af van het wat stoffige imago dat er al jaren aan kleeft, vooral verbonden aan de naam ‘de Hoorspelkern’. Deze kern verzorgde tussen 1947 en 1986 voor zowel de AVRO als de VARA op Hilversum 1 en 2 het hoorspel, met legendarische geluidseffecten als voetstappen in een grindbak die echte voetstappen moesten suggereren.

De naam die hierbij telkens opduikt is die van de fictieve privédetective Paul Vlaanderen, vertolkt door Jan van Ees. De Paul Vlaanderen-serie, genoemd naar de titelheld, was immens populair. Nu wekt het overmatige gebruik van geluidseffecten, als je terugluistert, een statische indruk.

Druipend zeemonster

De aflevering Verhaal voor het slapen gaan van Esther Gerritsen in de regie van Cordia gaat over een zeemonster, dat druipend en met slissende voetstappen door de straten loopt. Een kind (Kiki Lutje Beerenbroek) wil van de moeder (Rifka Lodeizen) telkens het verhaal over dat monster horen. Wat nu kan – en vroeger niet – is dat de watergeluiden superreëel klinken, alsof het water werkelijk uit de radio stroomt. Klonken de geluidseffecten in de Paul Vlaanderen-tijd kunstmatig, het huidige hoorspel bereikt in technisch opzicht een hoger werkelijkheidsgehalte. Dat maakt het filmischer dan voorheen: de luisteraar schakelt sneller over van iets wat hij hoort, naar iets wat hij meent te zien.

In Probeer om te keren speelt Weijts met het hoorspelgenre zelf. In de regie van Stef Visjager en met een cast van Sylvia Hoeks en Maarten Heijmans vindt er een sollicitatiegesprek plaats door een jonge vrouw voor een stemmenbureau. Dit stemmenspel transformeert tot een erotisch machtsspel. Vooral uit de scènes waarin de vrouw elke keer een andere toon moet vinden, blijkt hoe moeilijk het is om met woorden stemmingen op te roepen.

Is het oude hoorspel met zijn tot de verbeelding sprekende geluidseffecten geheel verdwenen? Nee. Pfeiffer keert in zijn spel Een soort van Middeleeuwen (regie: Vibeke von Saher) terug naar de tijd van de bloei van het hoorspel. Spelers René van ‘t Hof en Raymond Thiry zijn uitgedost met een vergiet op het hoofd en deksels van wastobben als een maliënkolder. De band met het oude hoorspel is niet verdwenen, integendeel, de nieuwe technieken zorgen voor grotere dynamiek.