CPNB: wees een kerel, kies een vrouw!

Het was een aardig toeval. Op maandagmiddag maakte de jury van de Librisprijs tevreden melding van de opkomst van de vrouwelijke debutanten: ‘Terwijl jonge vrouwen ooit traditioneel het favoriete onderwerp vormden van ouder wordende kunstenaars, lijkt de blijmoedige conclusie gerechtvaardigd dat de rollen vandaag de dag omgekeerd zijn.’ En in een moeite door passeerde de jury de oudere-man-verslikt-zich-in jong-blaadjeroman van Wessel te Gussinklo (Zeer helder licht) en de nog-niet-zo-oude-kloosterling-laat-zich-buitenlokken-door-opwindende-weduwe-roman van favoriet Jeroen Brouwers (Het hout). Op de shortlist waren de vrouwen vervolgens gewoon in de minderheid: zo snel gaat de emancipatie nu ook weer niet.

Een dag later mochten vijf ‘recente’ Boekenweekgeschenkauteurs op de televisie een leuk boek over waanzin aankondigen. Dat werden dus: vier mannen en Connie Palmen. Palmen (die Sylvia Plath aanprees) was zestien jaar geleden schrijver van het Boekenweekgeschenk. Na haar kreeg alleen Anna Enquist in 2002 toegang tot het hengstenbal van de collectieve boekpropaganda. Daarna hees de CPNB dertien maal achtereen een vent op het schild. Wat je ook aan argumenten kunt vinden (Heleen van Royen maakt de elite boos, Margriet de Moor is boven de zeventig, Annejet van der Zijl schrijft geen romans, Nausicaa Marbe woont in Haarlem, Esther Gerritsen had nooit een bestseller), het blijft gênant. Bovendien geldt voor al die mogelijke argumenten dat er uitzonderingen op worden gemaakt voor mannen die de laatste jaren wél werden uitverkoren. Bovendien zijn het allemaal argumenten over wat er mis zou kunnen gaan, terwijl de beste Boekenweken worden gemaakt wanneer er wordt gegokt op wat er goed kan gaan. En nu de ergste schrik van de boekencrisis voorbij is, mag er wel weer wat risico worden genomen. Dus, CPNB: wees een kerel en kies een vrouw. Droomauteur Herman Koch loopt heus niet weg.

Want, zoals ik in een pas verschenen boek las: ‘een wespentaille is geen paardenmiddel’. Het is een van de voorbeeldzinnen uit de reeks ‘Dit is geen dat’, waartoe ook behoren ‘een aannemer is geen uitgever’ en ‘een antiloop is geen prostaat’. Inderdaad, dit is de Taalgids voor Opperland. Biografe Liesbeth Koenen maakte een geweldige selectie van ‘de mooiste en nuttelooste taalvondsten en acrobatentrucs’ van Hugo Brandt Corstius. Als er één boek is waarin duidelijk wordt wat literatuur en waanzin met elkaar te maken hebben (namelijk alles), dan is het dit. Neem de zin: ‘Zuur kakken Alva’s mannen dode inktvis, tot knapen nichterig een otter lelijk pesten; ziezo: heel onhandig.’ Waarna Brandt Corstius schrijft: ‘U kan dit niet lezen.’ Dat klopt, denk je, maar het klopt meer dan je zou durven denken. Want de eerste zin is een gecodeerde weergave van de tweede. Dit boek is geen boek bij het Boekenweekthema, het ís het Boekenweekthema.