Argentijnse aanklagers zijn op hun hoede

De dood van Alberto Nisman vestigt de aandacht op de druk van de regering op aanklagers die dichtbij komen.

Alberto Nisman, de aanklager die op 18 januari dood werd aangetroffen in zijn appartement in Buenos Aires, „is vermoord”. Dat zegt zijn familie op basis van een onafhankelijk forensisch onderzoek. Daaruit zou blijken dat hij geen zelfmoord pleegde, zoals de Argentijnse regering aanvankelijk suggereerde. Volgens het rapport, dat werd gepresenteerd door Nismans ex-vrouw, de rechter Sandra Arroyo Salgado, is Nismans lichaam na zijn dood nog verplaatst.

De dag voor de presentatie had de Argentijnse regering juist de aanval ingezet op Nisman. In een paginagrote advertentie in de Argentijnse kranten liet ze weten dat Nisman erop uit was het land politiek te ‘destabiliseren’.

Nisman beschuldigde de Argentijnse president Kirchner ervan dat ze de betrokkenheid van Iraanse ambtenaren verdoezelde bij een bomaanslag op een Joods gemeenschapscentrum in 1994 in Buenos Aires. Hierbij vielen 85 doden. Een dag voordat hij zijn bewijs zou presenteren, werd hij gevonden met een kogel in zijn hoofd.

Sindsdien zijn de verhoudingen in het diep gepolariseerde land tot een dieptepunt gedaald. Veel Argentijnen geloven dat de regering achter de moord zit. Aanhangers van Kirchner waarschuwen juist voor een complot tegen haar regering, waarin vooral de veiligheidsdiensten een belangrijke rol zouden spelen.

In de felle strijd is de hele rechterlijke macht onder een vergrootglas komen te liggen. Het leidt tot onrust en angst onder Argentijnse aanklagers. Zij signaleren dat de regering in hun werkgebied infiltreert en een onafhankelijk onderzoek naar de dood van Nisman belemmert. „We moeten alert blijven”, zegt Carlos Donoso Castex, voorzitter van de vereniging van aanklagers. „De dood van Nisman baart ons grote zorgen. Een gewelddadige dood van een aanklager hebben we nooit eerder meegemaakt in Argentinië.”

Een maand na de dood van Nisman organiseerde een groep aanklagers een grote mars, als eerbetoon aan zijn werk en leven. De stille tocht werd bijgewoond door tienduizenden Argentijnen. Afgevaardigden van de regering schilderden de mars juist af als een ‘gerechterlijke putsch’.

Aanklagers in Argentinië zijn gewend aan stevige politieke druk van buitenaf. In zaken waarin hoge Argentijnse politici verdacht werden, zijn bedreigingen aan hun adres geen uitzondering. „Mijn huis is wel eens beschoten”, vertelt aanklager Carlos Rivolo. „En er is een poging gedaan mijn kinderen te ontvoeren.”

Recent nog kreeg Rivolo een duidelijke boodschap. Als aanklager in de rechtszaak tegen de huidige vicepresident Amado Boudou die wordt verdacht van corruptie, ontving Rivolo foto’s van hemzelf en zijn minnares, met de bedreiging dat deze aan zijn vrouw getoond zouden worden. „De afzender wist kennelijk niet dat ik gescheiden ben”, zegt Rivolo.

Niet iedereen gaat de strijd met de regering zo openlijk aan. „Ik houd me publiekelijk juist zo veel mogelijk op de vlakte”, zegt een andere aanklager, die anoniem wenst te blijven. „Binnen de rechterlijke macht is een kleine groep uitgesproken voor de regering en een kleine groep uitgesproken tegen. De groep in het midden, waartoe ik behoor, signaleert wel dat de regering infiltreert, maar is precies om die reden bang voor repercussies.”

Opvallend genoeg hebben aanklagers er toch vertrouwen in dat de waarheid over Nisman uiteindelijk boven tafel komt. „Ik wil de ernst van overheidsinmenging niet relativeren, maar hier hoort dat erbij,” zegt Rivolo. „Wij doen ons best niet te politiseren. Onze beroepsgroep is sterk genoeg om de druk te weerstaan.”