Verzekeraars kunnen niet langer achteroverleunen

In versneld tempo zullen bij verzekeraars nog duizenden ontslagen vallen, waarschuwt een commissie vandaag. De branche zit in zwaar weer.

De grote sanering in de Nederlandse verzekeringsbranche is nog maar net begonnen. Sinds het uitbreken van de financiële crisis zeven jaar geleden zijn zo’n 10.000 van de 60.000 banen verdwenen. De komende tijd zullen daar, in versneld tempo, nog vele duizenden ontslagen bijkomen. De sector staat onder grote financiële druk en dat gaat onvermijdelijk leiden tot verdere krimp.

Die alarmerende boodschap bracht de speciale Commissie Verzekeraars vandaag naar buiten. De commissie werd een jaar geleden ingesteld door minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) om onderzoek te doen naar de toekomst van verzekeraars. Vanmiddag presenteerde de commissie haar bevindingen.

De conclusie: de situatie van met name levensverzekeraars is „zorgelijk”. „De werkgelegenheid staat op het spel”, aldus hoogleraar Casper de Vries, tevens voorzitter van de speciale commissie.

Het rapport volgt op eerdere signalen dat Nederlandse levensverzekeraars in zwaar weer verkeren, maar dat dit voor het publiek vaak nog onopgemerkt bleef. Toezichthouder DNB heeft vorig jaar ook een soortgelijke waarschuwing afgegeven.

Politiek rapport

Met dit rapport is de zaak ook politiek geworden. Het rapport is opgesteld in opdracht van Dijsselbloem. Het rapport is van een soortgelijk gewicht als dat van twee jaar geleden van oud-SER-voorzitter Herman Wijffels, over de bankensector.

De opstellers roepen politici op regelgeving zo te wijzigen, dat er geen obstakels meer zijn voor verzekeraars om zich aan te passen, bijvoorbeeld door nieuwe producten te introduceren. Het rapport toont eveneens dat de situatie steeds nijpender wordt.

De commissie waarschuwt dat de problemen iedereen aangaan. Verzekeraars hebben een „maatschappelijke rol”. Hun producten geven klanten zekerheid. Ook zijn verzekeraars een motor van de economie. Ze investeren de premies die ze ontvangen in de economie. In Nederland gaat dat om veel geld. Van de 440 miljard euro die verzekeraars beheren, wordt zo’n 200 miljard hier geïnvesteerd. De Vries: „Dat gaat dus ook minder worden.”

Giftige cocktail

Ten grondslag aan de misère ligt een giftige cocktail van problemen. De kern is dat levensverzekeraars er nauwelijks nog in slagen nieuwe polissen te verkopen. „De nieuwe verkopen zijn zo’n 10 procent van vroeger.”

Dat komt onder meer door toegenomen concurrentie van banken en het feit dat regels voor levensverzekeringen zijn aangepast. Vroeger werden die fiscaal gestimuleerd. De Vries: „De sector heeft lange tijd achterover kunnen leunen, het geld kwam toch wel binnen. Die mooie tijd is nu voorbij.”

Maar het heeft ook te maken met een groot „publiek wantrouwen” jegens levensverzekeraars door de woekerpolisaffaire. Verzekeraars hebben in de jaren negentig klanten massaal beleggingspolissen verkocht waarvan de kosten extreem hoog waren – en ze hielden dat vaak ook nog verborgen. Het gevolg was dat de beleggingsopbrengsten van klanten tegenvielen en die vervolgens met bijvoorbeeld een fiks pensioengat kwamen te zitten.

En dan is er ook nog de extreem lage rente, die de beleggingsopbrengsten drukt en daarmee de winstgevendheid. Die lage rente is overigens met name dodelijk voor verzekeraars omdat het dan – als ze maar lang genoeg laag blijft – steeds moeilijker wordt om klanten in de toekomst uit te keren wat hun is beloofd. Daarin verzaken is dé nachtmerrie van elke verzekeraar.

Lage rente

De onzekerheid rond de lage rente heeft reeds tot spanningen geleid tussen sommige verzekeraars en DNB. De toezichthouder wil dat verzekeraars ruime buffers aanhouden, voor het geval het toch misgaat. En ze moeten voorzichtig beleggen.

Maar verzekeraars vinden dat ze wel wat risico moeten nemen, omdat ze anders nog moeilijker hun klanten kunnen uitbetalen. Meningsverschillen hierover speelden onder meer bij het conflict tussen Delta Lloyd en DNB, waarover de twee nu met elkaar in een rechtszaak zijn verwikkeld.

Van een afstand bezien dringt de vergelijking met de bankensector zich steeds meer op. Waar banken in het begin van de crisis harde klappen kregen en er in de jaren die volgden volop gesaneerd werd, stapelen de problemen voor verzekeraars zich nu op. Banken ondertussen ontworstelen zich juist langzaam aan de crisis.

De Vries benadrukt niettemin dat de problemen bij verzekeraars anders zijn dan die bij banken. „Mensen hoeven niet te vrezen voor hun geld, verzekeraars staan niet op omvallen.” Al was het maar omdat je geen bankrun kunt hebben bij een verzekeraar. Dat geld zit vast in langdurige beleggingen. Er zou bovendien „vooralsnog” nog steeds voldoende geld zijn.

„Maar, aldus De Vries, „als we in een Japan-scenario terechtkomen en de rente blijft de komende tien jaar laag, dan gaat er wel wat wringen ja.”

    • Chris Hensen