‘Van cultuur wordt te veel verwacht’

Het cultuurbeleid moet anders, vinden WRR-onderzoekers. Ze doen vier aanbevelingen

Maatschappelijke effecten van kunst - zoals plafondschildering in Markthal Rotterdam van Arnoe Coenen - moelijk meetbaar Foto BOAZ TIMMERMANS

Van verheffingsidealen na de Tweede Wereldoorlog tot pogingen om het vestigingsklimaat te verbeteren. Al decennia worden er door Rijk en lokale overheden steeds meer sociale en economische ambities op het cultuurbeleid gestapeld. Daardoor dreigt overvraging van culturele instellingen, stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in een vandaag verschenen verkenning.

„De economische of sociale effecten zijn voor de cultuursector moeilijk om aan te tonen, blijkt uit de vele onderzoeken die zijn gedaan”, vertelt Anne-Greet Keizer, een van de onderzoekers van de WRR. „Daar zit een groot risico in. Als je de subsidieverlening verbindt aan die effecten en de verwachtingen zijn hoog gespannen, dan kan de legitimatie voor die subsidies wegvallen. Maar zijn dat de belangrijkste effecten die de politiek met cultuurbeleid beoogt?”

Haar collega Erik Schrijvers, met wie ze samen de Verkenning schreef, vult haar aan: „Als dat niet zo is, dan moet je de vraag stellen of je er wel op moet sturen. Dat wil niet zeggen dat je de culturele sector niets mag vragen. Maar het gaat om de balans, en die lijkt niet goed”, zegt hij. „Er zijn allerlei verwachtingen over economische effecten. Er zijn sociale doeleinden, tot criminaliteitsbestrijding aan toe. Je kunt het zo gek niet bedenken. Wij pleiten voor terughoudendheid met al die doelstellingen. Juist nu na de bezuinigingen culturele instellingen nog druk bezig zijn met hun zoektocht naar nieuwe verdienmodellen.”

En de culturele waarde is uit het zicht verloren?

Schrijvers: „De vraag is wie er nog om maalt. Als je kijkt naar publiekscijfers, dan staat Nederland in de top van Europa. De mensen in Nederland willen wel een culturele beleving of een sociale activiteit omdat ze samen iets bezoeken. Zeker de musea en de festivals doen het goed. Maar de culturele instellingen hebben te maken met een grote smaakverandering bij het publiek. De vraag is of ze wel voldoende aandacht kunnen hebben voor vernieuwing om daar op in te spelen.”

Afgaan op meetbare prestaties, zoals minister Bussemaker beoogt, is niet de weg?

Schrijvers: „Er is heel veel niet te meten. Verantwoording afleggen is belangrijk, dat veroordelen we niet. Als je aanspraak maakt op publieke gelden, dan hoort dat er gewoon bij. Maar dat is iets anders dan afrekenen op allerlei specifieke effecten.”

Moet de politiek de verheffingsgedachte loslaten?

Schrijvers: „Die is al een tijdje weg. Je kunt zeggen omdat het deels geslaagd is. Maar het publiek accepteert ook niet meer dat het genoegen moet nemen met wat het wordt voorgeschoteld. Het onderscheid tussen hoge en lage cultuur is vervaagd.”

Keizer: „Je ziet veel culturele omnivoren. En je ziet instellingen zelf nieuw publiek zoeken op andere plekken. Neem nou het Concertgebouworkest dat in augustus op Lowlands optreedt. Er ligt een uitdaging voor de canonieke kunsten. Die hebben het moeilijker, maar je ziet ze ook zoeken naar die nieuwe wegen om publiek te bereiken. Dat kan mooie dingen opleveren. En de overheid moet niet vergeten dat het niet alleen om bezoeken aan theater of concertzaal gaat. Ook de digitale consument moet bediend worden. Een orkest zorgt ook voor de muziek die op de radio wordt gedraaid of voor de opname van een cd die mensen beluisteren. Dat is een andere reden om een orkest te subsidiëren.”

Dit jaar wordt het kunstenplan voor de volgende periode van 2017 tot en met 2020 vastgesteld. Moeten de aanbevelingen van de WRR daarin al worden meegenomen?

Keizer: „Het gaat vooral om de lange termijn. Maar als je die wilt beïnvloeden, moet je nu wel beginnen. De sector verandert heel snel. De overheid moet ook zorgen voor ontwikkelingsgelden , zodat culturele instellingen kunnen experimenteren met het maken van die vernieuwingsslag. Alleen maar de exploitatie subsidiëren is beleid op de korte termijn. Niet alles hoeft te lukken. Maar zorg wel dat kennis en ervaringen gedeeld worden. ”

Schrijvers: „Het is interessant als al gekeken wordt naar andere financieringsmethoden. Er wordt altijd maar gekeken naar subsidies, bezoekersinkomsten, sponsoring en giften. Maar er is nog een onontgonnen vorm van private investeringen, waarbij je net als in software-industrie voor investeringskapitaal of accelerators zorgt. De overheid kan een belangrijke rol bij het opzetten daarvan vervullen.”