Supporters zingen in ‘Feyenoord De Opera’

De voorstelling ‘Do You Still Love Me?’ gaat over de link tussen de passie voor theater en voor voetbal, ‘Feyenoord De Opera’ over de beleving van het supportersschap. „Zowel bij opera als bij voetbal gaat het om grote emoties van verlies en geluk.”

Do You Still Love Me? Met Cedric Eeckhout, Ina Geerts en op de achtergrond Dylan Charlot Foto John Vane

Een wereld van verschil: Feyenoord-fans beschadigden een zeventiende-eeuwse fontein tijdens hun bezoek aan Rome voor het Europa League-duel tegen AS Roma: cultuurbarbaren. Tegelijkertijd was er een groep Feyenoord-supporters die zich op Italiaanse operaliederen stortte: cultuurliefhebbers.

Bijna veertig man uit het legioen zit momenteel midden in de repetities van een Feyenoord-opera, die vanaf 18 mei in De Kuip speelt. Daarnaast gaat vrijdag de theatervoorstelling Do You Still Love Me? in première, met vier Feyenoord-supporters.

„Opera en voetbal hebben best veel met elkaar gemeen”, zegt Stefan van Hees, artistiek leider van het Rotterdams Wijktheater en regisseur van Feyenoord De Opera. „Bij beide gaat het om grote emoties van verlies en geluk. Opera is nu elitair, maar van huis uit volks. Voetbal is nu een sport voor het volk, maar was vroeger alleen voor rijkeluiskinderen weggelegd.”

Van Hees wilde de genres graag een keer samenbrengen. In zijn opera zingen een professionele sopraan en bariton, samen met het amateurkoor Ropera, operaliederen over de beleving van het supportersschap.

Het verhaal gaat over de relatie tussen een opa en kleinzoon, waarbij de opa alleen maar terugkijkt op het glorieuze verleden van de club en zijn talentvolle kleinzoon droomt van een toekomst als speler. Feyenoord-supporters leverden input, zingen mee met het koor, acteren en leiden het publiek rond in het stadion, waar de opera op verschillende plekken opgevoerd zal worden.

De theatervoorstelling Do You Still Love Me? heeft als thema de link tussen de passie voor theater en die voor voetbal. Vier fanatieke supporters en vier fanatieke acteurs zoeken met persoonlijke verhalen naar de overeenkomsten tussen hun toewijding. „De passie lijkt vaak gepaard te gaan met dezelfde gevoelens van hoop en angst en kent dezelfde obsessieve trekjes”, zegt regisseur Sanja Mitrovic. „Een acteur vertelt bijvoorbeeld dat ze haar familieleven geruïneerd heeft door het eindeloos toeren met voorstellingen. Een supporter uit Reims heeft zijn zoon altijd verweten dat hij lui was in het aanmoedigen van zijn team, terwijl die later MS bleek te hebben.”

Dat het supportersschap gepaard kan gaan met grote gevoelens, is zichtbaar bij Frans Lems. Op zijn arm staat een vrouw met een Feyenoord-shirt getatoeëerd, met de tekst: ‘Rotterdam 100 jaar 1908-2008’. Zijn ervaringen als supporter zijn verwerkt in de opera, waarin hij meezingt als bas. Hij heeft niets met opera, maar de regisseur houdt van zijn stem en hij krijgt hulp van een ervaren zanger uit het koor. Hij verwacht dat er bij de voorstelling weleens een traantje gelaten kan worden: „Zeker als we zingen over de gouden jaren tussen 1961 en 1974, over IJzeren Rinus en Theo de Tank.”

De persoonlijke verhalen van de supporters zijn van beide voorstellingen belangrijke ingrediënten. Mitrovic heeft contact met supporters uit de landen waar haar voorstelling zal spelen: Frankrijk (Stade de Reims), Nederland (Feyenoord) en België (Royale Union Saint-Gilloise). Ze gingen samen naar wedstrijden en hielden lange gesprekken. In elk land past ze de voorstelling aan hun verhalen aan.

Voor de opera gingen coproducenten Rotterdams Wijktheater en Theater Walhalla een samenwerking aan met de supportersvereniging, de club en de jeugdopleiding. Op hun oproep in het supportersblad Hand in hand kwamen meteen veel reacties. Voor Mitrovic was het vinden van supporters een moeilijkere klus. „We zijn uiteindelijk maar supporters zelf gaan aanspreken bij wedstrijden. De eerste gesprekken vonden plaats in cafés. Het was fijn om ze te ontmoeten in hun eigen omgeving.”

Voor de supporters was het wennen. „Ik wilde dat ze open hun verhalen vertelden. We hebben veel gelachen, maar ook gehuild. Ik heb zowel de acteurs als de supporters gevraagd om echt diep te graven.”

De Franse première was volgens Mitrovic een emotioneel moment voor de betrokkenen. „Je zag dat er een band ontstaan was tussen de acteurs en de supporters. Er zaten ook veel fanatieke fans in de zaal, die tijdens de voorstelling luidop reageerden op verwijzingen naar de lokale gemeenschap en voetbalclub. Een stil theaterpubliek keek enigszins verbaasd om zich heen, maar herkende zich dan weer in citaten uit theaterklassiekers.”

Met de opera hoopt Van Hees ook „beide kampen” te bedienen. „De voorstelling is geschikt voor mensen die bijna nooit naar theater gaan. We zingen herkenbare melodieën uit bekende stukken als Carmen, La Traviata en Don Giovanni. Operaliefhebbers geven we een legitimatie om ergens rond te kijken waar ze misschien normaal niet komen. Voor het echte Feyenoord-gevoel begint de voorstelling bij de kantine van de jeugdopleiding, waar men van tevoren kan eten. In het voorstellingskaartje zijn twee snacks inbegrepen. Seizoenkaarthouders krijgen korting.”