SP’ers zijn ook gewoon realo’s

Wat gebeurt er als SP’ers gaan deelnemen aan de macht, zoals de afgelopen vier jaar in Zuid-Holland en Noord-Brabant? Ze ontwikkelen zich tot loyale bestuurders die bereid zijn flink wat in te leveren.

Veertig meter stuiterde Johan van den Hout over het asfalt voor hij tot stilstand kwam. Hij reed met zijn motor over de provinciale weg tussen Den Bosch en Tilburg toen een onoplettende automobilist hem van opzij lanceerde. De schade: vijf gebroken ribben, een verbrijzeld schouderblad en een hoop kneuzingen. Zijn Goldwing 1500 was total loss.

Dat was afgelopen november. Inmiddels is Van den Hout, SP-gedeputeerde in Noord-Brabant, weer aan het werk. Alleen: motorrijden gaat even niet meer. „Ik kan amper fietsen, ik verrek nog altijd van de pijn.”

De pijn verbijten en doorgaan – dat is het verhaal van de SP in Noord-Brabant en Zuid-Holland. In 2011 kwam de partij voor het eerst in het bestuur van de twee grootste provincies van het land, in beide gevallen in een rechtse coalitie onder leiding van de VVD. Dat gebeurde op aandringen van de landelijke partijtop: de SP moest af van het imago van ‘tegenpartij’, laten zien dat ze op een volwassen wijze kon besturen. En zo de weg plaveien voor een groter doel: deelname aan een Haags kabinet.

Dat laatste is vier jaar later nog niet gelukt. In de Tweede Kamer voert de SP oppositie tegen het kabinet-Rutte II en houdt zich verre van de gedoogpraktijken van D66, ChristenUnie en SGP. Maar in Brabant en Zuid-Holland hebben de SP’ers op het pluche de eindstreep gehaald. En ondanks de opgelopen krassen en butsen, zeggen ze, smaakt het besturen naar meer.

Wat gebeurt er als actiepartij SP gaat deelnemen aan de macht? Dan blijkt het een uiterst loyale, betrouwbare coalitiepartner – zó loyaal dat het eigen politieke profiel behoorlijk verbleekt. Provinciale VVD’ers – landelijk vaak diametraal tegenover de SP – roemen de socialisten: ze zijn pragmatisch en houden zich aan hun afspraken.

De provinciale SP’ers zelf klinken na vier jaar als doorgewinterde realo’s. Hun teksten lijken verdacht veel op die van de PvdA, de partij wier compromissendrang de landelijke SP vrijwel dagelijks weghoont. Als je wil besturen, moet je nu eenmaal concessies doen. Een rechtvaardiger samenleving bereik je alleen met „kleine stapjes”, je moet „strategisch opereren”. Problemen oplossen is belangrijker dan ze benoemen. Johan van den Hout: „Je kunt altijd nog meer bereiken in een rechtse coalitie dan in de oppositie.”

Zevenenveertig jaar was Brabant bestuurd door VVD, CDA en PvdA, toen Van den Hout vier jaar geleden aantrad als gedeputeerde voor ecologie en handhaving. Een politieke ommezwaai, mede mogelijk gemaakt door formateur en VVD-coryfee Hans Wiegel. Volgens andere partijen gaf de SP daarvoor wel zo’n beetje het hele verkiezingsprogramma weg, met name op het gebied van ruimtelijke ordening. Van den Hout bestrijdt dat: er kwam extra geld voor natuurgebieden en Brabant ging de megastallen veel strenger aanpakken. Was allemaal nooit gebeurd zonder de SP.

Het besturen ging met vallen en opstaan. Toen Van den Hout akkoord ging met de ingrijpende bezuinigingen op natuur van het vorige kabinet-Rutte, verlieten twee Statenleden de fractie. Het vertrek van zijn partijgenoten, zegt hij, had niet zozeer te maken met principiële bezwaren als met de sfeer in de Statenfractie, die op dat moment „klote” was.

Er waren meer akkefietjes. Coalitiegenoten CDA en VVD torpedeerden zijn plan voor de herintroductie van vijf zoogdieren in de provincie: edelhert, lynx, otter, bever en wisent (‘the big five’). En Van den Hout moest woedende SP’ers in de omgeving van Eindhoven uitleggen dat hij onder druk van de VVD toch akkoord was gegaan met de aanleg van de ‘ruit’, een uitbreiding van de ringweg.

Toch kijkt hij tevreden terug, zegt Van den Hout. De ruit kwam er niet – zij het alleen omdat een meerderheid van de Tweede Kamer, waaronder de SP, de rijksbijdrage aan het project verwierp. En over de ‘big five’ sloot de coalitie uiteindelijk een compromis: de dieren mogen komen, de provincie betaalt alleen niet mee. „Dat vind ik prima. Wat kost een otter nou helemaal?” Vorig jaar werd Van den Hout uitgeroepen tot ‘groenste politicus’ van Nederland.

Wie luistert naar Van den Hout, hoort een voorbeeldige coalitiepoliticus. In dealtjes sluiten met de oppositie is hij niet geïnteresseerd, want „achteruit onderhandelen is de dood in de pot voor iedere coalitie”. Over oppositiepartij D66 zegt hij: „Die stelt zich wel erg weinig bestuurlijk op.”

Over één ding is Van den Hout niet echt te spreken: de aandacht van de SP-top. Met partijvoorzitter Jan Marijnissen kan hij het sowieso „bijzonder slecht” vinden: „Hij houdt niet van kritische partijleden. Die man is zó autoritair, het is bij de wilde beesten af.” Maar ook de Tweede Kamerfractie liet volgens Van den Hout de afgelopen vier jaar nauwelijks iets van zich horen. „Ze informeerden echt niet hoe we het deden in Brabant.”

Rik Janssen is de SP-gedeputeerde in Zuid-Holland. Hij klinkt en oogt zowaar nóg bestuurlijker dan Van den Hout: onberispelijk in pak met das, nette zijscheiding. Ook zijn arbeidsverleden is niet stereotiep SP: hij was jarenlang zelfstandig horecaondernemer in Scheveningen. Janssen gebruikt uitdrukkingen als ‘pro-actief’ en ‘netwerkend werken’. „Je zou bijna denken dat hij een VVD’er is”, grapt Floor Vermeulen, VVD-lijsttrekker in Zuid-Holland.

Ook in Zuid-Holland heeft de SP een aantal pijnlijke concessies moeten doen aan de VVD. Janssen tekende voor de aanleg van de Rijnlandroute, de nieuwe provinciale weg ten zuiden van Leiden waartegen zijn partij zich eerder verzette. Ook moest hij accepteren dat het provinciebestuur op zo’n beetje alle terreinen bezuinigde, van milieubeleid tot cultuureducatie.

Janssen verdedigt zijn compromissen met de lichtheid en goedgemutstheid van een ervaren gezagsdrager. Het provinciebestuur moest nu eenmaal „financieel orde op zaken stellen” en „meer geld betekent niet automatisch dat het beter gaat”. En wat kreeg de SP allemaal niet terug voor die concessies? Een beter openbaar vervoer, meer fietspaden en geen gedwongen herindeling meer van gemeenten. „In de oppositie moest je altijd vragen en maar afwachten of je iets kreeg toegeworpen”, glundert Janssen. „Nu kun je meebepalen. Je bent af van het genadebrood.”

Zou de samenwerking met de VVD ook op landelijk niveau kunnen? Johan van den Hout is sceptisch: de provincie gaat niet over sociaal beleid, „dus kunnen we hier om fundamentele meningsverschillen heenwerken. Maar bij zaken als marktwerking in de zorg en oorlog en vrede is dat onmogelijk.” Rik Janssen ziet wél kansen. „Uiteindelijk gaat besturen voor een groot deel om de relatie tussen personen. Als SP en VVD in de Tweede Kamer wat minder dogmatisch en meer pragmatisch worden, is het misschien mogelijk.”