Speel Nederlandse toneelteksten! 1 8 3 9 5

‘Ten Oorlog!’, de magistrale bewerking van de koningsdrama’s van Shakespeare door Tom Lanoye, is verkozen tot beste Nederlandstalige toneeltekst. Nederlandse teksten mogen meer aandacht krijgen.

Lucas Van den Eynde in Ten Oorlog! door Blauwe Maandag Compagnie (1997) Foto Corneel Maria Ryckeboer

Dat is wel sneaky van toneelschrijver William Shakespeare: wordt er een top-25 van de beste Nederlandstalige theaterstukken samengesteld, staat de Brit op de eerste plaats. Zij het via een omweg. Het legendarische marathonstuk Ten Oorlog! (1997) van Tom Lanoye wordt als de meest belangwekkende Nederlandstalige toneeltekst beschouwd. Het is geïnspireerd door de koningsdrama’s van Shakespeare, zoals Richard II en Richard III.

De verrassende keuze voor Ten Oorlog! is het resultaat van onderzoek door de Universiteit van Amsterdam onder schouwburgbezoekers, regisseurs, acteurs en theaterliefhebbers. Leedvermaak (1982) van Judith Herzberg bezet de tweede plaats in deze theatercanon, die vandaag onder de titel In reprise verschijnt.

De samenstelling van de canon, zegt Rob van der Zalm, theaterwetenschapper en initiator van het onderzoek, is een reactie op de „veelgehoorde klacht van toneel- en literatuurliefhebbers, maar ook van het schouwburgpubliek dat de Nederlandse theaterpodia overstroomd worden door telkens andere stukken.” Deze toevloed van nieuw werk vormt weliswaar een rijkdom, maar kent ook een keerzijde: als elke keer alles nieuw is, dan mist het publiek de oriëntatie op stukken die in vroeger tijden toeschouwers konden bekoren. Die raken in de vergetelheid. De Grieken, Shakespeares en Tsjechovs vliegen ons om de oren, maar waarom niet geput uit de eigen toneelhistorie?

Van der Zalm is ervan overtuigd dat een „bloeiende theatercultuur ondenkbaar is zonder een aantal teksten dat tot de canon, het vaste repertoire, behoort”. Ideaal zou zijn als elke generatie regisseurs een toneeltekst uit dat repertoire tegen het licht houdt en opnieuw interpreteert. De canon kunnen we beschouwen als een toneelverlanglijst.

Welke stukken wil de hedendaagse schouwburgbezoeker graag nog eens gespeeld zien?

De canon is samengesteld op basis van een longlist van honderd stukken, dwars door de eeuwen heen. Hieruit vloeide de shortlist van 25 titels voort, gekozen door ongeveer driehonderd betrokkenen. Opvallend is dat 94 procent van de respondenten, zeker ook de jongeren, daadwerkelijk meer Nederlands repertoire wil zien. Nog opmerkelijker is dat slechts 39 procent van de antwoorden aangeeft dat „de verouderde taal een obstakel is voor het spelen van ouder toneel”. Tegen heropvoering van deze teksten pleitte altijd dat de taal een barrière is, maar Vondel, Hooft, Bredero kunnen kennelijk met gerust hart gespeeld worden. Hierin kan ook het onderwijs een rol vervullen, zegt regisseur Ola Mafalaani. Lees deze stukken, speel ze met de leerlingen.

De uitslag van In reprise plaatst de bestaande theaterpraktijk in een ander licht. Het aanbod van toneelgezelschappen en schouwburgen voldoet kennelijk te weinig aan het verlangen naar eigen repertoire. Toch blijft de vraag open waarom dat Nederlandse repertoire niet bestaat.

Het is onterecht alleen de regisseurs die telkens met iets nieuws willen komen daarvan de schuld te geven. Zijn Nederlandse toneelteksten wel zo goed, zijn die klassiekers inmiddels niet vooral leesstukken? Dat is de reactie van Rob Ligthert, regisseur en directeur van de Toneelacademie in Maastricht. „Schuilt er in die stukken wel voldoende universele betekenis?”

Dat neemt niet weg dat In reprise terecht aandacht vraagt voor iets wat het Nederlandse theater ontbeert: het besef dat het theater van nu voortkomt uit stukken en voorstellingen van vroeger. Dat die uitvoeringen samen een toneeltraditie opbouwen, waarin het publiek zich herkent en thuis voelt. Om die band met het verleden te bestendigen hebben we niet altijd Shakespeare nodig.