Samen tegen illegale migranten

Spanje werkt steeds nauwer samen met Marokko om de stroom vluchtelingen naar de EU in te dammen.

Een agent van de Guardia Civil probeert immigranten te weren uit het Spaanse Ceuta (rechts). Een jaar geleden verdronken 14 migranten voor de kust van de exclave. Vorige maand werden zij in Madrid herdacht met eenroos in het prikkeldraad (links). Foto’s EPA/reduan,en Juan Medina/Reuters

Even waren de grenstroepen van Marokko en Spanje verrast. Een massale bestorming aan de bergachtige noordkant van Ceuta was zelden geprobeerd. Opeens rende begin februari een groep van vijftig Afrikanen op klaarlichte dag op de grens tussen Afrika en de Europese Unie af. Marokkaanse grenswachten pakten er 42, maar zagen er acht door de linies breken. Zes klommen de hekken op, waar ze na uren bungelen vrijwillig vanaf gingen. Twee anderen sprongen in zee. Een van hen besloot vanwege de Guardia Civil terug te zwemmen, in de armen van de Marokkaanse politie. De andere zwemmer bereikte het strand bij Benzú. Hij zette voet op Spaanse bodem en mocht blijven, in afwachting van de uitkomst van zijn asielaanvraag. Als het aan Spanje ligt, loont zo’n poging over een paar weken niet meer.

Spanje en Marokko willen een einde maken aan het terugkerende beeld van bungelende Afrikanen op een hek vol prikkeldraad. Ze voeren in hoog tempo maatregelen door die de vlucht naar de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla moeten ontmoedigen. „Spanje kom je door de voordeur binnen, niet door het raam”, zei Spaans minister van Binnenlandse Zaken Jorge Fernández Díaz vorige zomer.

Nu al stuurt Spanje met medewerking van Marokko vluchtelingen die bij Ceuta en Melilla over de hekken klimmen terug – al worden het officieel geen uitzettingen genoemd. Het gaat vaak om vluchtelingen die gepakt worden in het niemandsland tussen de hekken en barrières van prikkeldraad. In de hekken van Ceuta zijn de afgescheurde kledingstukken het enige stille bewijs van dergelijke gevallen.

Spanje kan ze terugsturen op basis van een verdrag dat het in 1992 met Marokko sloot. De Marokkanen nemen illegale vreemdelingen zonder procedure terug. Daar blijven ze soms jaren rondhangen bij de grens tot een vluchtpoging slaagt.

Madrid ziet de grensbestormingen niet langer als vluchtelingenprobleem, maar als verstoring van de openbare orde. De regering wil een wettelijke basis voor de directe uitzettingen creëren door te stellen dat die plaatsvinden wegens het „illegaal binnenkomen” van Spanje. Het Congres keurde de plannen eind 2014 goed; eind maart buigt de Senaat zich erover.

Ter compensatie moeten aan de grens van Ceuta en Melilla op Marokkaans grondgebied Spaanse kantoren komen waar asiel kan worden aangevraagd. Dit kan een oplossing zijn voor Syriërs, die in tegenstelling tot de Afrikaanse vluchtelingen vaak een paspoort hebben.

Hete uitzettingen

Tal van organisaties hebben in Brussel protest aangetekend tegen het nieuwe beleid van Spanje. „We zullen blijven vechten voor de rechten van de vluchtelingen”, zegt Isabel Elenku van SOS Racismo. „De Spaanse regering wil het illegale legaal maken”, stelt Esteban Beltrán, directeur van Amnesty International Spanje. Volgens Beltrán zijn deze ‘hete uitzettingen’ – mensen die de grens over komen worden direct aan Marokko overgeleverd – strijdig met de internationale verdragen waarin staat dat één voet over de grens het recht geeft op een asielaanvraag en juridische bijstand. Cecilia Malmström, de Europese commissaris voor Binnenlandse Zaken, wil opheldering van Spanje.

Spanje kan zijn nieuwe beleid alleen doorvoeren met Marokkaanse steun. In het verleden deden de Marokkanen de vluchtelingenstroom af als een Spaans probleem, maar Marokko veranderde van inzicht, mede onder druk van de EU. Eerder probeerden Italië en Libië samen een oplossing te zoeken voor het vluchtelingenprobleem op de Middellandse Zee.

Ter ondersteuning gaf de EU 140 miljoen euro voor het stimuleren van „sociale en economische hervormingen” in Marokko. Volgens een diplomatieke bron vallen sommige handelsakkoorden soepeler uit voor Marokko en biedt Spanje de grenspolitie materieel. Helikopters houden de grens met Ceuta in de gaten.

De Marokkaanse koning Mohammed VI kondigde anderhalf jaar geleden al maatregelen aan om de druk op de Spaanse exclaves te verminderen. De groep vluchtelingen die in de bossen voor de grens wachtte op het juiste moment van een bestorming, was uitgegroeid tot tienduizenden mensen. Marokko verstrekte verblijfsvergunningen van een jaar. Anis Birou, minister van Marokkanen in het Buitenland en Migratie, maakte onlangs bekend dat in 2014 van de 27.000 aanvragen er 18.000 zijn gehonoreerd. Maar de meesten blijven een weg naar Europa zoeken.

Marokko steunt Spanje ook actief met het tegenhouden. De Marokkaanse regering maakte bekend dat in 2014 zo’n tachtig geplande pogingen om de grens over te steken in Ceuta en Melilla zijn verijdeld door ingrijpen van de Marokkaanse politie. Duizenden illegalen werden opgepakt. In februari hebben Marokkaanse troepen kampementen met vluchtelingen vlak bij Ceuta en Melilla opgebroken.

In Ceuta zie je ze lopen, de vluchtelingen die op EU-bodem op asiel wachten. Ze doden de tijd door van het opvangcentrum naar het stadje te lopen, op zoek naar een kleine bijverdienste. Dromend van een leven op het Europese vasteland.

Tragedie van Tarajal

Een van de velen die een leven in Madrid wisten op te bouwen, is de Senegalees Mustafa Fall. In 2006 reisde hij van Senegal naar Mauritanië en stapte daar op een bootje naar Tenerife. „Als vluchteling denk je aan één ding: Europa. Geen zee of muur is groot genoeg om die droom te verstoren. Dat zit heel diep van binnen. Maar helaas gaat het niet altijd goed. De strijd is verhard. Het is vaak letterlijk een gevecht om te overleven geworden.”

Fall liep vorige maand in Ceuta mee in een mars om ‘de tragedie van Tarajal’ te herdenken. Vorige winter verdronken voor de kust van Ceuta, ter hoogte van de Playa de Tarajal, zeker veertien vluchtelingen. Het is een open wond in Ceuta. Leden van de Guardia Civil werden voor moordenaars uitgemaakt omdat ze rubber kogels in het water schoten en traangasgranaten gebruikten om een bootje op zee te houden.

Lang leek het op een doofpotzaak. Nu moeten zestien guardias als verdachten een verklaring afleggen. De kapitein van de bewuste eenheid heeft deze week voor de rechter het handelen van zijn troepen verdedigd. Onlangs zijn acht leden van de Guardia Civil aangeklaagd die bij een bestorming in Melilla vorig najaar excessief geweld zouden hebben gebruikt.

De politieke leiders van Ceuta en Melilla zien de mogelijke vervolgingen als een aanval van de andere kant. Juan Jesús Vivas en Juan José Imbroda staan onvoorwaardelijk achter de Guardia Civil. „Ze hebben alleen de grens verdedigd”, stelde Imbroda, de presidente van Melilla. „Als deze guardias zwaar worden gestraft, houdt het op. Dan kan de grens niet meer worden verdedigd.”

Ngo’s vrezen juist voor gelegitimeerd hard optreden tegen vluchtelingen. Paula Domingo biedt hun in Ceuta namens de hulporganisatie ELIN allerlei vormen van bijstand aan. „Hekken met prikkeldraad. Schieten met rubberen kogels, het is mensonterend allemaal. In vijftien jaar tijd is het alleen maar erger geworden”, zegt ze in een schooltje dat als warm nest voor immigranten dient. „We bieden hier een beetje naastenliefde. Begrip. Dingen die geen geld kosten maar wel heel belangrijk zijn. Dit is een wereldprobleem. Wat Spanje ook wil doen. De vluchtelingen zullen naar Europa blijven komen.”