‘Pump and dump’ - hoe prijsgaranties de kunstmarkt bedreigen

Foto iStock

Hoe schimmig de kunstwereld kan zijn, bleek in november weer eens bij de verkoop van een bronzen beeld van Alberto Giacometti in New York: er was uiteindelijk één bieder, die er 90 miljoen dollar voor over had. Minder dan de verwachte opbrengst van 100 miljoen dollar, en dus leverde de verkoop waarschijnlijk verlies op voor veilinghuis Sotheby’s. Die had namelijk een gegarandeerde opbrengst afgesproken met de verkoper. Zulke prijsgaranties komen steeds vaker voor, en ze brengen veilinghuizen in problemen.

Waarom bieden veilinghuizen zulke garanties?

De vraag naar de gewilde werken van Warhol, Bacon en Richter is zoveel groter dan het aanbod, dat eigenaren een geweldige onderhandelingspositie hebben. Ze kunnen van alles bedingen: nul verkoopcommissie, een gegarandeerde minimale opbrengst, en ook een deel van de koperscommissie, wat in jargon een enhanced hammer (verhoogd hamerbedrag) wordt genoemd.

Waarom komen er steeds meer garanties?

Begin deze eeuw waren garanties ook al in zwang. Maar toen de kunstmarkt in 2008 door de crisis opeens inzakte, stopten de veilinghuizen daar noodgedwongen mee. Opeens waren ze eigenaar van dure kunstwerken en moesten ze pijnlijke verliezen incasseren. Sotheby’s moest dat jaar op garantieafspraken 52 miljoen dollar afschrijven.

Na 2009 richtte de kunstmarkt zich weer op. De omzet van Christie’s steeg sindsdien gestaag van 3,3 miljard naar 8,4 miljard dollar afgelopen jaar. Ondanks die groei kwamen de winstcijfers steeds meer onder druk te staan. Onder meer door de prijsafspraken, concluderen marktanalisten.

De les die veilinghuizen in 2008 trokken, was dat ze de risico’s van prijsgaranties moesten terugbrengen. Dat deden ze door derde partijen borg te laten staan. Als een kunstwerk niet tegen het overeengekomen bedrag werd verkocht, nam de garantiehouder het kunstwerk voor dat bedrag af. Als het kunstwerk meer opbracht, beloonde het veilinghuis de borgstelling met een percentage van de meeropbrengst plus de helft van de koperscommissie. Het aantal prijsgaranties is de afgelopen jaren explosief toegenomen, en Christie’s en Sotheby’s nemen de risico’s nu weer meer in eigen hand.

Waarom is dit een risico voor de kunstmarkt?

1. Gevaar voor veilinghuizen

NH040315__309_1____1@callisto_id_20150303T162215

De topverkopen zorgen voor krantenkoppen, maar de bijbehorende winstmarges zijn flinterdun. De druk die dat op de bedrijfsresultaten geeft, zou hebben bijgedragen aan het onlangs aangekondigde vertrek van William F. Ruprecht en Steven P. Murphy, de topmannen van respectievelijk Sotheby’s en Christie’s.

Aan de garantieafspraken kleven meer risico’s. Net als in 2008 zou een onverwachte marktbeweging slecht kunnen uitpakken voor de grote veilinghuizen. Inbrengers klagen dat de veilinghuizen meer hun best doen voor gegarandeerde kunstwerken.

2. Kans op marktmanipulatie

Ethische gevaren zijn er ook. De kunstmarkt is minder transparant en minder gereguleerd dan andere markten. Verkopers van kunstwerken met een prijsgarantie of partijen die borg staan, mogen mee bieden op de betreffende kunstwerken. Dat zorgt niet alleen voor ongelijkheid in de veilingzaal, het maakt ook marktmanipulatie mogelijk.

In zijn blog op de site van persbureau Reuters liet analist Felix Salmon in januari zijn fantasie de vrije loop. Met goede ‘enhanced hammer’-afspraken wordt het voor grote kunstverzamelaars mogelijk om kosteloos de markt te manipuleren. Dat biedt kansen, zegt Salmon, voor wat op Wall Street pump and dump wordt genoemd – een goedkoop aandeel inkopen, de waarde daarvan kunstmatig opkrikken, en dan met winst verkopen. Een verboden praktijk op de aandelenmarkt. Maar niet op de kunstmarkt, stelt Salmon. In de veilingzaal kan ‘pump and dump’ binnen de regels worden gespeeld.