Ontroerend portret

Regisseur Alan Hicks was een van de vele jonge jazzmusici die de legendarische trompettist Clark Terry tijdens zijn illustere carrière onder zijn hoede nam. Hij besloot er zelf een documentaire over te maken.

Terry die speelde met alle groten, van Count Basie tot Miles Davis, is hoogbejaard en uiterst fragiel. Hicks komt met zijn camera zeer dichtbij, maar laat Terry in zijn waarde. Geen eenvoudige opgave, maar het resultaat is een hartverwarmende film: een ode aan de menselijke veerkracht en levenslust. Hicks volgt Terry vooral in zijn huidige leven: de focus ligt op zijn verhouding met leerling Justin Kauflin, een begaafd pianist met plankenkoorts. De tweede lijn van de film is Terry’s vriendschap met jazzmuzikant Quincy Jones, ooit zijn eerste leerling. Hij was toen nog op het hoogtepunt van zijn carrière en Jones kon alleen ’s ochtends vroeg langskomen, voor hij naar school ging. Clarke had dan de hele nacht gemusiceerd in de jazzclubs van New York. De film is niet zozeer onderscheidend, maar wie ligt daar wakker van als het materiaal zo mooi en ontroerend is?