Nog idealistischer dan 40 jaar geleden

De pianist en componist is bekend van ‘The people united will never be defeated!’ Maar zijn nieuwe compositie ‘A dog’s life’ is „pure muziek”, geen revolutionaire oproep.

Foto Bram Budel

Zitten hedendaagse componisten in een ivoren toren? Frederic Rzewski bewijst het tegendeel. In 1975 werd de Amerikaanse pianist en componist beroemd met zijn pianowerk The people united will never be defeated!, dat 36 variaties bevat op het Chileense revolutielied El pueblo unido jamás será vencido. Atonale clusters, romantische gestes, improvisatie en rumoerig straatprotest gaan hier hand in hand.

Het enorme succes heeft de inmiddels 76-jarige componist, wiens tweede pianoconcert A dog’s life woensdag door ASKO|Schönberg in wereldpremière werd gebracht, niet kunnen herhalen. „Officieel ben ik niet eens meer de componist van The people united”, zegt hij met raspende lach vanuit Brussel waar hij een woning heeft. „Het oorspronkelijke lied was geschreven door mijn goede vriend Sergio Ortega. Helaas werd mijn hierop gebaseerde pianowerk wereldberoemd en dus winstgevend. Een Spaanse uitgever die de rechten op het lied had, wilde opeens al dat geld hebben. En toen mocht ik me alleen nog de ‘arrangeur’ noemen.”

Rzewski kreeg van de rechtszaak een depressie. „Totdat ik realiseerde: uitgevers geven je sowieso nooit geld. Het auteursrecht is corrupt, de artiesten profiteren als laatste. Ik besloot toen om al mijn composities voortaan gratis op internet aan de wereld aan te bieden. Dat luchtte op.”

Wie denkt dat Rzewski sinds de jaren zeventig gedesillusioneerd is geraakt, heeft het mis. „Ik ben zo mogelijk nog idealistischer dan veertig jaar geleden! Een revolutie kán niet uitblijven, anders staat ons mensensoort de uitsterving te wachten. We moeten de maatschappij grondig aanpassen, willen we niet aan oorlog of klimaatverandering te gronde gaan.”

Het pianoconcert A dog’s life is, zo beweert Rzewski zelf, „pure muziek, meer niet”. Maar moeten we niet toch iets achter de titel zoeken? Het hondenleven van de onderdrukten? De tevreden bourgeoisie die ’s avonds de hond uitlaat? „Mijn muziek heeft geen revolutionair aspect, al wordt voortdurend het tegendeel gezegd.” Toch wil hij wel een toelichting geven. „De introductie, uitgevoerd door zeven slagwerkers, heet endless war. Dit gaat over de periode waarin we nu leven, al kan ik niet precies uitleggen waarom.”

„Het centrale deel heet 25 scents: als een hond die zijn neus achterna rent zonder vooropgezet plan, flitst de muziek van de ene plek naar de andere. Er is hier op verzoek van de solist Daan Vandewalle ook ruimte voor improvisatie. In de jaren zestig en zeventig was die techniek trouwens een idealistisch gegeven: het naïeve idee dat we door middel van improvisatie vanuit het niets een universele taal zouden uitvinden. Het leidde helaas nergens toe.”