‘Nederland heeft 1.000 beschermde soorten, Duitsland maar 20’

Dat zei Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik (CDA) bij De Ochtend (NPO Radio 1)

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Is Nederland het braafste jongetje van Europa, als het op dierenbescherming aankomt? Dat was de stelling van Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik, maandag bij De Ochtend op NPO Radio 1. Ze vond Nederland „gekke Henkie”, zo overdreven beschermden we de natuur. Ze ging in het radioprogramma in debat met Jaap Dirkmaat van natuurbeschermingsorganisatie Das & Boom, en algauw vlogen de cijfers over tafel.

Uit Duitsland wist Schreijer-Pierik dat daar „twintig” dier- en plantsoorten beschermd zijn, en „in Nederland een kleine duizend soorten”. Dat was een fabeltje, zei Dirkmaat: Duitsland heeft „meer dan 200” beschermde soorten, en in Nederland is de lijst juist korter, „omdat de meeste soorten hier al zijn uitgestorven”. Lezer Marc Bouma vroeg ons om opheldering. Wie heeft er gelijk? Om het wat te stroomlijnen checken we de uitspraak van Schreijer-Pierik dat er in Nederland een kleine 1.000 beschermde soorten zijn en in Duitsland maar 20.

Waar is het op gebaseerd?

Er bleef in de gauwigheid van het gesprek nogal wat context onbesproken, bleek toen we Schreijer-Pierik en Dirkmaat om hun bronnen vroegen. Volgens de woordvoerder van Schreijer-Pierik doelde zij „specifiek en uitsluitend” op een lijst van beschermde dieren en planten waarmee Nederland reageerde op een Europese richtlijn uit 1992: die soorten zijn volgens Nederland „beschermenswaardig en prioritair”, aldus de woordvoerder. Toen droeg Duitsland maar 20 prioriteitssoorten aan, aldus de woordvoerder. Daarmee wilde Schreijer-Pierik maar zeggen dat „de gestrengheid van Nederland uitzonderlijk is in vergelijking met de overige lidstaten” (en dat zit de landbouw in de weg). Overigens: dat ze specifiek en uitsluitend op die cijfers doelde, vertelde ze er niet bij, op de radio.

En Dirkmaats getallen? De Das &Boom-oprichter verwijst voor cijfers naar de Nederlandse Flora- en Faunawet en naar de vergelijkbare Duitse wet, die de ‘Anlage 1 zur Bundesartenschutzverordnung’ (‘bijlage één bij de natuurbeschermingsverordening van de bondsrepubliek’) heet.

En, klopt het?

Is er inderdaad zo’n groot verschil tussen ‘streng’ Nederland en ‘losser’ Duitsland?

De bescherming van dieren en planten is in Europees verband geregeld, in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In die eerste staan de Europese beschermde vogelsoorten, in die tweede staat beschreven voor welke planten en dieren er ‘speciale beschermingszones’ moeten worden aangewezen omdat de soorten bedreigd worden. Daarom bevat de richtlijn ook een lijst met de planten- en diersoorten waar het om draait. In totaal worden in de twee richtlijnen bijna 1.000 soorten beschreven, inclusief de ondersoorten die onder een verzamelnaam zijn weergegeven.

Onze Flora- en Faunawet is de implementatie van die Europese richtlijnen, toegespitst op de Nederlandse situatie. De wet is inderdaad veelomvattend: daarin staat dat in principe alle zoogdiersoorten beschermd zijn, en welke vogelsoorten, amfibieën- en reptielensoorten, vissoorten (behalve de vissen waarop vissers mogen vissen, volgens de Visserijwet), plantensoorten, et cetera. (Hoewel er onderling veel verschil bestaat over wat die bescherming inhoudt.) In totaal 1.126 soorten – daarbij worden ondersoorten dus specifiek genoemd.

Maar de Duitse lijst is niet veel bescheidener: in de verordening staan ruim 800 beschermde planten en dieren. Over twintig ‘prioriteitssoorten’ is in die wet niets te vinden.

Conclusie

De getallen van Schreijer-Pierik gaan niet over het totale aantal beschermde dier- en plantensoorten, maar met ‘een kleine 1.000’ zit ze wel sterk in de richting van de Nederlandse situatie. Maar het aantal beschermde soorten is in Duitsland niet veel kleiner. We beoordelen de uitspraak daarmee als half waar.

Ook een bewering gehoord die we moeten checken? Mail naar nextcheckt@nrc.nl of meld het via Twitter met #nextcheckt.