Het protest wil nog niet vlammen

Ook in een universiteitsstad als Nijmegen protesteren studenten. Maar écht wild wordt het nog niet.

Het studentenprotest blijft beperkt tot debat. Foto Rien Zilvold Foto Rien Zilvold

„Ik denk dat we te maken hebben met een lokaal, Amsterdams probleem.” Zo besluit historicus Jan Brabers zijn inleiding van het debat over democratie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Een uur later kennen zo’n 150 studenten ook de mening van Gerard Meijer, voorzitter van het college van bestuur. „Voor inspraak hebben we De Nieuwe Universiteit hier niet nodig.”

De Nieuwe Universiteit, dat is de beweging die vanuit het bezette Maagdenhuis een academische lente nastreeft. Studenten in het hele land is gevraagd deze woensdag te protesteren en te debatteren. Dat gebeurt in de meeste studentensteden, zij het bescheiden. In Amsterdam gingen nog tientallen studenten de straat op. Nijmegen heeft het vaste actualiteitencollege in het teken geplaatst van het studentenverzet.

Vlak voor het debat hangt een studente nog posters op, waarop een gebalde vuist. „Steun jij de Maagdenhuisbezetting?” Universiteitshistoricus Brabers helpt daarna de zaal herinneren dat het „een beetje onzin” is dat Amsterdam altijd leidend zou zijn geweest in studentenverzet. Nijmegen was in 1969 weken eerder met protest dan de bezetters van het Maagdenhuis.

Dan is het woord aan Matthias van Trigt, van De Nieuwe Universiteit, afdeling Nijmegen. Veel thema’s raken ook de Radboud: rendementsdenken, outputfinanciering, onderwijskwaliteit. „Kritisch nadenken over de maatschappij, over onderwerpen die niet in tentamens aan bod komen, dat ‘doe je maar in de kroeg’, hoor ik dan.”

Anderen zijn helemaal niet ontevreden. Floor Albers van der Linden, voorzitter van de Nijmeegse studentenvakbond AKKU, wil enkel een gelijke stemverhouding tussen medewerkers en studenten in de universiteitsraad (nu 60 tegen 40 procent). „De stem van studenten wordt hier echt gehoord”, zegt Mark Vlek de Coningh, voorzitter van de studentenraad na afloop.

Bestuursvoorzitter Meijer zegt weinig te kunnen met de bezwaren van De Nieuwe Universiteit. „Als ik niet weet wat het probleem is, kunnen we het ook niet oplossen”, zegt hij. Hij stelt vast dat minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) landelijke discussiethema’s – zoals de financiering van onderwijs en onderzoek – bij de universiteiten legt. „Ze houdt het uit de politiek.” Hij is daarom blij dat de Tweede Kamer gaat debatteren over het studentenprotest. „Dat is de plek om hierover te praten.”

Over de De Nieuwe Universiteit Nijmegen: „De vorm is overgenomen, naar de inhoud is men zoekende.”

Hoe kan het ook anders. De Nieuwe Universiteit Nijmegen bestaat nog maar sinds maandag, opgericht onder een trap in het Erasmusgebouw door veertig studenten. Enkelen haakten meteen na de eerste bijeenkomst af omdat de gezamenlijk gekozen lijn te veel afwijkt van hun eigen gedachten over hervorming van het onderwijs. Anderen twijfelen nog.

Het was een wat warrige vergadering, vertelt Van Trigt, tweedejaars politicologie. „Sommigen moesten halverwege naar college, en kwamen daarna terug. De meesten zagen elkaar voor het eerst, dan is het moeilijk tot een democratie komen.”

De Nieuwe Universiteit Nijmegen is die van Amsterdam niet. Van Trigt: „Zij hebben een geschiedenis van frustratie en confrontatie met het bestuur, en controversiële vastgoeddeals. Dat leeft hier niet. Nijmegen heeft geen bestuur met een dictatoriale aanwezigheid. Maar de landelijke thema’s leven hier ook. Ook veel medewerkers van de Radboud hebben te maken met flexcontracten.”

Een bezetting is in Nijmegen ter sprake geweest, maar dat vonden de meesten „onnodig militant”, zegt Van Trigt. En eigenlijk kan niemand zich er een bezetting voorstellen. Hoewel. De studenten van corpsdispuut De Gong namen het Melkhuis in – hun eigen dispuutshuis. Tot hun eisen behoort onder meer verlaging van de prijs van mayonaise bij universiteitsrestaurant De Refter.

De studenten van De Nieuwe Universiteit zouden ’s avonds weer samenkomen. Zal Nijmegen zich de beweging over een half jaar nog herinneren? Studentenvertegenwoordiger Vlek de Coningh: „Dat denk ik niet.”

    • Michiel Dekker