Heilige Hugo zit niet meer in alle harten

Precies twee jaar geleden stierf Hugo Chavéz aan kanker. Zijn socialistische gedachtegoed verliest aan populariteit.

Hugo Chávez krijgt nog twee keer per week koffie. Iedere maandag en donderdag zet Elizabeth Torres een papieren bekertje bij het altaar van haar „opperste commandant”. Omdat hij daar zo van hield, vertelt de vrouw, uitbaatster van de aangrenzende kiosk met koekjes en cake.

Torres, een vijftigjarige grootmoeder met nog slechts drie rotte boventanden, heeft de nobele taak het kapelletje van Chávez te beheren. Het hemelsblauwe houten huisje werd spontaan gebouwd in de weken na de dood van de socialistische president, vandaag precies twee jaar geleden.

Destijds ging direct de vraag rond of het socialistische project van Chávez, het Chavismo, kon voortleven zonder de charismatische leider. Het antwoord is snel duidelijk geworden: nee. Tenminste, misschien wel zonder Chávez, maar niet zonder de olieweelde waarmee de oud-militair miljoenen Venezolanen uit de armoede trok.

Torres maakt deel uit van de snel krimpende groep Chavistas. Ze draagt de „heilige Hugo”, zoals boven de ingang van de kapel staat, nog altijd in haar hart. Terwijl de rest van het land klaagt over de economische crisis, veroorzaakt door de diepe duik van de olieprijs, ververst zij de bloemen bij zijn altaar.

Nicolás Maduro, de nieuwe president, doet ondertussen verwoede pogingen om de herinnering aan Chávez levend te houden. Het was de laatste wens van de commandant dat de voormalig buschauffeur hem zou opvolgen. Alleen dat bezorgt Maduro nog een klein beetje steun.

De sfeer in het land is slecht

De regering heeft een cultus gecreëerd rond Chávez, die in het eclectische katholicisme van Venezuela wordt vereerd als martelaar. In het kapelletje staat Chávez afgebeeld naast Jezus. De president gaf zijn leven om de mensen uit hun lijden te bevrijden, is het idee.

De ene ceremonie voor Chávez volgt op de andere, compleet met liedjes, leuzen en gebeden. Op 2 februari bijvoorbeeld, de dag waarop de president voor het eerst werd geïnaugureerd, in 1999. Al snel gevolgd door 4 februari, de dag waarop Chávez in 1992 een coup pleegde. De staatsgreep mislukte, maar maakte de destijds jonge militair een nationale held. En dan natuurlijk 5 maart, zijn sterfdag.

Maar dit jaar zullen er niet honderdduizenden Venezolanen de straten vullen, zoals gebeurde na zijn dood. De sfeer is het land is slecht. De inflatie is torenhoog, de economie krimpt en de armoede stijgt, een alarmerende statistiek voor de socialisten.

De populariteit van het Chavismo is gedaald tot 20 procent, het laagste punt sinds Chávez in 1999 aan de macht kwam. Zelfs een loyalist als Elizabeth Torres antwoordt vertwijfeld op de vraag wat ze van Maduro vindt. „We moeten naar hem luisteren, want dat heeft de commandant van ons gevraagd.”

Opgebaard in een sarcofaag

Het blauwe kapelletje staat vlak bij de voormalige militaire academie van Caracas. Daar ligt Chávez opgebaard in een granieten sarcofaag. Hij is nog altijd niet begraven, want de regering wil hem onder de mensen houden.

Er begint net een rondleiding. De gids, een meisje van begin twintig, heeft een strenge blik en een nog strengere stem. Bij een groot kanon vraagt ze waarom hier iedere middag vier schoten worden afgevuurd, om vier uur vijfentwintig precies.

Even is het stil. Gelukkig weet iemand het antwoord: dat is het tijdstip dat de geliefde commandant zijn laatste adem uitblies. De gids corrigeert snel: „De commandant is niet gestorven, hij is vermenigvuldigd in de harten van de Venezolanen.”

In de militaire academie is een klein museum ingericht met spulletjes van Chávez. Zoals een replica van de kokoskoekjes die de kleine Hugo verkocht tijdens zijn arme jeugd. Verder een van zijn typerende trainingsjasjes, met het geel-blauw-rood van de Venezolaanse vlag. Chávez ontketende een trend onder linkse Latijns-Amerikaanse leiders met zijn informele outfits, die uitstraalden dat hij een man van het volk was.

Zwijgend lopen we een rondje rond de kist van Chávez, een groot gevaarte dat wordt bewaakt door vier wachters met sabels. Langs de deksel zitten witte alarmkastjes met rode, knipperende lichtjes. Voor als iemand de commandant mocht willen stelen.

Dan is het tijd voor de volgende groep. Bij de uitgang waarschuwt de gids op grimmige toon dat de „neoliberale kapitalisten” klaar staan om de vooruitgang te stelen van het volk. De bezoekers kijken gedwee als ze roept: „Chávez leeft, de strijd gaat door!”