Even wat concurrenten gaan aaien

Google en Facebook hebben de telecomaanbieders hard nodig voor hun uitbreidingsplannen.

Facebook-oprichter Mark Zuckerberg bij aankomst op het Mobile World Congress in Barcelona. Foto Albert Gea/Reuters

Op de grootste telecombeurs ter wereld, deze week in Barcelona, tasten internetgiganten Facebook en Google af hoe goed hun relatie met de grote Europese mobiele netwerken is.

De overgang naar mobiele data zorgt voor een machtsverschuiving. Telecombedrijven verdienen minder aan spraak en sms, waardoor ze minder kunnen investeren in nieuwe netwerktechnologie.

De techsector daarentegen zit ruim bij kas en investeert veel in zijn eigen infrastructuur, ook mobiel. Google wil zelf een mobiele provider worden (nog wel via bestaande mobiele netwerken) en werkt aan plannen om wereldwijd internettoegang te bieden via satellieten en ballonnen. Sociaal netwerk Facebook (1,4 miljard gebruikers) wil groeien via de tweederde van de wereldbevolking die geen internettoegang heeft. Daartoe richtte Facebook Internet.org op, een organisatie die gratis mobiele internetverbinding in arme landen wil leveren.

Een nobel streven, maar zonder de hulp van telecomaanbieders kan Facebook weinig beginnen. Die zorgen voor de verbinding, zij investeren in mobiele netwerken.

Als pleitbezorger van Internet.org was Facebook-oprichter Mark Zuckerberg zelf aanwezig op het Mobile World Congress in Barcelona. Vorig jaar was hij er ook, alleen was de timing toen slecht: Facebook had net 19 miljard dollar betaald voor WhatsApp. Die dienst is de nagel aan de doodskist van de telecomsector; WhatsApp heeft een groot deel van het sms-verkeer overgenomen. Facebook kostte de netwerkproviders tot nu toe vooral geld.

The beauty and the beast

Vandaar dat Zuckerberg zijn presentatie poeslief begon, met uitgebreide complimenten voor die onmisbare mobiele netwerken. Facebook mag dan investeren in ‘sexy’ satellieten en drones om wereldwijd internet te bieden, 90 procent van de mensen heeft al bereik via mobiele netwerken. Alleen hebben ze geen geld, geen telefoon of geen van beiden.

Het moet dus gratis, de manier waarop Facebook zelf ook groot werd. Daarbij wil het sociale netwerk meer rekening houden met de providers, die wel geld moeten blijven verdienen. Zoals topman Christian de Faria van Airtel Africa het uitdrukte: „De relatie tussen providers en Facebook was als die van The beauty and the beast. Nu begint het beest zich wat menselijker te gedragen.”

Echt vrienden zijn Facebook en de providers dus niet. Opvallend was dat geen van de deelnemende providers zichzelf ‘partner’ van Internet.org wilde noemden, hoewel Zuckerberg hen wel zo introduceerde.

Internet.org had wat positieve resultaten te melden. De providers die gratis beperkte internetdiensten aanboden in Colombia, India en vier Afrikaanse landen, hebben geen omzetdaling gezien. In een aantal landen steeg de verkoop van smartphones en zijn klanten meer gaan betalen voor dataverkeer.

Lang leve Internet.org dus? Daarvoor is het nog te vroeg. De telecomproviders beklagen zich dat Facebook aan veel minder regels hoeft te voldoen dan de providers. Vodafone-topman Vittorio Colao is weinig enthousiast over Internet.org zolang hij niet de mogelijkheid krijgt om alternatieve diensten aan te bieden.

„Bij Facebook hoeft een gebruiker maar één keer de ‘I agree’-knop aan te klikken. Wij worden streng gecontroleerd door de toezichthouders en moeten voor elk land, voor elke dienst aan andere voorwaarden voldoen.” Dat is geen eerlijke concurrentie, aldus Colao.