Europa wordt steeds schoner

Ze zijn niet altijd even populair, maar ze werken wel. Al die milieuregels die ‘Brussel’ over de EU-lidstaten uitstrooit. Er valt nog veel te verbeteren, maar grote delen van Europa zijn ondertussen even schoon als vóór de industriële revolutie.

Foto Reuters

Het gaat goed met het Europese milieu. Grote delen van Europa zijn even schoon als voor het begin van de industriële revolutie, toen het grote vervuilen begon. En dat is vooral te danken aan Europese samenwerking en strenge richtlijnen die de afgelopen decennia vanuit Brussel zijn uitgevaardigd op het gebied van water, fijnstof, chemicaliën, afval, broeikasgassen en ecosystemen. Dat is de positieve boodschap van de vijfjaarlijkse evaluatie van het Europese milieuagentschap EEA, die dinsdag uitkwam.

Al jaren geleden besefte Europa dat smerig water en vervuilde lucht zich niet houden aan grenzen. Milieubeleid werd daarmee een van de belangrijkste terreinen waarop wetgeving vanuit Brussel werd aangestuurd. Het leidde bijvoorbeeld tot een richtlijn over waterkwaliteit en tot een gemeenschappelijk klimaatbeleid.

De Rijn is geen open riool meer

De tijd dat de Rijn een soort open riool was, omdat lidstaten er ongebreideld hun afval in loosden, is al lang voorbij. Net als de tijd dat luchtvervuiling als een onontkoombaar gevolg van economische ontwikkeling werd gezien.

Industriële vervuiling van lucht, bodem en water is in Europa gestaag verminderd. Het energieverbruik is gedaald, door de verplichting om gebouwen energiezuiniger te maken, en doordat nieuwe auto’s aan steeds strengere milieunormen moeten voldoen. De waterkwaliteit is fors verbeterd, onder meer doordat het gebruik van fosfaten aan banden is gelegd. De lucht is schoner geworden, bijvoorbeeld door het terugdringen van de uitstoot van zwaveldioxide. De landbouw kreeg te maken met strengere normen voor het gebruik van meststoffen. En in veel landen wordt afval gescheiden opgehaald.

Volgens het EEA waren de Brusselse milieuregels ook nog eens goed voor de economie, die sinds 1990 met 45 procent groeide, terwijl de broeikasgasemissies met bijna 20 procent daalden.

In een opiniestuk in de Britse krant The Guardian schrijft EEA-directeur Hans Bruyninckx dat de milieuwetgeving – volgens hem de meest omvattende, ambitieuze en strengste ter wereld – Europa een ‘uniek economisch voordeel’ biedt, een nichemarkt waarin Europa wereldwijd leidend zou kunnen zijn. Zo stimuleren die wetten innovatie, het scheppen van banen en economische groei. In het eerste decennium van deze eeuw is de sector milieugoederen en -diensten met maar liefst 50 procent gegroeid, ondanks de economische crisis. De sector heeft, schrijft Bruyninckx, sinds het begin van de crisis in 2008 gezorgd voor 1,3 miljoen nieuwe banen.

Bruyninckx haalt een recent onderzoek aan van het Britse ministerie van Milieu waaruit blijkt dat iedere euro die wordt geïnvesteerd in milieubeleid minimaal drie euro oplevert aan besparingen op het gebied van gezondheidszorg en productiviteit van ecosystemen.

Het EEA erkent dat er weliswaar veel kennis bestaat over de gezondheidsrisico’s van fijnstof, geluidsoverlast (ook een vorm van milieuvervuiling), chemische stoffen en slechte waterkwaliteit. Maar dat er veel minder bekend is over het effect op het welzijn van mensen door een combinatie van al die factoren. Zeker in relatie tot sociale en demografische ontwikkelingen. Op dat gebied is volgens het rapport nog veel onderzoek nodig.

Ook al is Europa volgens het milieuagentschap een stuk schoner geworden, het echte werk moet nog beginnen. De EU heeft zich voor 2050 een ambitieus doel gesteld: zorgen voor een ‘goed leven binnen de grenzen die de planeet stelt’.

Onze ‘voetafdruk’ is nog wel altijd te groot

Zover is het nog lang niet. Europa gebruikt nog steeds te veel grondstoffen. De ‘voetafdruk’ (een enigszins omstreden maat waarbij grondstofgebruik is vertaald naar landoppervlak) van de Europeanen is ongeveer twee keer zo groot als het totale oppervlak van de EU. Het einde van het verlies van biodiversiteit, dat in 2020 bereikt zou moeten zijn, is nog lang niet in zicht. De reductie van broeikasgassen blijft achter bij de doelstelling tot 2030. Het agentschap bepleit daarom betere en zonodig meer milieuwetgeving.

Dat druist in tegen de trend in Brussel, waar onlangs nog de plannen voor een ‘circulaire economie’ (waarin bijna al het afval wordt hergebruikt) door de nieuwe Europese Commissie van tafel werden geveegd. Ondanks de successen is het milieu vaak een sluitpost op de Europese agenda, waarschuwt Bruyninckx. Dat moet andersom. „We moeten de Europese agenda bezien in het licht van de toestand van het milieu.”

    • Paul Luttikhuis